nieuws

Idee Diner van De Bouwcampus: de bouwleiders vinden dat het allemaal wel wat sneller kan én moet

bouwbreed 2036

Idee Diner van De Bouwcampus: de bouwleiders vinden dat het allemaal wel wat sneller kan én moet

Ze waren er weer allemaal, de opinieleiders van de bouw, of zoals u wilt: de bouw hotemetoten. Bij het tweede Idee Diner van De Bouwcampus in Delft afgelopen maandagavond. Partners van De Bouwcampus en andere betrokkenen namen zitting aan één van de elf tafels en bespraken tijdens de gangen een actueel thema. Bijna 90 mensen probeerden de politie en het Rijksvastgoedbedrijf te helpen met hun uitdagingen. Cobouw was er bij.

Elke tafel van het Idee Diner werd gehost door een gespreksleider, en dat waren mensen als Henk Homberg (directeur TBI Bouw), Rob van Wingerden (BAM), Roger Mol (Rijksvastgoedbedrijf) en Annemieke Nijhof (Tauw) en nog wat bekenden uit de bouwwereld. De thema’s werden ingeleid door een spreker en vervolgens ging men er aan tafel op door.

Nu zijn politiebureaus lelijke werkomgevingen met lange gangen en niet zo fijne werkplekken, dus daar valt wel wat te winnen

Dat leverde wel aardige inzichten op in wat de bouw momenteel bezighoudt. De start was voor Leonard Kok, lid van de korpsleiding van de politie. Hij liet een filmpje zien van een agente die vertelde wat ze verwacht van haar huisvesting. Want, zo meldde Kok, huisvesting is bij de politie niet alleen maar ‘Chefsache’.  In het kort zei de agente: nu zijn het lelijke werkomgevingen met lange gangen en niet zulke fijne werkplekken, dus daar valt wel wat te winnen. Ze wilde meer huiselijkheid, warmte en veiligheid. Een mooie uitdaging, zo liet Kok weten.

De politie wil duurzamer worden. Het mag alleen niet meer kosten dan nu

Kok legde zijn uitdaging voor: “We hebben nu zo’n 1,3 miljoen m2 aan politieruimte. Van 700.000 m2 gaan we afscheid nemen en we bouwen er 200.000 m2 nieuw bij. We hebben nu zo’n 20 grote nieuwbouwlocaties. Het budget van de politie is 5 miljard euro per jaar. We willen duurzamer worden. Het mag alleen niet meer kosten dan nu. Dus misschien leveren al die bureaus ook nog wat op.”

Zijn vraag aan alle aanwezigen: hoe kan de politie constructies bedenken die de duurzaamheid verhogen, zonder dat het meer kost?

Wat bij een oud gebouw heel lelijk wordt gevonden, kan in een nieuw gebouw een heel andere uitstraling krijgen

Aan de tafel van Rob van Wingerden tuimelden de oplossingen over elkaar heen. “Er gaat dus veel dicht bij de politie en er komen ook nieuwe locaties bij. Kunnen we niet veel meer hergebruiken? Wat bij een oud gebouw heel lelijk wordt gevonden, kan in een nieuw gebouw een heel andere uitstraling krijgen. Dan is die oude gevel opeens heel erg bijzonder, mooi en authentiek. Daar kunnen we meer mee doen.”

Moeten de stinkende politie dieselauto’s niet overstappen op elektrisch rijden?

Andere oplossingen: kunnen de daken geen energie op leveren? Moeten de stinkende dieselauto’s niet vervangen worden door elektrische? Kunnen gebouwen niet gedeeld worden? Iemand van de Rabobank gaf aan dat het aantal filialen van de bank in de afgelopen tijd sterk is verminderd. Kan er voor die centraal gelegen panden niet een gedeelde oplossing verzonnen worden? De politie kan er een plek krijgen, maar ook bijvoorbeeld zorg. Een aantal mensen vindt dat er ook naar de sociale duurzaamheid gekeken moet worden. Er moet meer gefocust worden op het gebruik. En met slimme technieken en meer data kunnen de kosten ook naar beneden natuurlijk. Waarom zou je een ruimte verwarmen als er niemand zit?

