nieuws

IJzervlechters raken op: ‘Doodzonde, het is zo’n heerlijk beroep, muziekje eronder… hatsikidee’

bouwbreed Premium 10242

IJzervlechters raken op: ‘Doodzonde, het is zo’n heerlijk beroep, muziekje eronder… hatsikidee’

Ijzervlechters sterven uit. De geboren vlechter Lammert Pruis (58) kan het nauwelijks geloven. “Het is namelijk zonder gekheid, een heerlijk vak. Muziekje eronder en hatsikidee… Wat nu? De bouw weer gezellig maken.”

Gezocht leerling-ijzervlechter. Salaris: 5000 euro (zie afbeelding hieronder). Het lijkt vooral een lokkertje. Klik je door op de advertentie dan lees je die 5 ruggen nergens terug. Artiflex die de vacature plaatste, is onbereikbaar voor commentaar.

Maar het geeft iets aan: er is een gebrek aan Ijzervlechters. Vooral met het oog op de nabije toekomst wordt dat een probleem.

“We hebben ze nog wel, maar wat we ook doen, de mensen melden zich niet voor onze opleiding aan”,  zegt Charlotte van Hellenberg van Noordenne Wapeningsstaal.

Het verhaal gaat onder de afbeelding door 

In het Noorden zijn de berichten niet anders. “Jongeren willen niet vlechten”, zegt Jasper Molema van SelectPro, een uitzendbureau voor zzp’ers en bouwvakkers in Groningen. “Kinderen dromen daar niet van een baan als ijzervlechter.”

Om te vervolgen.

“Als ze al komen, willen ze liever timmeren of metselen. Het vak ijzervlechten komt pas als allerlaatst in beeld. Of ik ze kan gebruiken? Nou, als ik er morgen tien had, kon ik ze overmorgen kwijt.”

Wat is dik?

Betonstaal knippen, buigen, binden en vlechten. IJzervlechten kun je zwaar noemen. En daar mag best wat tegenover staan, vindt Molema.

“Als je ziet welke fysieke inspanning vlechters moeten leveren. Misschien staat dat wel niet in verhouding tot het salaris dat ze krijgen.”

“Jullie worden straks schaars en krijgen een dik salaris, zeg ik weleens tegen mijn personeel. Maar wat is dik?”, verzucht Lammert Pruis, ook niet de jongste meer.

In Tynaarlo zijn vlechters van Lammert Pruis aan het werk. Foto: Jos Schuurman

Zaterdag werd Pruis 58. En hij kent de ijzersvlechterswereld als geen ander. Zijn vader was ijzervlechter, hij is het, al jaar en dag, in het Noorden van Nederland.

“Gebrek aan mensen? In de tijd van mijn vader niet hoor. Elke zomer stond het hier vol met fietsen voor de deur van jongeren die hier kwamen voor een bijbaantje. Meestal bleven er ook een paar hangen.”

Dat is wel even anders nu. “Te weinig vlechters? Dat klopt als een bus”, reageert Pruis onmiddellijk. “Jongeren komen niet meer. Doodzonde. Het is namelijk een van de leukste beroepen die er zijn. Zonder gekheid, het is heerlijk. Ik mag dan 58 zijn, ik vlecht zelf ook nog.”

‘Op mijn wapening staat het hele huis’

Zwoegen. Voor je het weet, last van je rug. Wat maakt dit vak waar kinderen en adolescenten hun bed niet meer voor uitkomen dan toch zo mooi?

“De gezelligheid samen. En de afwisseling. Dan weer een benzinestation, dan weer een vloer, of woning.”

Met tien man personeel probeert Pruis er het beste van te maken. “Eigenlijk gaat het met ons bedrijf heel goed. Maar inderdaad, de bouw kan niet zonder ijzervlechters, nee, nee, nee. Grof beschouwd zijn wij de belangrijkste partij in de bouw. Op mijn wapening staat het hele huis.”

Laaggeschoold, beschouwen ze hem en zijn collega’s dikwijls. Iets meer respect mag wel, vindt optimist Pruis. “Het beton is al besteld als wij ingeschakeld worden. Dat levert direct druk op: Dan en dan moet het klaar zijn.”

Was de VUT er nog maar, denkt de vijftiger af en toe. Zelf zet hij ook zijn beste beentje voor om het vak lichter te maken. “Met verreikers en kranen waar dan kan.”

Bertus en Hennie

Foto: Eran Openheimer

Werken tot je 67e in de bouw wordt door velen als voor onmogelijk geacht. Bouwers worden geen tachtig, zeggen betontimmermannen Bertus en Hennie daarover. Hier kun je hun verhaal lezen.

Want.

“Weet je wat het is? Uiteindelijk moet je het met elkaar doen. Als bouwers moeten we de bouw weer gezellig maken.”

Muziek in de bouw

Pruis heeft een paar twintigers rondlopers. “Ze waren misschien niet de besten op school, maar als je er tijd en energie insteekt, zie je dat ze veel in hun mars hebben. Over hun prestaties ben ik dik tevreden.”

Vlechten tot aan je pensioen is niet mogelijk.  Zo eerlijk moet hij zijn. Ook daarom gooide hij de prijzen iets omhoog. “Ik moet toch een buffertje hebben.”

Een wereld zonder ijzervlechters bestaat niet, besluit Pruis. “Er moet dus iets gebeuren. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele bouwbranche.”

Hoe?

“Ja hoe? Dat is de  grote vraag…”

“Hoe vertel ik jongeren dat ze voor de bouw moeten kiezen?”

Hij denkt na.

“Door te vertellen dat de bouw gewoon heel leuk is. Dat zeg ik ook altijd de eerste dag tegen een beginneling. Les één is, radio aan, muziek op de achtergrond en hatsikidee. Daar gaan we.”

Of had hij toch niet beter advocaat kunnen worden? “Welnee. Iemand moet toch die advocatenwoning bouwen?”

Na afloop van het gesprek belt Pruis nog even terug. “Eigenlijk zou je elke dag om half tien een dj op de bouwplaats moeten hebben. Ik zie dat helemaal voor me. De timmerman drumt mee, en de vlechter met zijn gitaar…”

 

Reageer op dit artikel