nieuws

Biënnale 2018: slimme oplossingen voor zuinige gebouwen

bouwbreed Premium 661

Biënnale 2018: slimme oplossingen voor zuinige gebouwen

Architectuur is medeverantwoordelijk voor veel ruimtelijke ellende op aarde en heeft iets recht te zetten. In een opvallend praktisch ingerichte achtste editie zoekt de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) naar oplossingen – de ‘Missing Link’.

Hoogbouw is bijna altijd geconcentreerd rond een centrale kern, maar waarom eigenlijk? Zet de stijgkern aan de ‘koude’ noordkant en je bespaart energie en krijgt meer licht in het gebouw. Het is een van oplossingen die de ontwerpers van Civic Architecture bedachten voor hoogbouwstad Rotterdam.

“Om dezelfde reden maken we smalle, diepe appartementen aan de zuidzijde en brede, ondiepe aan de noordkant”, vertelt Leen Bogerd (Civic) bij een maquette van een 180 meter hoge toren. Die bevat kantoren en woningen die energie uitwisselen, een dakkas voor warmtewinning en wintertuinen die een rol spelen in de gebouwventilatie. Een lijvige ‘Lexicon’ fungeert als naslagwerk met alle ontwikkelde technieken en bruikbare materialen.

De inzending van Civic is een van de 170 die de IABR-curators kregen op hun vraag naar oplossingen voor de noodzakelijke energietransitie. Vijftig ervan brachten ze onder in een soort ‘couveuses’ in een ‘atelier’ in het HAKA-gebouw. Er zijn slimme oplossingen te zien voor onder meer zuinige gebouwen, materiaalrecycling, lokale voedselproductie en energieproducerende ecowijken. Inzendingen kunnen van architecten komen, maar ook van gemeentes, bouwbedrijven, baggeraars en universiteiten. Belangrijkste boodschap: de energietransitie kan bijdragen aan betere steden die minder ruimte, materialen en energie verzwelgen. En dat vergt meer dan alleen zonnepanelen en windmolens plaatsen. Zo wordt er een concept getest voor een ‘Energiewijk’ in het M4H-gebied, pal naast het HAKA-gebouw.

Uitwisseling van kennis met onze zuiderburen moet angst wegnemen voor innovaties

Een testlocatie en atelier zijn er ook in Brussel, want België doet deze editie mee. Uitwisseling van kennis met onze zuiderburen moet wederzijds angst wegnemen voor innovaties. Wie wist bijvoorbeeld dat het laten verwilderen van 30 procent van stadsparken leidt tot een opleving van biodiversiteit, tevredener bezoekers en veel lagere onderhoudskosten? In Gent ontdekten ze het.

Ontwerpend onderzoek op verschillende schaalniveaus moet, na presentatie op de biënnale van 2020, daadwerkelijk tot uitvoering leiden. “Want we willen méér zijn dan een architectenfeestje met tot slot een boek dat doodgaat op de plank”, zegt directeur George Brugmans. Met de klimaatdoelstellingen in het achterhoofd richt hij de IABR-aandacht tot 2020 op de delta van de Lage Landen (Rijn-Maas-Schelde). De curatoren Floris Alkemade (Rijksbouwmeester), architect Joachim Declerck en de Vlaamse Bouwmeester Leo van Broeck mikken in een nieuw opgezet Delta Atelier op het “herbedenken van de gebouwde omgeving”.

De architectuur heeft daarin een taak, stelt Van Broeck, want “architecten zijn de tanden geweest waarmee de mensheid de ruimte heeft opgegeten”. Hoog tijd dat ze nu veranderen in de beschermers, vindt hij. Ondanks de medeverantwoordelijkheid zijn ze er geschikt voor, denkt hij. “Ex-stropers zijn de beste natuurbeschermers.”


Tussen 1 juni en 8 juli presenteert de IABR een programma met bijna 100 debatten, werksessies, lezingen, workshops, conferenties, presentaties, fietstours en rondleidingen. Klik hier voor het volledige programma.

Reageer op dit artikel