‘We hebben het als bouwers altijd over die 10 verschillen die er per locatie zijn en nooit over de 90 zaken die gelijk zijn’

Algemene idee: we moeten meer kennis delen en meer gebruik maken van schaalgrootte. Dat is natuurlijk ook het stokpaardje van Van Wingerden: “Je kunt het alleen lonend maken als je schaal hebt. Het gaat hier om zo veel gebouwen die een gelijke functie krijgen. We hebben het als bouwers altijd over die 10 verschillen die er per locatie zijn en nooit over de 90 zaken die gelijk zijn. Op die overeenkomsten moeten we focussen, dan kunnen we beter samenwerken en integrale slimme oplossingen verzinnen.”

DG Annet Bertram van het Rijksvastgoedbedrijf

‘We hebben met het Rijksvastgoedbedrijf een hele ontwikkeling doorgemaakt en moeten nu verder’

De tweede case kwam van de DG van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Annet Bertram. Ze is daar nu 10 weken actief en deelde haar verhaal. “We hebben met het Rijksvastgoedbedrijf een hele ontwikkeling doorgemaakt en moeten nu verder”.

Onder haar verantwoordelijkheid vallen 7.000 gebouwen en het beheer van 90.000 hectare grond. Bertram: “Dat is een oppervlakte die gelijk is aan 60% van de provincie Utrecht”.

Het RVB is dus belangrijk. Maar zou nog belangrijker moeten worden. Een beetje uit de ivoren toren en meer de straat in. Ze sprak over drie sporen, die het RVB wil bewandelen en die volgens haar “echt beginnen te lopen”.

Wat is nu de opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf voor de komende drie tot vier jaren?

Bertram noemde een aantal projecten die illustratief moeten zijn voor de nieuwe aanpak. Bijvoorbeeld het Hembrug terrein bij Zaandam, waarbij maatschappelijke doelen worden verbonden met de herontwikkeling van een gebied. Bij Hembrug was dat een militair terrein, waar nu 1.000 woningen komen en waarbij duurzaamheid een belangrijke rol speelt. “Het is niet makkelijk en een lange weg die we moeten afleggen, maar het kan wel”, zegt Bertram.

‘We moeten onze basis bij het Rijksvastgoedbedrijf gewoon op orde hebben’

Die ervaringen leidden er toe dat het RVB is gaan nadenken, aldus Bertram, over wat nu de opdracht is voor de komende drie tot vier jaren.

Ze gaf zelf het antwoord. “We splitsen het op in drie deelopdrachten. We moeten onze basis gewoon op orde hebben. Defensie moet tevreden zijn over ons. Brandveiligheid moet in orde zijn, energetisch moet het goed werken, maar iedereen moet zich ook comfortabel voelen in die ruimte.”

Het tweede doel is dat het RVB marktconform moet verhuren en verkopen. Nog altijd moeten er flink wat terreinen afgestoten worden. Bertram maakte daar niet zo veel woorden aan vuil.

‘We willen als Rijksvastgoedbedrijf niet langer dat iedereen alleen maar zijn eigen klus doet, maar willen duurzaamheidseisen koppelen aan maatschappelijke doelen’

“Het derde punt is dat we ons verbinden met lokale en regionale partijen. Welke opdracht hebben zij en kunnen wij daarbij helpen? We willen niet langer dat iedereen alleen maar zijn eigen klus doet, maar willen duurzaamheidseisen koppelen aan maatschappelijke doelen. En dat moet je echt samen doen. Je moet dan op zoek naar andere partijen die gelijke doelen hebben. Als je die partijen bij elkaar zet, gebeuren er ook interessante dingen. Dan gebeurt er meer. Energietransities kun je ook niet meer alleen lokaal aanpakken. Je moet het samen doen”.

Haar vraag aan de zaal was eenvoudig: is dat een goede gedachte?

Ja, aan de tafel van Annemieke Nijhof van Tauw bestond daar geen twijfel over. “Je moet gewoon beginnen. Lef hebben”, zei er één. En: “Begin klein en ga dan opschalen. Maar sta open voor alles en iedereen”.

Er was veel discussie tijdens het Idee Diner van De Bouwcampus

‘Ik heb al eerder gezegd dat we af moeten van het woord ‘pilot’. Dan is men even innovatief en dan wordt het weer ondergesneeuwd door de dagelijkse werkdruk. Als je maar blijft ‘pilotten’ dan wordt het nooit iets.’

Iemand anders: “Ja, maar je hebt wel een leider nodig. Anders zit iedereen maar een beetje naar elkaar te staren.” Nijhof vulde aan: “Ik heb al eerder gezegd dat we af moeten van het woord ‘pilot’. Dan is men even innovatief en dan wordt het weer ondergesneeuwd door de dagelijkse werkdruk. Als je maar blijft ‘pilotten’ dan wordt het nooit iets. Tegelijk moet je dan wel zorgen dat het redelijk snel breder toepasbaar is, anders loont het gewoon niet.”

