nieuws

Bouwceo’s over 2019 | Hans Smits (Janssen de Jong): ‘Bouwproject dat op tijd begint is een wonder in dit land – dat kan eigenlijk niet’

bouwbreed 3709

Bouwceo’s over 2019 | Hans Smits (Janssen de Jong): ‘Bouwproject dat op tijd begint is een wonder in dit land – dat kan eigenlijk niet’

Topmannen in de bouw moeten veel meer hun nek uitsteken om het imago van de bouw te verbeteren, vindt Hans Smits, bestuursvoorzitter van Janssen de Jong. “Zoek veel meer de publiciteit en doe mee met het maatschappelijk debat.”

Een “cri de coeur” noemt hij het zelf. Het is het eerste onderwerp dat hij aansnijdt als hem gevraagd wordt naar de kansen en bedreigingen voor de bouw in 2019: de arbeidsmarkt in de bouw. “Het wordt een uitdagend jaar, dat is evident.” De bouwbedrijven weten niet waar ze de jongens en meiden vandaan moeten halen.

Zijn hartekreet betreft het imago van de bouw en wat je eraan kunt doen. “Het is bijna een hobby horse van mij, ik vind het imago van de bouw moet worden verbeterd. Op een of andere manier slagen we er niet in om de trots die er in de bouwkeet is, over te dragen zodat mensen graag bij ons willen werken.”

De negatieve flavour van de bouw

Die trots is er op de bouwplaats, ervaart de voormalige bestuurder van Schiphol en de Rabobank en voorzitter van het bestuur van het Rotterdamse Havenbedrijf. Want sinds hij bij Janssen de Jong aan het stuur is, dat is vanaf 2013, zet hij regelmatig een bouwhelm op en gaat hij de bouwkeet in. De mannen die hij daar spreekt zijn “ongelooflijk trots” op wat er gemaakt wordt. Maar buiten het bouwhek en op verjaardagen hoor je de verhalen over meerwerk en te laat opleveren. “Er hangt altijd een negatieve flavour over. Daar erger ik me aan. Jongens, kom op er worden prachtige dingen gedaan.”

Dat de bouw zijn imago niet weet te verbeteren zit hem al jaren dwars. “Ik vind dat de topmannen in de sector die trots moeten uitdragen.We vieren als een project af is wel een klein feestje, maar daarna rennen we weer snel naar het volgende project. Het gaat erom dat niet alleen Bouwend Nederland trots moet uitstralen. ”

‘Soms krijgen we op onze donder’

Hoe de topmannen dat moeten aanpakken? “Zoek meer de publiciteit op en doe mee met het maatschappelijk debat. Praat vaker vol trots over wat je gepresteerd hebt. Dat gebeurt nog te weinig.”

Hij  is er zelf ook schuldig aan, geeft hij toe. “Ik zou meer moeten doen.” Een goed voornemen dus voor 2019? “Zeker, absoluut! Ik heb voorgenomen vaker acte de presence te geven, niet alleen maar bij onze mensen, maar ook in de omgeving en ik ga vertellen wat we allemaal presteren en hoe blij we daar mee zijn.”

Hij spreekt wel eens bewoners die in de huizen van Janssen de Jong wonen. De ontwikkelende bouwers uit Son doet elk kwartaal een onderzoek via een meetmethode.  “Soms krijgen we op ons donder.” Je neus laten zien als bouwbedrijf is goed. Elk contact met de wereld buiten de bouw is een kans om reclame te maken voor de sector. “Zeker weten.”

Een onsje hier en een onsje daar

Als de bouw erin slaagt meer mensen aan te trekken, zullen de nieuwe krachten voor een groot deel met verduurzaming van bestaande woningen aan de slag gaan. Maar bij het organiseren van de verduurzaming blinkt de bouw ook niet bepaald uit, vindt Smits. Net als bij nieuwbouwprojecten. “Je zou willen dat het op grotere schaal gebeurd.” Dat duizenden huizen tegelijk worden gebouwd of gerenoveerd. ”Als wij een woningbouwproject van honderd woningen hebben, is dat al groot. Dat is eigenlijk gek als je er goed over nadenkt. We hebben 75.000 nieuwe woningen nodig om het woningtekort überhaupt stabiel te houden. Dat redden we niet eens.

