nieuws

AFNL: na tien jaar nog steeds dat activistische clubje of een keurige organisatie?

bouwbreed Premium 922

AFNL: na tien jaar nog steeds dat activistische clubje of een keurige organisatie?

Tien jaar geleden vocht AFNL zich vrij van Bouwend Nederland. Al strijdend slaagde de koepelorganisatie er in om de kleine, gespecialiseerde aannemer op de kaart te zetten in politiek Den Haag. Inmiddels lijken de scherpe kantjes er echter wel van af. Is de AFNL nog wel die activistische club van toen of begint de federatie op Bouwend Nederland te lijken?

Niet de zovéélste keurige brancheorganisatie, maar een met pit. Dat wilde AFNL volgens oud-directeur Wim van der Maas, die er vanaf het allereerste uur bij was,  tien jaar geleden worden. Zodat de federatie zich naast het grote Bouwend Nederland kon manifesteren.

“Als je qua leden en financieel minder sterk bent, moet je je op een andere manier positioneren. Wij besloten er een activistische club van te maken, zodat we ons konden onderscheiden”, verhaalt Van der Maas, die twee jaar geleden aftrad.

AFNL was daar opeens, in crisistijd

Het was begin 2008. De wereld stond nog maar aan het begin van een diepe crisis. En daar was AFNL plotseling. Conga, de voorloper van AFNL, zag dat Bouwend Nederland steeds minder aandacht besteedde aan het midden en kleinbedrijf en vond dat daar wat aan moest gebeuren. De kleine brancheorganisaties besloten een eigen club op te richten: de Aannemersfederatie Nederland. AFNL in het kort.

De federatie liet zich direct horen. Streed voor afschaffing van loondoorbetaling tweede ziektejaar, btw-verlaging in de crisis, aanpak van schijnconstructies, invoering van de mkb-toets. En zette vooral de kleine bouwers op de kaart in Den Haag. Ook wist ze een plek te bemachtigen aan de cao-tafel. Zodat niet alleen grote bedrijven, maar ook gespecialiseerde aannemers invloed konden uitoefenen op de arbeidsomstandigheden in de sector.

Op gespannen voet met Bouwend Nederland

Dat laatste zorgde al snel voor spanningen met Bouwend Nederland. De brancheorganisatie wilde de AFNL liever niet mee laten onderhandelen. “Ze zagen ons als concurrentie”, vertelt Gijs Buijs, oud-cao-onderhandelaar van AFNL en voorzitter van Vereniging van Steigerbouwer (VSB). Ook hij was er in de begintijd al bij. “We hebben destijds veel strubbelingen met Bouwend Nederland gehad. Ik denk dat daar het activistische imago van AFNL vandaan komt.”

Oud-cao onderhandelaar Gijs Buijs: “Bouwend Nederland zag ons als concurrentie”

Strubbelingen? Ruzies is misschien een beter woord. Volgens Bouwend Nederland- directeur Fries Heinis is er een periode geweest dat de twee organisaties ‘elkaar letterlijk de tent uitvochten’. “We waren, laat ik het netjes zeggen, niet de beste vrienden”, aldus Heinis.

Wim van der Maas bevestigt dat beeld: “Ja, we hebben best wel wat problemen gehad met elkaar. Wij moesten ons naast Bouwend Nederland manifesteren. Dat betekent dat je niet altijd de beste vrienden bent.”

Ommekeer kwam: nu goede samenwerking

Lang leek het er op dat de brancheorganisaties nóóit meer met elkaar door één deur zouden kunnen. Maar toch kwam er een ommekeer. Langzaam maar zeker gingen ze meer met elkaar samenwerken. Inmiddels zijn de verhoudingen zelfs zo goed, dat Bouwend Nederland en AFNL al weer twee jaar samen de Dag van de Bouw organiseren. “In 2015 kwam het omslagpunt”, weet Heinis. “Bij de cao-onderhandelingen in dat jaar stonden we lijnrecht tegenover elkaar. Daarna kwam het punt dat we bij Bouwend Nederland dachten: willen we wel zo verder?”

