nieuws

Strijd om Bouwwet spannend tot het einde: ‘De Eerste Kamer is hier allergisch voor’

bouwbreed Premium 1198

Strijd om Bouwwet spannend tot het einde: ‘De Eerste Kamer is hier allergisch voor’
Kajsa Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president

Het bouwtoezicht gaat op de schop. En niet een beetje. Vanaf de grond. Er is nog wel een maar. De Eerste Kamer moet er nog over stemmen. Of die dit keer wel kan leven met een volgens bouwers bureaucratisch en kostprijsverhogend stelsel, is nog maar zeer de vraag. Ondanks het optimisme van minister Ollongren. “Een derde ronde komt er zeker.”

Was de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen een IKEA-kast dan was dit artikel overbodig. Maar dat is niet zo. Deze wet doet in geen enkel opzicht denken aan gemak, goedkoop en lekker snel.

Nee, de ‘WKB’ die een hogere bouwkwaliteit belooft, (omdat bouwers in de toekomstig alles moeten documenteren in risico- en opleverdossiers – en makkelijker in de kraag te vatten zijn als ze blunderen) laat zich meer vergelijken met een hedendaagse aanbestedingsprocedure: de prijzen zijn grillig én de teksten zaaien wantrouwen. Mét een onderliggend probleem: er zijn te veel open eindjes.

Waarom de minister de bezwaren van de Eerste Kamer ‘wel’ heeft weggenomen

Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, denkt dat minister Ollongren de bezwaren die de Eerste Kamer anderhalf geleden had, niet heeft weggenomen. Uiteraard denkt de minister daar anders over. Hieronder haar motivatie per bezwaar.

Bezwaar 1: Onduidelijkheid door amendementen in Tweede Kamer

In een brief (d.d. 29 juni) leg ik de wetsgeschiedenis uit en legt ik vast hoe de amendementen zullen worden uitgevoerd.
Afspraken met VNG over bevoegdheidsverdeling tussen bevoegd gezag en kwaliteitsborgers.

Bezwaar 2: Wetsvoorstel moet niet leiden tot dubbel werk

In het bestuursakkoord maakte ik afspraken met de VNG waarmee dubbel werk waar mogelijk wordt voorkomen.

Bezwaar 3: Aannemers mogen niet aansprakelijk worden voor gebreken die door andere partijen worden veroorzaakt.

Conform het wetsvoorstel zijn aannemers alleen aansprakelijk voor gebreken die aan henzelf zijn toe te rekenen. Voor gebreken die andere partijen zijn toe te rekenen kan een aannemer niet aansprakelijk worden gehouden.

In de brief van 29 juni leg ik uit hoe het amendement dat hierop betrekking heeft zal worden uitgevoerd.

Precies daarom wordt deze wet hoe dan ook veel later opgeleverd, dan ooit de bedoeling was. 18 maanden geleden moest de Eerste Kamer goedkeuring geven. Tot op de dag van vandaag bleef dat groene licht uit.

In de sterren geschreven

Toen was daar minister Kajsa Ollongren, dochter van een sterrenkundige, Fins bloed, Zweedse moeder. Zoals haar voorgangers vindt ook zij dat deze wet nodig is.

Immers: wie kan garanderen dat bouwbedrijven bouwen zoals ze op papier beloven? En het gemeentelijk bouwtoezicht is ook weleens beter geweest.

En dus ging Kajsa op zoek naar steun. Steun voor een stelsel dat leunt op private toezichthouders en een Toelatingsorganisatie waarvan niemand weet hoe die er precies uit komt te zien. Drie man en een paardenkop? Het is volgens insiders niet uitgesloten.

Resultaat

Donderdag boekte de minister resultaat. Met de VNG maakte ze afspraken over de invulling van de losse eindjes (die uiteindelijk dus moeten worden vastgelegd in lagere regelgeving).

“Hiermee ligt er een basis voor een vruchtbare hervatting van de behandeling in de Eerste Kamer”, schreef Ollongren er in een begeleidend briefje bij.

Ook gemeenten zijn er blij mee. Vooral omdat ze de mogelijkheid behouden om in te grijpen als het mis dreigt te gaan.

Weinig veranderd?

Eind goed, al goed? Het is nog maar zeer de vraag. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland vroeg zich dat vorige week al hardop af. Volgens hem is er in wezen weinig veranderd in anderhalf jaar tijd. “Nam de minister de bezwaren weg? Ik zie dat anders.” En ook de FNV liet zich deze week nog eens kritisch uit over de wet.

Bijzaak kun je denken. Zij gaan er niet over. De bal ligt bij de Eerste Kamer. Ook daar lopen ze echter nog niet over van enthousiasme. De persvoorlichter van de Eerste Kamer, Gert Riphagen, rekent hoe dan ook op nog een schriftelijke ronde, én een derde debatronde.

“Dat is gebruikelijk bij wetsvoorstellen die zo lang hebben stilgelegen.” Hij vraagt zich daarnaast af of de senaat zich zal laten overtuigen door het Bestuursakkoord dat de minister sloot met de VNG.

Allergisch voor open einden

“De Eerste Kamer is allergisch voor het vastleggen van open eindjes in lagere regelgeving. Het Bestuursakkoord dan? De VNG is niet meer zo’n sterk bolwerk als het vroeger was.”

De komende weken worden cruciaal. Het mag dan geen IKEA-kast zijn. De minister vertrouwt op een goed eind.

En voor iedereen die dat niet doet: zelfs als de Eerste Kamer instemt, moet de wet zich eerst nog bewijzen in allerlei proefprojecten. Tien procent van alle woningbouwprojecten.

En voor wie het helemaal niet vertrouwt: zelfs een half jaar voordat de wet ingaat (1 juli 2020), kan de minister nog om uitstel vragen.

Reageer op dit artikel