nieuws

Schoolgebouw met bollenvloeren doorstaat glansrijk belastingproef

bouwbreed Premium 3393

Schoolgebouw met bollenvloeren doorstaat glansrijk belastingproef

Zo’n 25 mm mochten de vloeren van het Amsterdamse Hyperioncollege doorbuigen volgens de berekeningen van de constructeur. Maar bij de belastingproef van de bollenvloeren sloegen de meters niet meer dan 3 mm uit. Bij aannemer Dijkstra Draisma haalden ze opgelucht adem.

Het Amsterdamse schoolgebouw was voor de Friese aannemer het eerste project met bollenplaatvloeren. “En eigenlijk vonden we het wel een prettig bouwsysteem”, laat Germ Rekker van het directieteam van Dijkstra Draisma weten. De vloeren werden vorig jaar in maart en april geplaatst en afgestort. Dat was krap twee maanden voordat de parkeergarage in Eindhoven instortte. De bouwwereld verkeerde op dat moment nog in onwetendheid over de problemen die niet opgeruwde bollenplaatvloeren van zelfverdichtend beton konden veroorzaken.

Drie verdachte plekken met kritische voegen

Na publicatie van de rapporten van Hageman  en TNO in september vorig jaar kantelde dat beeld radicaal. Nalopen van de tekeningen en berekeningen door constructeur Pieters Bouwtechniek leidde tot drie verdachte plekken in het pand waar de schuifspanning in de vloer hoger is dan 0,4 N/mm2. Nakloppen met een licht hamertje bracht een paar plekken op met bescheiden delaminatie rond de naden en bij de hoeken van de platen. Maar nergens kwam die verder dan tien centimeter, een waarde die volgens een toelichting op het stappenplan die Hageman opstelde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken niet voor problemen zorgt. Dat maakte volgens Rekker dat Pieters wel een belastingproef aandurfde in het pand dat nog niet in gebruik genomen was. Temeer omdat de vloeren tijdens de bouw ook al flink waren belast door materiaal wat er tijdelijk was opgeslagen en manoeuvrerend materieel.

Vijzels moeten waterballet voorkomen

“We hadden geen zin in een waterballet, dus we kozen er voor om de belasting met vijzels uit te oefenen in plaats van met waterbassins”, vervolgt Rekker. “Dan kun je bovendien sneller de verschillende belastingstappen zetten. Tweemaal werd de belasting rond de kritische naden met vijzels in stappen opgevoerd van 0 naar 100% van de rekenwaarde. Na elke stap vond een controle plaats van de wijdtes van scheuren en de verplaatsingen van de plaat bij de voeg. Daarvoor zette Nebest trekdraadmeters in, liquid leveling systems (LLS), inductiescheurmeters en een digitaal theodoliet. Volgens de berekeningen van Pieters zou de vloer rond de naad wel 25 mm mogen verplaatsen, maar die zakking werd bij lange na niet gehaald.

Bij de proef was Rekker persoonlijk aanwezig. En hij steekt niet onder stoelen of banken dat dat hartstikke spannend was. “Ik keek met een paar anderen toe op een afstand van zo’n 25 meter.  Niet in de bouwkeet, maar binnen het gebouw. We waren namelijk niet bang dat het hele pand zou instorten. Daarvoor hadden we voldoende vertrouwen in de constructie. Een heel woud van stempels zou de vloer bovendien lokaal opvangen mocht het onverhoopt misgaan. Maar de opluchting was niet te beschrijven toen bleek dat de vloer niet meer dan 3 mm doorboog. Ook de toezichtmedewerker van de gemeente Amsterdam die de proef bijwoonde was enthousiast. Die gaf aan te overwegen vergelijkbare proeven voor te schrijven voor alle gebouwen in Amsterdam met een bollenplaatprobleem.”

Onverhoopte storingen van de meetapparatuur

Niet alles ging overigens goed bij de tests, maar dat had meer te maken met de meetapparatuur dan met het vloersysteem. De LLS dat met waterslangen in feite gebruik maakt van het principe van communicerende vaten om verplaatsingen te bepalen, stoorde bijvoorbeeld. Achteraf wijten de onderzoekers dat aan het feit dat het systeem te weinig tijd had gekregen om tot rust te komen.

Vermoedelijk waren er nog luchtbellen in het systeem aanwezig. Ook werden de slangen telkens in beweging gebracht door het aflezen van de andere meetapparatuuur en de visuele inspectie. Dat leverde dus geen betrouwbare informatie over de doorbuiging op. Gelukkig beschikte Nebest nog over een digitaal theodoliet en zaten er nog verplaatsingsmeters op de vijzels van deBoer civiele technieken, die de kracht uitoefenden. Daardoor ontstond er uiteindelijke weinig discussie tussen alle betrokkenen over hoeveel de vloeren nu daadwerkelijk doorgebogen waren. Dat is volgens Rekker niet meer dan 3 mm geweest. Bovendien veerden de vloeren weer terug toen de druk van de vijzels werd gehaald.

Delaminatie-zones niet verder gegroeid

Pieters Bouwtechniek constateert in haar eindrapport dat het gebouw de test glansrijk heeft doorstaan. De delaminatie-zones waar de stortlaag en de breedplaat niet hechtten bleken  door de tijdelijke belasting nauwelijks gegroeid. Alle betrokkenen konden dus weer opgelucht ademhalen en het schoolgebouw in Amsterdam Noord,  ontworpen door Ector Hoogstad,  kan na de zomer veilig in gebruik worden genomen. Rekker: “Het geeft ook aan dat er in Eindhoven misschien wel meer aan de hand was dan alleen die kritische voeg met zijn falende koppelstaven. Wij zijn maar een simpele Friese aannemer, maar je moet alles natuurlijk wel netjes volgens de voorschriften verwerken. Daar hebben we bij ons bedrijf niet alleen een externe toezichthouder voor nodig. Vooruitlopend op de veranderende wet kwaliteitsborging hebben we een eigen kwaliteitsteam opgetuigd. Dat houdt dit soort complexere bouwwerken ook goed in de gaten en voert zonodig zelf tests uit.”

Reageer op dit artikel