nieuws

Directeur Ballast Nedam: ‘Bouwer van toekomst bepaalt agenda van Nederland’

bouwbreed 6785

Directeur Ballast Nedam: ‘Bouwer van toekomst bepaalt agenda van Nederland’

Bouwers en ontwikkelaars bepalen in de nabije toekomst de agenda van Nederland. Dat voorspelt Ballast Nedam-directeur Onno Dwars. “De tijd van bouwen volgens het Bouwbesluit is voorbij.”

Een pianist? Een filosoof misschien. Nee, hij is directeur bij één van de grootste Nederlandse bouwers en ontwikkelaars. “Directeur?” “Onno Dwars.”

“Echt?”, zal de man of vrouwen denken die deze zachtaardige, timide, immer opgewekt ingestelde dertiger voor het eerst spreekt, denken.

Dwars, vooral bekend van de Stroomversnelling, zegt wat hij denkt en doet waar zijn gedachten hem brengen. Zonder iemand te beledigen, tegen de stroom in. Dwars zonder dwars te liggen. Gasloos? Direct, waarom wachten tot morgen.

Hoe 2018 eruitziet? Je moet flink doorvragen voor hij een wanklank laat vallen. Het liefst speelt hij betekenisvolle melodietjes. Het is even wennen. Wil je begrijpen wat hij bedoelt, dan zul je aandachtig moeten luisteren. Al begint hij luchtig.

Lente-akkoord breekt door

“Ik denk dat het een goed jaartje wordt, waarin we veel kunnen bereiken. Net voor de kerst hebben we nog een mooie acquisitie gepleegd met Rotterdam Building. Een mooie locatie met veel potentie.”

Het wordt een raar jaar. Van personeelstekorten. Van vraaguitval. Een Deltaplan voor de Woningmarkt is nodig, gingen andere topmannen hem voor in deze interviewserie. Het spreekt hem wel aan, zo’n Deltaplan, maar ziet zelf vooral een jaar voor zich, van grote, maatschappelijke, ontwikkelingen.

“Neem de energietransitie die in 2008 is ingezet met het Lenteakkoord. Tien jaar later zie je dat bouw- en vastgoedpartijen daar nadrukkelijk een grote rol bijspelen. Dat geldt ook voor de mobiliteits-, de ecologische- en de gezondheidsopgave. Veel concepten gaan mijlen verder dan vastgoed. Dat wordt 2018. Het jaar van de integrale ontwikkeling.”

Het stenen stapelen voorbij. Antwoord geven op maatschappelijke vragen. Precies zoals de filosofie van de Rijksbouwmeester met zijn ontwerpprijsvraag voor wonen en zorg, ‘Who cares.’ 

Is dat niet wat naïef gedacht in een tijd van krapte op de markt? Het werk ligt voor het oprapen. Kunnen bouwers en ontwikkelaars nu wel dat maatschappelijke verschil maken?
“We gaan met zijn allen op de oude voet door! Oprecht is dat een interessant standpunt. Daar geloof ik niet in. Dat denken komt voort uit het feit dat we met zijn allen gewend zijn geraakt aan bouwen volgens de normen van het Bouwbesluit. Deze tijden zijn echt voorbij. Om je bestaansrecht te behouden zul je kwalitatief gezien ver boven bestaande wet- en regelgeving moeten leveren. Je ziet dat al terug bij verschillende partijen. Ik denk dat dit alleen maar extremer gaat worden. Nederland is namelijk op. Onze gebouwde omgeving voldoet namelijk niet meer aan de eisen die we stellen aan onze leefomgeving. We hebben welvaart gecreëerd en nu is het tijd om welzijn te creëren. Tijdens deze transitie zal alles op de schop gaan. Door deze integrale benadering worden opgaven complexer. Steeds verder worden we beperkt in onze bouwkundige mogelijkheden vanuit de ruimtelijke ordening en verkeersbewegingen. Dat is een extra motivatie om integraal te kijken naar bouwprojecten. Sterker. Dat moet wel om de verdichtingsopgave te realiseren. In het bestaande systeem lopen we vast.”

Onno Dwars geeft geregeld lezingen

Er is te weinig ruimte in de binnenstad om 100.000 woningen per jaar te behouden, zeggen anderen…
“Grote steden sturen steeds meer aan op herontwikkelingen op grote bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Ik zie veel gebiedsvisies over gebiedsvisies heen ontstaan, waardoor oude gebieden een tweede leven krijgen. In deze gebiedsvisies komen steeds vaker maatschappelijke thema’s zoals de vergrijzing en de energietransitie terug als onderdelen van de opgave. Onder druk van deze behoefte zie je dat er nu ook een groot aantal hoogbouwprojecten op stapel staat. Deze hoogbouwprojecten staan symbool voor de make-over van Nederland.”

Leer van Tokio, zegt Edwin van den Berg, bestuursvoorzitter van Van Wijnen…
“In reactie daarop, denk ik, dat we meer ons eigen voorbeeld moeten stellen. Wij moeten die verdichtingsstappen namelijk nog maken. Natuurlijk kun je een voorbeeld nemen aan steden zoals New York, aan de andere kant hebben wij het voorrecht dat we iets achterlopen. Wij zijn ons bewust van ons handelen en de impact daarvan. Als wij gaan verdichten, kunnen we de energiehuishoudingsopgave en de ecologische opgave daar direct in meenemen. Vanochtend hoor ik de op de radio dat vijftig architecten de gemeente Rotterdam een brief hadden gestuurd: maak meer ruimte voor dieren in de stad, was hun pleidooi. Dat zegt wat mij betreft alles en zie ik ook oprecht gebeuren. Minder parkeerplaatsen in steden, vanwege andere gewoonten, vanuit andere behoeften.”

Klinkt als Utopia, en wel leven nog lang en gelukkig en we hoeven nauwelijks bij te sturen. Zie jij dan geen problemen?
“Natuurlijk wel. Ik onderschrijf ook volledig de mening dat we het vooralsnog moeten hebben van voorbeeldprojecten. Maar een stad zoals Rotterdam heeft echt al een duidelijke visie en daagt zichzelf uit. Op andere plekken in Nederland zou dat ook moeten gebeuren. Al vind ik een Deltaplan een containerbegrip. Voor de woningmarkt zou het echt goed zijn als die er zou komen. Tegelijkertijd moet de overheid daarbij wel op gepaste afstand blijven. Partijen als Unilever en pensioenfondsen bepalen tegenwoordig de agenda van Nederland. Zij willen niet meer investeren in olie- en gasprojecten. Als bouw en vastgoedsector zouden we ons dat nog meer moeten realiseren, en zouden we ons ook nadrukkelijker kunnen presenteren. Wij moeten zelf de agenda gaan bepalen. Creativiteit kan niet alleen vanuit de overheid komen. Juist niet.”

Iets toevoegen. Levensbestendig bouwen. Integraal bouwen. Dat is je verhaal. Maar intussen zijn personeel en materialen niet aan te slepen. Brengt dat de maatschappij niet in de problemen?
“Dat zijn serieuze problemen. Sommige bouwbedrijven lopen al tegen de grenzen aan van hun mogelijkheden, omdat er geen capaciteit meer is, qua mensen en toelevering. Met als gevolg dat prijzen stijgen en projecten vertragen. Met andere bouw- en ontwikkelmethoden kun je deze problemen ondervangen, maar dat zal niet van de een op de andere dag mainstream zijn. De bouwopgave is groot. Dat staat vast. Veel groter dan we nu met zijn allen denken.”

Vreest je binnen afzienbare tijd een volgende crisis op de woningmarkt?
“Ik ben te jong om bang te zijn. Ik snap wel dat sommige woningmarktdeskundigen en bouwdirecteuren dat roepen. Ik voel me voorlopig niet beperkt om nieuwe projecten te starten. Ik zie de problemen wel, en de vertragingen, maar crisis. Dat is een groot woord. 100.000 woningen per jaar? In de goede jaren bouwden we er 80.000. Dat aantal is in de crisis gehalveerd. Maar ik weet niet exact wat deze getallen waard zijn. Bovenal vind ik dat we niet bij de pakken neer moeten zitten. Ook wij hebben onze verantwoordelijkheid als sector.”

Wat is je boodschap voor bouwers in 2018?
“Maak je ambities waar.”

Dat doet denken aan Ramses Shaffy. We zullen doorgaan.
“Zo ben ik gewoon. Daar kan ik niets aan doen…”

 


2018: raar en fantastisch jaar

Illustratie van Pascal Tieman

Eerdere verhalen die in deze serie verschenen

TBI-topman: bouw moet meer trots uitstralen
Topman BAM positief over 2018 ondanks Trump en Brexit
Bestuursvoorzitter Van Wijnen: ‘Nederland heeft meer lef én visie nodig’
Topmannen in de bouw waarschuwen voor productiedip
Bouwdirecteuren over 2018: superjaar met flinterdunne marges

Reageer op dit artikel