Omdat er met de jaren nieuwe mensen aan het roer kwamen, bij zowel Bouwend Nederland als de AFNL, verdween ook de ruzie-achtige sfeer. Bovendien: de tijdsgeest veranderde in de bouw. Samenwerking werd steeds belangrijker. Op alle niveaus. “Niet alleen opdrachtgevers en aannemers werken de laatste jaren meer samen, maar wij als brancheorganisaties ook. Daarvoor ben ik ook aangesteld, om die samenwerking te bevorderen”, verstelt Heinis.

‘Belangen verschillen niet eens zoveel’

De brancheorganisaties kwamen er achter dat de oude conflicten vooral gestoeld waren op sentiment, vervolgt de Bouwend Nederland-directeur. “Inhoudelijk verschillen onze belangen en dossiers niet zoveel. We kijken tegenwoordig meer naar de overeenkomsten, dan naar de verschillen. We zijn niet direct vrienden geworden, maar we hebben tegenwoordig een goede, zakelijke relatie.”

Van der Maas geeft toe dat de relatie inderdaad de afgelopen jaren beter is geworden. “Daar heb ik altijd naar gestreefd. Toen er personeelswisselingen waren bij Bouwend Nederland, is de relatie inderdaad beter geworden.”

AFNL nu té soft?

Maar is de AFNL door die focus op meer samenwerking nog wel die activistische organisatie van toen? Wordt de organisatie niet té soft? Wim van der Maas vindt eigenlijk van wel. Hoewel hij al twee jaar niet meer bij de bestuursvergaderingen aanwezig is, zegt zijn gevoel dat de AFNL een andere weg is ingeslagen. Eentje die een stuk minder activistisch is.

“AFNL is meer zoekend naar wat leden willen. De focus ligt meer op zaken als de dienstverlening van de achterban. Eerlijk gezegd spreekt mij die weg persoonlijk minder aan. Het zou mij echt spijten als ze de activistische weg helemaal afslaan.”

‘AFNL is niet minder strijdbaar’

Sharon Gesthuizen, nu ruim een jaar federatievoorzitter van de AFNL en de NOA, ziet de organisatie ook veranderen. Professioneler worden vooral. Maar volgens haar betekent dat niet dat AFNL minder strijdbaar is dan voorheen. “Ik heb het gevoel dat AFNL altijd strijdbaar is geweest. Soms worden er misschien andere keuzes gemaakt en andere zaken afgewogen, maar minder strijdbaar zijn we niet.”

Sharon Gesthuizen

Sharon Gesthuizen: “AFNL wordt professioneler”

Toon van den Broek, voorzitter van de vereniging lijmbedrijven, aangesloten bij de AFNL, vindt de veranderingen die de koepelorganisatie doorvoert juist goed. “Vroeger had de AFNL een idee en daarmee gingen ze naar hun achterban, maar die stond niet altijd overal achter. Nu doen ze het andersom: ze halen hun ideeën uit de achterban. Dat zorgt voor meer draagvlak en dat vind ik juist goed.”

‘Grandioos werk’

Hij vindt sowieso dat de AFNL de afgelopen tien jaar “grandioos werk” heeft geleverd. Van den Broek: “De wet op betalingsverkeer, de mkb-toets; allemaal zaken die erg belangrijk zijn voor mkb’ers. AFNL heeft het mkb écht op de kaart gezet. En dat in slechts tien jaar. Dat is erg knap”.

Gaat de AFNL nu niet teveel op Bouwend Nederland lijken. De grote broer die ooit werd verafschuwd?

“Nee, dat is niet het geval”, stelt Van der Maas, die wel hoopt dat de AFNL van zich af blijft bijten. “Een federatie is fundamenteel anders dan een gewone brancheorganisatie. Het algemene belang gaat bij een koepelorganisatie voor en bij een brancheorganisatie gaat het ledenbelang voor”, legt hij uit.

Daan Stuit en Wim van der Maas

Wim van der Maas: “AFNL is minder activistisch”

Bouwend Nederland-directeur Heinis is niet overtuigd. Hij denkt dat de twee bouworganisaties weldegelijk naar elkaar toegroeien. “Of we tegenwoordig teveel op elkaar lijken? Dat is een goede vraag. Ik denk het eigenlijk wel. We hebben bijna dezelfde agenda’s en voor 90 procent dezelfde achterban. Het lijkt er bijna wel op he?”