Er zijn gelukkig wel corporatiedirecteuren die de handen ineenslaan en 3.000 à 4.000 woningen in één keer willen afnemen. Dat werkt industrialisatie in de hand. Daar worden woningen een stuk goedkoper van. Maar op een of andere manier slagen we hier ook niet goed in dat van de grond te krijgen. Overal is het: een onsje hier, een onsje daar. Ik ben ervan overtuigd dat als we met elkaar echt willen en gaan experimenteren dat dat sprongsgewijs tot enorme versnelling, verbetering en verlaging van kosten zal leiden. Iedere corporatiedirecteur zou wat mij betreft in 2019 een project moeten aanwijzen waarbij duizenden woningen tegelijk worden gedaan.”

“Last but not least” wil hij graag nog een paar harde noten kraken over de “noodsituatie zou ik het bijna willen noemen” op de woningmarkt. “Het lukt in Nederland dus niet eens de woningnood stabiel te houden. In plaats van 75.000 nieuwbouwwoningen halen we er misschien 65.000 à 70.000.  Het duurt nog steeds ontzettend lang voordat de eerste schop in de grond gaat. Onaanvaardbaar lang.” Smits heeft aal eens gepleit voor de crisis- en herstelwet. De minister heeft goed geluisterd. “Maar je ziet dat dat ook niet helpt.”

Geen bouwproject dat op tijd begint

Wat wel kan helpen? “Procedures inkorten en moed hebben in de politieke besluitvorming”, draagt hij aan. En waarschijnlijk helpt het ook als de provincies een belangrijke rol krijgen en samen met de gemeenten een plan maken voor de komende vijf tot tien jaar en daarbij zeggen: zo gaan we het doen, linksom of rechtsom.” Concreet: “Taakstellend met elkaar afspraken maken en je daaraan houden. Er is geen bouwproject dat op tijd begint. Dat is een wonder in dit land, echt waar. Of de vergunning komt later, of er wordt bezwaar gemaakt, of de politieke besluitvorming loopt anders, enzovoort. Als wij een project waarvan de start van de planning gehaald wordt, is dat zeldzaam. Dat gebeurt bijna nooit. Dat zegt genoeg. Met z’n allen hebben we dat stilaan geaccepteerd.”

Wie moet dat zich vooral aantrekken? “Ik zeg misschien iets gevaarlijks. Eigenlijk zou dit een nationale aanpak vergen. Een klein stukje planeconomie. Dat kan middels wetgeving. Denk aan de Deltawet, de verhoging van de rivierdijken, denk aan het infrastructuurbeleid, het Rijkswegenplan.” Het huis van Thorbecke – met Rijk, provincies, gemeenten – doorbreken we niet, tenzij het water tot de lippen staat. Dan zijn we in staat een planeconomie te bedenken en die op hoog niveau uit te voeren. Volgens Smits is zo’n nationale aanpak nodig. “Als je kijkt dat wonen de primaire levensbehoefte is van mensen. Dat houdt me bezig. Waarom durven we dat niet?”

We maken zéér leefbare, zéér creatieve, zéér duurzame,  fantastische woonomgevingen

Denkt hij aan Vinex-achtige locaties? “Ja. Buiten de steden of binnen de steden of een combinatie ervan. Als je ziet wat voor prachtige plannen er worden ontwikkeld door architecten en stedenbouwkundigen. Zéér leefbare, zéér creatieve, zéér duurzame, fantastische woonomgevingen. Die zijn er en die maken we. De mensen die er wonen zullen happy zijn. Dat is dus ook weer iets om trots op te zijn, hè.”

Of hij niet zelf een actieplan kan schrijven voor de bouw? We hebben al de Bouwagenda van Bernard Wientjes, zegt hij. Smits heeft zelf met Wientjes gesproken, maar is niet erg complimenteus. “Je zou eens moeten nagaan wat er van de plannen en de uitvoering ervan is gekomen. Natuurlijk zijn een paar punten goed gelukt. Maar ik weet zeker dat de planning absoluut niet gehaald is.”

Dat is de bouw aan te rekenen maar ook de stakeholders, vindt hij. “Het lukt ons niet om in een hogere versnelling met elkaar planmatig zaken op te pakken. Daar komt het op neer.”

Of hij het wel leuk vindt om een bouwbedrijf te leiden? “Begrijp me goed, ik heb aantal kritische kanttekeningen, maar ik ga elke dag met ongelooflijk veel plezier in werk. Ik ben trots op wat we maken. En ik ben graag in de keet: helm op, een kop koffie drinken en met de mannen praten. Daar krijg ik energie van. Nou en of.”

Reageer op dit artikel