nieuws

Onderwijs kruipt in Breda dichter tegen de aannemerij aan

bouwbreed 796

Onderwijs kruipt in Breda dichter tegen  de aannemerij aan
Foto: Erald van der Aa

Dat het beroepsonderwijs in de bouw samenwerkt met het bedrijfsleven lijkt de normaalste zaak van de wereld. De manier waarop het ROC West-Brabant en BouwSchool Breda dat hebben vormgegeven binnen het Bouw en Techniek Centrum Breda, is toch echt heel bijzonder, verzekeren beide partijen. Door die samenwerking kunnen de opleidingen veel sneller en gerichter inspelen op de vraag van het regionale bedrijfsleven.
En uiteindelijk vormt het wellicht de opmaat naar levenslang leren.

Natuurlijk hadden BouwSchool Breda en het ROC West-Brabant al goede contacten met het bedrijfsleven, maar de afgelopen jaren zijn ze intensiever geworden, zegt Erik Colijn, directeur van de BouwSchool Breda, het regionale opleidingsbedrijf voor de praktijkscholing van timmermannen, metselaars, tegelzetters en uitvoerders. “Onze grootste uitdaging is om voldoende mensen voor de bouw te leveren, ze te enthousiasmeren en te behouden voor de sector. Dat kun je niet alleen.” De samenwerking leidde onder meer tot een betere afstemming tussen de onderwijsinstellingen en het regionale bedrijfsleven over de inhoud van het onderwijsprogramma, het delen van investeringen en een meer gezamenlijke aanpak van werving en selectie.

Een van de voordelen van de nieuwe samenwerkingsvorm is dat leerlingen meer mogelijkheden hebben om hun eigen onderwijsprogramma samen te stellen, zodat ze beter kunnen inspelen op de kennis en vaardigheden die de arbeidsmarkt vraagt. “De leerroute is individueler geworden”, constateert Colijn. Dat is niet alleen prettig voor de werkgevers, maar ook voor de leerlingen. “Wij dienen de juiste match te maken. Een betontimmerman moet je niet bij een restauratiebedrijf plaatsen. Daar wordt hij niet gelukkig van.”

De strikte scheiding tussen de verschillende vakdisciplines lijkt voorbij, ziet afdelingsmanager Bart Vanlaerhoven, die alle achttien bouwgerelateerde opleidingen van het ROC West-Brabant onder zijn hoede heeft. “Nieuw is dat schilders wat meer richting de aannemerij gaan. Op die verschuiving kun je makkelijker anticiperen doordat je als onderwijs en bedrijfsleven bij elkaar zit.”

Keuzemogelijkheden

Nieuwe technische ontwikkelingen landen daardoor ook veel sneller in het onderwijs. Colijn: “Als je veel met elkaar in gesprek bent heb je veel kansen en mogelijkheden om in te spelen op veranderingen. Het maatwerk dat we hier kunnen bieden is echt uniek.” Veranderingen die hij onder meer ziet, zijn de groeiende aandacht voor prefab bouwen, maar nog meer voor bouwlogistiek. Door de vele keuzemogelijkheden in de bestaande leertrajecten is het volgens Colijn ook niet nodig om direct een nieuwe opleiding op te tuigen op het moment dat er nieuwe beroepen ontstaan in de bouw. Dat is ook helemaal niet wenselijk, stelt Vanlaerhoven, omdat de opleidingen tegelijkertijd aan de bestaande vraag moeten blijven voldoen. “Onze taak is vooral leerlingen bewust te maken dat het er is.” Bovendien zijn er genoeg afsplitsingen geweest de afgelopen jaren, meent hij. Betontimmeren en dakdekken zijn bijvoorbeeld aparte opleidingen geworden, terwijl ze ooit onderdeel waren van de timmerrichting.

Erik Colijn en Bart Vanlaerhoven: “Een betontimmerman moet je niet bij een restauratiebedrijf plaatsen. Daar wordt hij niet gelukkig van.” Foto: Erald van der Aa

Niet alle specialistische kennis is aanwezig bij de opleidingen, maar als er een lacune is, dan proberen ze er een oplossing voor te vinden. Een goed voorbeeld is de energietransitie, een belangrijk thema voor de installatiesector en -opleidingen. Om hun leerlingen te kunnen voorbereiden op deze nieuwe ontwikkeling worden docenten van het ROC binnenkort bijgeschoold bij het eind vorig jaar geopende warmtepompcentrum in Bergen op Zoom. “Het gaat om de bouwkundedocenten, de installatiedocenten hebben die cursus al gedaan.”

Wat de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven soms bemoeilijk is dat de regelgeving kan verschillen, zegt Vanlaerhoven. “Je moet daar wederzijds begrip voor hebben.” De ene dag in de week die een bbl-leerling in de schoolbanken zit, duurt bijvoorbeeld minder lang dan een reguliere werkdag bij het leerbedrijf waar hij de andere dagen werkt. En in toetsweken zijn ze er soms maar een uurtje. Voor sommige werkgevers is dat moeilijk te begrijpen: ze betalen hun leerling voor hun gevoel immers voor een volledige werkdag. “We stemmen dat af met het bedrijfsleven. Soms is maatwerk nodig. Leerlingen komen ook wel eens ’s avonds naar school voor toetsen”, aldus Vanlaerhoven.

Instroom

Het ROC West-Brabant is met 476 leerlingen, verspreid over alle bouwopleidingen, naar eigen zeggen landelijk een van de grotere opleiders in de sector. Voor ruim 220 leerlingen is BouwSchool Breda de werkgever of het stagebedrijf. Zowel Vanlaerhoven als Colijn zag de instroom afgelopen jaren toenemen. Colijn: “In 2015 hadden we 46 instromers bij de BouwSchool. Dit studiejaar waren het 92. Dat is een verdubbeling.”

Opvallend is dat het grootste deel van de huidige instroom tegenwoordig niet, zoals voor de hand ligt, vmbo met een bouwprofiel heeft gevolgd heeft. Meer dan 60 zestig procent heeft een andere achtergrond. Zo kiezen er meer leerlingen die op het vmbo de theoretische leerweg gevolgd hebben (vergelijkbaar met de vroegere mavo) voor BouwSchool Breda. Colijn ziet ze graag komen en probeert ze dan ook actief te werven door allerlei activiteiten samen met scholen in de omgeving uit te voeren om ze maar zo vroeg mogelijk in aanraking te brengen met bouw en techniek. Verdere groei is volgens hem hard nodig om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag van het regionale bedrijfsleven. “Als je de cijfers moet geloven, moeten we jaarlijks minimaal 138 leerlingen afleveren. Ik ben heel trots op mijn instroom van 92 leerlingen, maar dan zie je waar het doel ligt.”

Maar beiden willen vooral ook kwaliteit leveren. De intensieve samenwerkingsvorm tussen bouwopleidingen en bedrijfsleven die vier jaar geleden is ingezet leent zich ook goed voor nieuwe onderwijsvormen. Als het gaat om technische innovaties, dan zouden de reguliere mbo-leerlingen die lessen prima tegelijkertijd kunnen volgen met personeel dat bijgeschoold moet worden. Colijn: “Zo willen we een leven lang leren vormgeven.”

Subsidie voor beter aansluiting arbeidsmarkt

Het Bouw en Techniek Centrum Breda, is vier jaar geleden opgezet, met een financiële ondersteuning van maximaal 1,1 miljoen euro van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), een organisatie die voor een aantal ministeries, waaronder dat van Onderwijs, subsidieregelingen uitvoert. Dat geld is bestemd voor het ontwikkelen van lesmateriaal nieuwe opleidingen en examens en voor faciliteiten en technologieën. Het centrum is een samenwerkingsverband van het Radius College (onderdeel van ROC West-Brabant) met drie opleidingsbedrijven: Bouwschool Breda (opleidingsbedrijf Bouw), Inframensen (opleidingsbedrijf Infra) en Schildersvakopleiding Breda (opleidingsbedrijf schilderen). Het geld komt uit het Regionaal Investeringsfonds mbo, een regeling die pps-verbanden tussen onderwijsinstellingen, de publieke sector en bedrijven stimuleert om de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. Sinds 2014 zijn er al 119 samenwerkingsverbanden in de bouw en in andere sectoren tot stand gekomen, meldt DUS-I. Voor de periode 2019 tot 2022 is opnieuw geld beschikbaar voor zowel het opzetten van nieuwe initiatieven als het opschalen van bestaande projecten.

Reageer op dit artikel