Fusie met Bouwend Nederland?

Heeft de AFNL dan nog wel bestaansrecht? Ligt een fusie tussen Bouwend Nederland en de AFNL niet voor de hand? Volgens Heinis bepaalt het bestuur van AFNL of Bouwend Nederland dat niet, maar doen de leden dat. “Als onze leden laten blijken dat ze twee brancheorganisaties onzin vinden, dan merken we dat gauw genoeg. Dan lopen onze ledenaantallen terug. Bij ons gaat het heel goed, wij krijgen er elk jaar tussen de 5 en 10 procent leden bij. De aantallen van de AFNL weet ik niet, maar volgens mij gaat het daar ook goed. Dus dan is het antwoord heel simpel: ja, er zijn twee organisaties nodig.”

‘Twee organisaties zijn écht nodig’

Gesthuizen is ervan overtuigd dat er plek is voor twee organisaties. “Het klopt dat we grotendeels dezelfde achterban hebben. Maar Bouwend Nederland vertegenwoordigt ook de grote jongens en en die hebben van tijd tot tijd heel andere belangen dan de mkb-bedrijven. Voor de kleine mkb’ers is de winst of het verlies direct voor je eigen portemonnee, voor veel bestuurders van grote bedrijven is dit niet het geval. Het is belangrijk dat die twee geluiden alle twee vertegenwoordigd worden. In veel andere sectoren zijn er meerdere organisaties actief, dus dat is helemaal niet zo gek. En ook in de politiek is er steeds meer diversiteit”, stelt zij.

Van der Maas weet ook zeker dat AFNL in de toekomst hard nodig blijft. Ook al maakt hij geen deel meer van uit. “Het is zo belangrijk dat de mkb’er altijd voorop gesteld wordt. Als er niemand voor het mkb-belang opkomt, dan wordt deze groep zo ondergesneeuwd. De afgelopen jaren heeft AFNL een plaats onder de bouwhemel veroverd. De koepelorganisatie heeft zich vanuit het niets geworsteld in een erg lastige wereld. Die positie moet je niet zomaar opgeven.”


Belangrijke zaken die AFNL heeft bereikt

Volgens de oud-bestuurders, de huidige AFNL-NOA-voorzitter en een aantal leden heeft AFNL zich in tien jaar tijd weten op te werken tot dé vertegenwoordiger van de kleine bouwer. In ‘Den Haag’ vierde de koepelorganisatie belangrijke successen, zoals:

– Afschaffing loonbetaling tweede ziektejaar (staat nu in het Regeerakkoord)

– Btw-verlaging in de crisis

– Aanscherping wet op betalingsverkeer

Invoering mkb-toets

– Aanpak schijnconstructies

– Gelijk speelveld in de Aanbestedingswet


Vertrek Henk-Klein Poelhuis en Gijs Buijs

Woensdag 27 juni bestaat AFNL precies tien jaar. De aannemersfederatie viert dit tijdens een jubileumcongres in Ede. Op die dag nemen oudgedienden Gijs Buijs en Henk Klein Poelhuis afscheid. Beide mannen waren bij de oprichting betrokken.

Henk Klein Poelhuis: “Ik beschouw de aannemersfederatie nog steeds als mijn kindje. Ik zit inmiddels  niet meer bij de vergaderingen, maar ik volg de organisatie nog steeds. Weliswaar van een afstandje. De mkb-toets, dat inmiddels in het regeerakkoord staat, is denk ik het belangrijkste wat de AFNL de afgelopen jaren heeft bereikt. Bij alle nieuwe wet- en regelgeving wordt straks rekening gehouden met het mkb. Voor kleine ondernemers kan bepaald beleid voor tien keer hogere kosten zorgen dan voor grote bedrijven. Het is goed dat daar straks rekening mee wordt gehouden.”

Gijs Buijs: “Vorig jaar heb ik het stokje overgedragen, omdat mijn drie termijnen erop zaten. Maar ik volg de AFNL nog steeds. Het is een hele prestatie om in tien jaar de club zo neer te zetten en als nieuwe federatie zo’n stevige positie in de markt te veroveren.”

 

Reageer op dit artikel