‘De energietransitie is net zo belangrijk als waterbeheer, willen we hier in dit land overleven. Maar er is een geweldig gebrek aan gevoelde urgentie’

Het doorbreken van de routines. Dat is kennelijk heel lastig in de bouw. En dat moet wel willen we stappen maken en beter samenwerken en bijvoorbeeld de klimaatdoelen halen. Er was ook ergernis dat de bouw kennelijk zijn verhaal niet altijd over het voetlicht krijgt. Nijhof: “Waterbeheer kost 9 miljard per jaar in Nederland. Men vindt dat prima, want anders stroomt het water door de straten. Niemand trekt de noodzaak daarvan in twijfel. Maar de energietransitie is net zo nodig. En die kost zo’n 5 miljard per jaar. Die investering is net zo belangrijk als waterbeheer, willen we hier in dit land overleven. Maar er is een geweldig gebrek aan gevoelde urgentie. We zitten in een crisis en dan moet je handelen.” Daar sprak frustratie uit.

Een tafelgenoot steunde die gedachte wel en zei: “Het kabinet heeft in zijn Regeerakkoord op dit vlak ook kansen laten liggen. De lat had veel hoger moeten liggen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie.”

De tafel knikte en was het er hartstochtelijk mee eens.

Bernard Wientjes (links) en Jan Hendrik Dronkers leggen de nadruk op samenwerking, maar het mag allemaal wel wat sneller.

‘Toch is er nog heel veel nodig om het tempo te versnellen’, zegt Wientjes.

Later kregen Bernard Wientjes en Jan Hendrik Dronkers nog afsluitend het woord. Zij toonden zich optimistischer over alle voortgang zoals die ook in De Bouwagenda is opgetekend.

Dronkers liet weten dat hij trots is op de partners en de partijen die kennis, tijd en capaciteit inbrengen om “de grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat het hoofd te bieden”. Hij begrijpt wel dat het niet altijd een makkelijke weg is, maar vindt ook dat er in de afgelopen periode al belangrijke stappen zijn gezet, die bijdragen aan de ambities uit De Bouwagenda.

Bernard Wientjes is op zijn beurt vooral trots dat ook de politiek zich bewust is geworden van de enorme opgave waar de bouwsector voor staat om in 2050 CO2 neutraal te kunnen zijn, voldoende woningen te kunnen bouwen én te verduurzamen. Toch is er nog heel veel nodig om het tempo te versnellen, geeft ook Wientjes toe. Dat vraagt om een nog intensievere samenwerking tussen partijen, maar ook tussen het partnernetwerk van De Bouwcampus en de Taskforceleden van De Bouwagenda. En daarmee kon iedereen aan de tafels naar elkaar wijzen.

De mannen vroegen ook nog tips en adviezen aan het publiek. Eén van de vragen was of er niet meer aandacht kon worden gegeven aan particuliere initiatieven. Hoewel daar zeker aandacht voor is, zo bezwoeren de heren, ligt de focus vanuit De Bouwagenda toch vooral op de wijkaanpak en schaalgrootte. We moeten grote stappen maken, anders lukt het niet, zo was hun boodschap.

Dronkers vertelde Wientjes nog dat het logisch is wanneer je wat ouder wordt, je ook haast krijgt. “Vaak wordt overschat wat je in 1 jaar kunt bereiken, maar onderschat wat je in een paar jaar voor elkaar krijgt”, was het slotwoord van Dronkers. Wientjes kon dat alleen maar beamen. Maar dat hoort ook bij zijn rol. Als iemand er in moet geloven, dan is het Wientjes wel.

‘Vaak wordt overschat wat je in 1 jaar kunt bereiken, maar onderschat wat je in een paar jaar voor elkaar krijgt’, aldus Jan Hendrik Dronkers.

Het was een avond vol meningen, eensgezindheid over de noodzaak tot nauwere samenwerking, het gedeelde gevoel voor urgentie, maar ook ergernis over de traagheid waarmee veranderingen tot stand komen. Toen men het pand verliet ging dat met de gedachte dat er nog veel moet gebeuren, maar dat het zinvol is om dit zo op de agenda te zetten. En bovendien was het best gezellig.

Reageer op dit artikel