nieuws

Omvallen bouwreus: is het Carillion-scenario ook in Nederland mogelijk?

bouwbreed 4920

Omvallen bouwreus: is het Carillion-scenario ook in Nederland mogelijk?

Het omvallen van de Britse bouwreus Carillion toont aan hoe kwetsbaar bouwbedrijven nog zijn. Moeten Nederlandse bouwers vrezen?

Making tomorrow a better place, staat er hoopvol op het laatste jaarverslag van de Britse bouwgigant Carillion. Het was wensdenken tegen beter weten in, bleek maandagmorgen toen het een na grootste bouwbedrijf van het Verenigd Koninkrijk faillissement moest aanvragen. Ruim 40.000 werknemers verliezen hun baan; 30.000 bedrijven kunnen fluiten naar hun geld. Wat ging er mis, en is een bankroet van een grote bouwer in Nederland ook mogelijk?

1. Hoe werd Carillion zo groot en kwetsbaar?

Carillion is een uitvoerende bouwer en een facilitaire dienstverlener (schoonmaakdiensten, catering, exploitatie van gevangenissen). Vanaf 2001 groeide het bedrijf, dat een hoofdkantoor heeft in Wolverhampton en in 2016 een omzet boekte van 5,2 miljard pond, onstuimig door overnames van bedrijven die zich bezig hielden met allerlei takken van sport: van spooronderhoud, bouw van ziekenhuizen, telecom tot en met projectontwikkeling. Groot werd Carillion vooral van pps-projecten. Het bedrijf bouwde ziekenhuizen, scholen, bibliotheken, deed werk voor defensie, onderhield sporen en vliegvelden. Midden in de crisis, in 2014, waande het bedrijf zich zo sterk dat zelfs nog getracht concurrent Balfour Beatty over te nemen. Dat bedrijf weigerde echter het bod. De overnames gingen gepaard met gigantische schulden. Behalve forse salarissen werd het topmanagement ook uitbetaald met royale bonussen. De weg naar het bankroet van Carillion doet daarmee denken aan de val van Imtech, dat aan grootheidswaanzin leed.

2. Wat ging er mis?

Halverwege 2017 moest Carillion toegeven dat de contracten veel minder kasstromen opleverden dan verwacht. Het bedrijf moest maar liefst 845 miljoen Britse ponden (950 miljoen euro) afschrijven. Drie grote pps-projecten (twee ziekenhuizen en een wegenproject) in het Verenigd Koninkrijk zorgden voor een verlies van 375 miljoen Britse ponden, de rest kwam door tegenvallers in het buitenland, met name het Midden-Oosten en Canada. De inkomsten staken steeds schriller af tegenover de schuldpositie van ruim 2,2 miljard pond. Om het vege lijf te redden nam het bedrijf zich voor geen pps-projecten meer aan te gaan en geen projecten meer te doen in Qatar, Saudi-Arabië en Egypte. Verder zou Carillion veel selectiever zijn bij het aannemen van projecten. Dat besluit kwam veel te laat, het bedrijf was al terechtgekomen in een vrije val die maandagmorgen uitmondde in een bankroet. Het bankenconsortium met daarin RBS, Barclays, HSBC, Lloyds and Santander UK, die gezamenlijk naar verluidt 1,2 miljard pond in het bedrijf hadden zitten, trok de stekker eruit.

3. Hoe staat de Britse bouw ervoor?

De angst is dat het mega-faillissement van Carillion een domino-effect teweeg brengt. Volgens de Britse krant Guardian stond Carillion bij 30.000 bedrijven in het krijt, veelal onderaannemers en toeleveranciers. De bouw staat er het Verenigd Koninkrijk slechter voor dan in Nederland. De productie steeg in 2017 marginaal. Britse bouwers moeten het vooral hebben van onderhoud van infra, want er zitten niet veel nieuwe werken in het vat. De huizenmarkt zorgt gelukkig voor enige dynamiek. Maar door het gebrek aan arbeiders haalt Groot-Brittannië de benodigde 250.000 nieuwe huizen per jaar bij lange na niet.

De Britse bouw staat onderaan in de lijstjes. Bron: Euroconstruct

De Britse bouw staat onderaan in de lijstjes. Bron: Euroconstruct

4. Heeft de Britse bouw last van de Brexit?

De Brexit zal in ieder geval de utiliteitsmarkt in het Verenigd Koninkrijk negatief beïnvloeden, vooral de bouw van nieuwe kantoren zal terugvallen, was een half jaar geleden de verwachting van James Hastings, een analist van onderzoeksbureau Experian. Door onzekerheden rond de Brexit is de Britse pond ten opzichte van de euro minder waard geworden. Met als consequentie dat materiaal duurder wordt. Ongunstig is ook dat volgens The Economist in het eerste halfjaar van 2017 123.000 buitenlandse arbeidskrachten het Verenigd Koninkrijk verlieten, 28.000 meer dan het jaar ervoor. Daardoor wordt het ontegenzeggelijk moeilijker om voldoende arbeidskrachten te vinden. Hoewel er nog geen definitieve Brexit-deal is, werpt de uittreding uit de EU zijn schaduw vooruit.

5. Hebben Nederlandse bouwers last van het faillissement?

Nog niet. BAM en VolkerWessels, die allebei actief zijn in het Verenigd Koninkrijk, werken niet samen op projecten met Carillion. BAM houdt de situatie rond Carillion nauwlettend in de gaten, maar zal voorlopig “niet actief op zoek gaan naar onderdelen om over te nemen”, aldus de woordvoerder. Mogelijk dat de Nederlandse bouwer later wel kansen ziet om bouwcontracten over te nemen. “We zullen daar kritisch naar kijken.” Volgens de zegsman heeft het faillissement niets met de Britse bouwmarkt te maken, maar betreft het een op zichzelf staand incident. De Nederlandse bouwers kunnen last van het bankroet krijgen als onderaannemers meegesleurd worden in het faillissement. Begin 2016 kostten faillissementen van onderaannemers in België de Bunnikse bouwer 15 miljoen euro.

6. Kan een faillissement van een grote bouwer ook in Nederland gebeuren?

Dat is niet uit te sluiten. In Nederland gingen tijdens de crisis grote namen ten onder: Van Hoogevest, Midreth, Hillen & Roosen, Heddes, Deurwaarder, De Combi, BVR, Moes, Groothuis en Jurriëns. Maar de allergrootste bouwers bleven gespaard. Enkele grote bouwers scheerden langs de afgrond. Heijmans moest in 2016 het zoveelste verlies slikken, dit keer van 110 miljoen euro. Ballast Nedam werd na een Houdini-act op het nippertje gered door de Turkse ondernemer Erman Ilicak, die na de overname nog meer lijken in de kast vond. BAM moest de laatste tien jaar vaker dan voorzien nieuwe afspraken met banken maken en koerst na het instorten van de parkeergarage in Eindhoven en een grote misser bij de Zeesluis in IJmuiden wederom af op magere tot slechte resultaten. De tien grootste bouwers haalden in 2016 een nettomarge van 1,6 procent. Als de baggeraars niet worden meegeteld dan komen de bedrijven zelfs niet verder dan een nettomarge van een schamele 0,1 procent. De slechte marges maken de bouwers kwetsbaar. Volgens sommige topmannen uit de Cobouw50 is de kans groot dat een of meer hoofdaannemers de komende jaren het loodje leggen. Oorzaak zijn de sterk gestegen prijzen van materialen en van onderaannemers, zoals metselaars. Bedrijven die zich in 2016 inschreven op woningbouwprojecten kunnen zich te rijk gerekend hebben en in 2018 in de financiële problemen komen tijdens de de uitvoeringsfase.

 

Reageer op dit artikel