nieuws

Hoezo gaat het weer beter? Uit de jaarcijfers blijkt iets anders

bouwbreed 13464

Hoezo gaat het weer beter? Uit de jaarcijfers blijkt iets anders

De tien grootste bouwers van Nederland hebben afgelopen jaar samen 24,8 miljard euro omgezet. Dat is 5,2 procent minder dan het jaar ervoor. De totale winst die ze boekten halveerde bijna tot 389 miljoen. In plaats van beter, gaat het slechter. Hoe kan dat?

De bouwsector zit al weer een paar jaar in de lift. Afgaande op de krantenkoppen van afgelopen weken, klotst het werk inmiddels zelfs tegen de bouwplinten, moeten aannemers hun klanten steeds vaker ‘nee’ verkopen en nemen de zorgen over een tekort aan ‘handjes’ flink toe. Hoe deze verbeterde marktomstandigheden om te zetten in klinkende munten, is voor de grote bouwers vooralsnog een lastige opgave. Afgelopen jaar slaagden ze daar in ieder geval nog niet in, zo valt op te maken uit het financiële overzicht dat Cobouw heeft opgesteld op basis van de jaarrekeningen van deze bedrijven. Sterker nog, er lijkt sprake van een terugval.

Economische tegenwind

Van de tien grootste bouwers zagen er maar liefst zes hun omzet teruglopen: BAM, Boskalis, Van Oord, Heijmans, Strukton en Ballast Nedam. Vooral de teruggang bij de twee baggeraars is verrassend. Afgelopen jaren waren het juist zij die grote groei doormaakten. In 2016 kregen ze echter te maken met economische tegenwind als gevolg van de teruggang in de voor hen zo belangrijke olie- en gasmarkt. Die tegenwind was zo stevig dat Boskalis zijn omzet met bijna 20 procent zag zakken en Van Oord zelfs met dik 33 procent.
Daarbij vergeleken bleef de terugval bij de acht ‘pure’ bouwers nog beperkt. Strukton leverde 1,2 procent in, Heijmans 4,8 procent en BAM, mede als gevolg van de Brexit-dreun op de koers van de Britse pond, 6 procent.

Omzetklap

Met een daling van iets meer dan 7 procent kende Ballast Nedam nog de grootste omzetklap. Toch herstelde de Nieuwegeinse aannemer zich daarmee wel van rampjaar 2015, toen het bedrijf nog een krimp van 27 procent voor zijn kiezen kreeg. Het verhaal van Ballast Nedam is bekend: de bouwer raakte in 2015 door problemen op de infraprojecten A15 Maasvlakte-Vaanplein en de A2-tunnel in financiële nood, moest bedrijfsonderdelen verkopen om het hoofd boven water te houden en kwam uiteindelijk in handen van het Turkse Renaissance.

Probleemprojecten

Ook bij Heijmans hield de omzetdaling, van bijna 5 procent, verband met probleemprojecten (lees: werken die in crisistijd tegen aanneemsommen werden binnengehaald waarvoor ze niet gemaakt kunnen worden). De verliezen liepen uiteindelijk zo hoog op dat de bouwer – onder druk van de banken – besloot zich terug te trekken op de Nederlandse markt. Een teruglopende omzet was, net als bij Ballast Nedam, het onvermijdelijke gevolg.

Van de drie bouwers die wel meer omzet wisten te genereren, deed VolkerWessels dat veruit het beste. Het concern, al jaren een stabiele factor in de top van de bouwsector, voerde de opbrengsten met bijna 12 procent op. Daarmee bleef het Van Wijnen (10,1 procent groei) en Dura Vermeer (+8,8 procent) voor.

Recordverliezen

Een jaar hard werken leverde de tien koplopers 388 miljoen op. Worden daar de (mega)winsten van baggeraars Boskalis en Van Oord van afgetrokken, dan blijft er nog maar 22 miljoen over. Dat is veel minder dan in 2015, toen de acht bouwers samen 100 miljoen overhielden.
Met name het verlies van Heijmans, van maar liefst 110 miljoen, doet zich gelden. De aannemer uit Rosmalen schrijft al jaren rode cijfers, maar zo diep in het rood als in 2016 belandde het bedrijf nog niet eerder.
Heijmans was echter niet de enige uit de top 10 die het jaar met verlies afsloot. Ook Ballast Nedam (-75,8 miljoen) en TBI (-16,7 miljoen) kenden een negatief resultaat. Vooral voor TBI was dat, na twee winstgevende jaren, even slikken. Het Rotterdamse bouwconcern vergiste zich in de risico’s van het EPO-project in Rijkswijk en moest daardoor een forse verliesvoorziening treffen.

Schamele 0,1 procent

BAM, Strukton en Dura Vermeer boekten wel winst, maar hun winstmarges bleven onder de 1 procent – en daarmee dus nog ver verwijderd van de in de bouw zo gewenste 3 procent. VolkerWessels en Van Wijnen deden het wat dat betreft iets beter met een winstmarge van respectievelijk 2,5 procent en 1,9 procent.
Over de gehele linie kwam de nettomarge uit op 1,6 procent. Maar als we de baggeraars niet meetellen op een zeer schamele 0,1 procent.

Toegenomen vraag

De grote vraag is: wat is er nodig om weer gezonde marges te kunnen boeken? Bij de presentatie van de jaarcijfers gaf een aantal bouwondernemingen daar duidelijk antwoord op: eerst zullen de ‘oude’ projecten uit de orderportefeuilles moeten worden weggewerkt. Dat kan nog enige tijd duren, want het aandeel potentiële verlieswerken loopt volgens hen weliswaar rap terug, maar is zeker nog niet gereduceerd tot nul.
Daarnaast is nodig dat de kwantiteit en de kwaliteit van de ordervoorraad omhoog gaan. Wat dat betreft is er wel goed nieuws. Dit jaar startten de top-10-bedrijven met een werkvoorraad van 34,5 miljard euro, 400 miljoen meer dan een jaar eerder. Een stijging van 1,5 procent is dan misschien niet spectaculair, maar bewijst wel dat ook de grootste bouwers inmiddels weten te profiteren van de toegenomen vraag in de markt.

Foto's

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels