nieuws

‘Stapelinnovaties, dat nooit meer’

bouwbreed 6

‘Stapelinnovaties, dat nooit meer’

Toen hij er zelf 25 jaar middenin stond, zag Jos Lichtenberg ineens dat innovatie in de bouwsector vooral bestaat uit kleine verbeteringen en oplossingen door techneuten verzonnen problemen. Zijn antwoord was Slimbouwen. Daar houdt hij zeker niet mee op nu hij afscheid neemt als hoogleraar aan de TU Eindhoven.

Er was promotieonderzoek voor nodig. Dat dwong hem om afstand te nemen van de dagelijkse praktijk van productinnovatie. Daardoor zag hij scherp dat er in de bouw weliswaar werd geïnnoveerd, maar dat het meestal om kleine verbeteringen ging van iets dat er al was. Stapelinnovaties noemt Jos Lichtenberg ze. Hij realiseerde zich dat echte doorbraken zo niet tot stand kwamen. Door de hopeloze versnippering van de sector bleven innovaties ook beperkt tot de eigen snipper. Hij ontwikkelde het Slimbouwen-gedachtegoed en besloot zich daar de rest van zijn carrière sterk voor te maken.

U heeft zichzelf ook lang bezondigd aan stapelinnovaties?

‘‘Absoluut. Ik heb heel lang meegedraaid in het circus. Ik ben daar ook in opgeleid en ben zelf ook een kind van de sector. Binnen Rockwool, DSM en later binnen mijn bouwinnovatiebureau A+ bedachten we heus slimme dingen. Maar het waren toch wel kleine verbeteringen die voortborduurden op iets dat er al was. Oplossingen voor problemen die techneuten zelf bedacht hadden. We pakten de problemen niet integraal aan.

Slimbouwen komt toch ook niet uit het niets en bouwt voort op het werk van voorgangers?

“Zeker. Bijvoorbeeld het dragerinbouwsysteem van John Habraken. Al ging dat vooral over de scheiding waarop de gebruiker al dan niet invloed kan uitoefenen. Installaties en de ontvlechting van de leidingknoop speelden bij hem een ondergeschikte rol. Daar heeft van Randen baanbrekend werk verricht, waar we met Slimbouwen ook op voortborduren. Maar daarnaast gaat Slimbouwen over de procesmatige kant. Dat je kennis van uitvoeringspartners naar voren haalt en al in de engineeringsfase benut. En dat je een hele duidelijke knip aanbrengt tussen de verschillende fasen van de bouw. Dat je niet iedereen door elkaar heen laat werken, maar strikt na elkaar.“

De claim dat je met SlimBouwen 30 procent goedkoper bouwt, is nogal kras.

“Bij projecten als Kraanspoor in Amsterdam, La Fenetre in Den Haag en de Rode Haan in Delft werden aantoonbare besparingen geboekt. Faalkosten werden verminderd en de slimmere bouwlogistiek en een efficiënter materiaalgebruik droegen flink bij. Maar het meest overtuigende bewijs van Slimbouwen was de bouw van de Venco Campus in Eersel. De directeur van de wereldmarktleider op het gebied van stalinrichting voor de pluimveelsector had al zeven keer eerder nieuwe panden neergezet, maar was iedere keer teleurgesteld. Hij koos ditmaal expliciet voor Slimbouwen. De winst ten opzichte van het traditioneel ontworpen en gecalculeerde ontwerp bedroeg inderdaad 30 procent. Dat bedrag werd geïnvesteerd in een groot dak vol pv-panelen. De Venco-campus was in 2013 het eerste bedrijsgebouw in Europa met een Breeam-outstandingcertificaat.“

Active house was nog zo’n kantelpunt in uw carrière.

‘‘Die kwam echt als een donderslag bij heldere hemel. Tijdens een bezoek aan het eerste Active house in Denemarken zag ik plots wat de meerwaarde was van energieslurpende oplossingen als grote ramen en royaal ventileren. Dat druiste in tegen de intuïtie van iedereen die tot dat moment met duurzaam bouwen bezig was. Bij Rockwool ben ik eind jaren zeventig ook betrokken geweest bij een nulenergiewoning. Dat lukte, dankzij hele dikke muren en piepkleine ramen. En dan stonden er binnen nog wat installaties te brommen. Achteraf was het meer een machinekamer dan een plek voor mensen om te wonen.’’

Het ontwerp voor uw eigen Hott-woning moest radicaal om.

“Active house zet een comfortabele woning voorop met veel daglicht en een aangenaam en gezond binnenklimaat. Met pv-panelen, collectoren en een warmtepomp wordt de benodigde energie opgewekt, zodat ook het extra verlies door daglicht en gezonde ventilatie wordt gecompenseerd. Liefst nog veel meer, zodat een energieleverend gebouw ontstaat. Een compleet andere benadering die een compleet andere woning opleverde. Net op tijd voor mij.”

De crisis gooide nog bijna roet in het eten.

“Ik had vier aparte partijen gecontracteerd voor het casco, de schil, de installaties en de afbouw. Strikt volgens de filosofie van Slimbouwen. Op de afbouwer na gingen ze tijdens de crisis allemaal failliet. Van installateurs heb ik er in de loop der tijd zelfs vier aan tafel gehad. Iedere keer moest je ze weer opnieuw de aanpak uitleggen. En de inbreng van een nieuwe partij had vaak ook gevolgen voor de anderen die er al langer bij betrokken waren. Maar toen er eenmaal werd gebouwd ging het snel. In ruim een half jaar stond het huis er. Niet gek voor een prototype.”

Prototype? Het grote verwijt aan de bouwsector is toch juist dat ze alleen maar prototypes bouwt?

‘‘Dat lijkt zo, maar de meeste woningen en gebouwen hebben vooral heel veel overeenkomsten. Heel veel details en oplossingen zijn identiek. In het Hott-house zijn de integraliteit en de manier waarop alle systemen en installaties met elkaar samenwerken echt nieuw. Met bijna zestig pv-panelen op het dak, zes collectoren, een warmtevat en een luchtwarmtepomp is het een kleine energiecentrale. Mijn auto rijdt grotendeels van eigen stroom en ik krijg jaarlijks nog 1000 euro terug van het energiebedrijf.”

Alles wordt aangestuurd door een slim gebouwbeheerssysteem…..

“Bestond dat maar. Het zijn meestal stand-alonesystemen, die óf de zonwering automatisch sluiten, óf de ventilatie inschakelen óf de verwarming aansturen. En van de weersverwachting trekken ze zich nog niets aan. Terwijl je daar, zeker in de lente en de herfst, op moet anticiperen als je slim met energie wilt omgaan. Ik heb dankzij het onderzoek inmiddels wel een protocol hoe zo’n systeem moet werken.”

Wat zou u nu anders doen?

“Misschien zou ik wel voor iets dunnere muren kiezen. De schil heeft nu een Rc-waarde van 6,5 m2K/W. Bij lange na geen 10 zoals bij passiefhuizen. Maar het zou misschien nog wat dunner kunnen.”

Isoleren kan toch nooit kwaad?

“Met de laatste centimeters extra isolatie boek je een geringe energiewinst. En met pv-panelen, warmtepomp en zonneboiler kun je de verliezen door dunner isoleren gemakkelijk compenseren. Mijn vrouw en ik wilden een houtkachel, zoals we in onze vorige huizen ook hadden. De aansluiting en het rookkanaal zijn aangebracht. Maar toen we hier net woonden, er visite was en we wat waxinelichtjes aanstaken voor de sfeer, warmde de ruimte zo snel op dat we moesten gaan koelen. Dat was nou ook weer niet de bedoeling, dus die houtkachel is er nooitmeer gekomen.’’

Bevalt de Slimline-vloer, van eigen ontwerp?

“Die is er niet eens in terechtgekomen. Ik moest als onderzoeker toch ook een keer breken met het verleden en laten zien dat er meer wegen naar Rome zijn. Alle leidingen en kanalen zitten in een goed toegankelijke goot, de aorta. Op één plaats wordt er met mantelbuizen een oversteek gemaakt voor verdere verspreiding vanuit de plinten. Verticaal transport verloopt via een schacht.”

Dat is vooral handig voor de volgende bewoners waarschijnlijk.

“We hebben tot onze eigen verbazing al een televisiekabel moeten invoeren. Het dorp is aangesloten op glasvezel, maar de drie providers waar we uit konden kiezen leverden allemaal een wanprestatie. Driekwart van de mensen hier heeft inmiddels weer een coaxkabel in huis. Ik heb als enige niks hoeven hakken of breken.”

Wat horen we nog van Jos Lichtenberg komende jaren?

Het pensioen verschaft mij de vrijheid alleen nog dingen te doen die ik betekenisvol vind. Ik ben onder andere betrokken bij de realisatie van een campus voor Het Dorp bij Arnhe m en ga voor de hogeschool Zuyd nog een masteropleiding opzetten. Daar wordt het gedachtengoed voortgezet van de afdeling Building Technology die twee jaar terug op de TU/e plots werd opgeheven. Dat vind ik nog altijd een onvergefelijke beslissing van het faculteitsbestuur. Er komen vast nog andere betekenisvolle projecten op mijn pad. En ik wil dus het gebouwmanagementsysteem verder optuigen. Daar heb ik al ruwe scripts voor geschreven. De systemen van de grote installatiemultinationals zijn te veel blackboxen, die standalone-oplossingen bieden. Technologiegedreven en met weinig oog voor de werkelijke behoefte en vraag van de consument. Dat zit echt heel diep, merk ik telkens weer. Ik heb meer fiducie in de stappen die Apple en Google op dit terrein zetten. Maar ik heb zelf ook nog wel wat ideeën die ik graag gestalte wil geven. Vraaggestuurd uiteraard. Want goedbedoelde techneutenonzin, daar verdoe ik mijn tijd niet meer aan.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels