nieuws

Mkb-dier verlaat Aannemersfederatie met pijn in ’t hart: “De bouw moet eerlijker worden”

bouwbreed 3016

Mkb-dier verlaat Aannemersfederatie met pijn in ’t hart: “De bouw moet eerlijker worden”

Hij is een ‘het kind van de bouw’ en beschouwt de Aannemersfederatie als zijn kindje. Kindjes laat je niet zomaar los. En toch gaat dát gebeuren. Henk Klein Poelhuis (71) stopt als voorzitter van de enige Nederlandse branchevereniging die uitsluitend opkomt voor de belangen van kleine en middelgrote bedrijven in de bouw. Hij is trots en waakzaam: “Ik maak me grote zorgen over de familiebedrijven.”

Stopt hij als voorzitter? En de Aannemersfederatie dan? Bij wie kan het mkb dan terecht voor al zijn problemen? En die zijn er nog volop.

Het vertrek van Henk Klein Poelhuis zaait ook op het hoofdkantoor van de AFNL in Veenendaal onrust. Want een opvolger voor deze mkb-strijder van het eerste uur is niet één, twee, drie gevonden. En het is nog maar kort geleden dat ook die andere mkb-mastodont, Wim van der Maas, een punt zette achter zijn carrière.

“Bewust namen we niet tegelijk afscheid”, erkent de 71-jarige Klein Poelhuis het dilemma. “We wilden niet in één keer de hele basis wegslaan.”

Henk Klein Poelhuis: Sjef Prins – APA Foto

Voor wie hem niet kent: Henk Klein Poelhuis, ademt, leeft en is bouw. En vooral van het midden- en kleinbedrijf in de sector gaat zijn hart sneller kloppen.

Zijn grootvader had een eigen bedrijf. Zijn vader trad in zijn voetsporen. En ook Henk volgde dat pad. Maar het werd er niet eenvoudiger op. Er kwamen steeds meer regels. Het runnen van een ‘gewoon’ bouwbedrijf met meer dan 25 werknemers is vandaag de dag nauwelijks nog te doen. 24 uur per dag werken, wie doet dat tegenwoordig nog?

Rol mkb nog lang niet uitgespeeld

Hij zag dat aan zijn zoon, die in 2006 de stekker uit het oude familiebedrijf trok. Hij ziet dat aan zijn buurman, die anno 2017 nauwelijks het hoofd boven het klotsende ‘bouwwater’ van regeltjes en nog meer regeltjes kan houden.

“Dag en nacht is hij ermee bezig, maar ook hij ervaart dat het runnen van een bouwbedrijf eigenlijk te moeilijk is geworden.”

Klein Poelhuis maakt zich zorgen over de opvolging bij familiebedrijven in de bouw. Anders dan de opkomst van rollende robots doet voorspellen, gelooft hij dat de rol van de mkb’er in de bouw de komende decennia nog niet is uitgespeeld.

“Mkb-bedrijven blijven voorlopig een enorm belangrijke schakel in de Nederlandse bouw. Grote woningbouwers heeft ons land eigenlijk niet nodig en juist de energietransitie vraagt om klantcontact en persoonlijke begeleiding. Ik ben niet tegen de globalisering, maar het past niet bij onze bouwsector.”

Regeldruk tien keer hoger

Maar het mkb heeft het zwaar. Al jaren. Nog steeds. Klein Poelhuis: “Deskundigen schatten de kosten van de regeldruk voor mkb-bedrijven tien keer hoger in dan voor het grootbedrijf.”

Het wordt nog al eens onderschat, weet de oud-eigenaar van een metselbedrijf. Uren, weken, maanden, jaren moest hij met Wim van der Maas soms leuren in de Den Haag om gehoord te worden. Bijvoorbeeld als het gaat om de verplichte mkb-toets die er komt bij nieuwe wetgeving: hoe pakken nieuwe regels uit voor kleine en middelgrote bouwers.

Klein Poelhuis is trots op dat resultaat. Tegelijkertijd beseft hij als geen ander dat ook die strijd nog niet gestreden is. “Het blijft de vraag hoe die belofte wordt waargemaakt. Eigenlijk werden we binnen twee jaar al serieus genomen. Hoe dat komt? Dankzij ons weten Kamerleden wat er buiten gebeurt. Bij ons worden ze niet geconfronteerd met beleidsmedewerkers, maar met mensen die met de voeten in de klei staan of stonden.”

Mkb-geweten

Nee, zijn vertrek gaan ze in de bouw missen. Samen met oud-directeur Wim van der Maas was Klein Poelhuis het mkb-geweten in politiek Den Haag. Bewust boden zij tegenwicht aan ‘grootmacht’ Bouwend Nederland, waar ze verschillende ruzies mee uitvochten.

“Organisatorisch had Brinkman met de wens voor één bouwclub gelijk. Hij had te maken met allemaal kippen in een kippenhok en dat maakte het nemen van besluiten lastig. Maar één partij is geen partij. Je moet elkaar scherp houden in de bouw”, blikt Klein Poelhuis terug op de oprichting van de Aannemersfederatie bijna tien jaar geleden.

Gezonde sector

Scherp houden deden Bouwend Nederland en de Aannemersfederatie wel. De vonken vlogen er soms vanaf. Of het nou ging over langer doorwerken, schijnconstructies, of de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

“Maar persoonlijk heb ik nooit problemen gehad met Bouwend Nederland. In verschillende besturen zitten we aan tafel. Wij zijn de grootste partij, bleven bepaalde mensen zeggen. En wij zijn ook van het mkb… Het verschil is echter dat wij er alleen voor het mkb zijn. Wat dat betreft hebben wij het simpeler dan Bouwend Nederland. Voor tachtig procent delen wij dezelfde belangen, maar het gaat om de laatste twintig procent.”

Zorg voor een gelijk speelveld. In vier woorden is dat waar de Aannemersfederatie voor staat. Eerlijke concurrentie, in twee woorden. Klein Poelhuis weet zeker dat de AFNL ook zonder hem toekomst heeft. “Tegenwoordig kom je als ondernemer nog zoveel problemen tegen. Die kun je niet in je eentje oplossen.”

Gehoorapparaat

Een eerlijke bouw. Daar ging Klein Poelhuis voor. “Met goede argumenten vertellen dat het niet normaal is dat er bedrijven in de sector zijn die over de rug van anderen geld verdienen. Als één schakel in de keten niet functioneert heeft iedereen daar last van. Dat zou de sector meer moeten beseffen. Hoe beter de keten, hoe gezonder de sector is, en hoe meer geld iedereen kan verdienen”, zegt Klein Poelhuis in Veenendaal.

Net als anders ziet hij er picobello uit. Het gehoorapparaat? “Van de betonmolen. Nee hoor, grapje. Ik heb al heel lang gaten in mijn trommelvliezen.”

Uit het oog, maar niet…

Een mensenmens. Iemand die zich altijd hard maakt voor het onderwijs. Iemand die voor vakmanschap staat. Zo typeren mensen in zijn directe omgeving de zoon en kleinzoon van een utiliteitsbouwer. Zijn goud-blauwe stropdas verraadt dat de voormalige eigenaar-directeur van een metselbedrijf volgende week zijn vertrek definitief aankondigt.

“Maar op de achtergrond blijf ik wel betrokken, ik raak niet helemaal uit beeld”, haast hij zich een paar keer te zeggen. “Sommige dossiers kun je nou eenmaal lastig overdragen. De gevolgen van de modernisering van het pensioenbeleid bijvoorbeeld kunnen tot in de miljarden lopen.

Pijnlijk

Inhoudelijke excuses om vooral nog even te blijven. Wie in zijn hart kijkt, weet wel beter. De bouwer die in zijn vrije tijd springpaarden fokt, zelf ook. Loslaten is nou eenmaal verdomde lastig. De bouw die hem zoveel gegeven heeft, de bouw is zijn leven, zijn hebben en houden, die laat je nooit vallen. Nooit.

“Afscheid nemen doet überhaupt pijn. Ik beschouw de Aannemersfederatie als mijn kindje. Je hoopt toch dat je opvolgers het goed zullen doen.”

Wie zijn opvolger wordt, is nog onduidelijk. Klein Poelhuis wil zich er niet mee bemoeien. “Ik geef de voorkeur aan een mkb-ondernemer die weet wat er buiten gebeurt, die ziet waar het belang van het mkb wordt geschaad en signaleert waar ongelijkheid in de maak is. Dat mag ook een jonge vrouw zijn.”

Olympisch goud

Hij wil niet weggaan, maar er staan nieuwe veulens in de wei. Zijn vrouw Gerry zal er blij mee zijn. En daarna? “Ik fok al jaren paarden, daar ga ik mee door. Vanochtend moest ik ook weer vroeg op om de stal uit te mesten en Espridria te voeren. Heerlijk vind ik dat, naast mijn werk iets doen waarmee je even volledig loskomt van de dagelijkse waan.”

In Zweden, Italië en Letland huppelen springpaarden van hem in het veld. Hij heeft een nieuw doel. “Een Olympisch springpaard fokken.” Echt? “Nee, natuurlijk niet, dat is niet te doen. Maar je moet de lat altijd zo hoog mogelijk leggen. Net zoals in de bouw.”


Dikke maatjes

De Aannemersfederatie bestaat dankzij oud-directeur Wim van der Maas en Henk Klein Poelhuis, die vanaf het eerste uur voorzitter was. De twee werden dikke maatjes. Ze konden met elkaar lezen en schrijven.

Klein Poelhuis: “Het was heel simpel. Wij hoefden nooit te discussiëren of te communiceren, wij begrepen elkaar gewoon, omdat we weten wat belangrijk is voor het mkb. Samen hebben we een soort zevende zintuig: ‘daar moeten we oppassen en dát moeten we doen’. Wim schreef ook altijd mijn voorwoord voor Bouwbelang, ons eigen blad. Ik gaf hem een of twee woorden en hij maakte er een prachtig verhaal van, precies zoals ik dat in mijn hoofd had.”

Daan Stuit en Wim van der Maas

Wim van der Maas (rechts) naast Daan Stuit.

Wim was de idealist. Henk iets zakelijker. “Wim kon er ontzettend van balen als slechts dertig procent van de leden op kwam dagen tijdens een ledenvergadering. Ik zei dan: de mensen moeten geld verdienen. Zij hebben geen tijd om te vergaderen.” Na bijna tien jaar moet de Aannemersfederatie het zonder de twee doen. Bewust namen ze niet tegelijk afscheid. “We wilden niet in één keer de hele basis wegslaan. Of ik bang ben dat het ‘gebouw’ nu instort? Absoluut niet. De AFNL blijft bestaan en ik denk dat er ook altijd behoefte aan zal blijven.”


“Mijn vader had één boekhouder”

Vraag hem naar zijn hoogtepunt en Henk Klein Poelhuis zegt direct: “De mkb-toets die er komt bij nieuwe wetgeving. Deskundigen schatten de kosten van de regeldruk voor mkb-bedrijven tien keer hoger in dan voor het grootbedrijf. Daar is dus nog een wereld te winnen. Mijn vader had vroeger één boekhouder die een keer in de week langskwam en aan het eind van het jaar de balans opmaakte. Nu heb je als mkb’er overal specialisten voor nodig: voor de lonen, als je iemand wilt ontslaan en ga zo maar door.”


Begonnen in een kruiwagen

Na de hts ging Klein Poelhuis aan de slag bij zijn vader. Een ruwbouwproject. “Hij gaf me een waterpastoestel en zei; jij weet alles al, ga maar aan de slag. Twee dagen later keerde ik naar hem terug en vroeg ik, of ik misschien toch wat hulp kon krijgen van iemand die het al vaker had gedaan. Goed, antwoordde mijn vader, volgende week begin jij in de kruiwagen. Ik heb veel van die periode geleerd. Er wordt bijvoorbeeld weleens minderwaardig gedaan over logistiek, maar als jij in staat bent ervoor te zorgen dat iedereen op tijd zijn spullen heeft, kun je geld verdienen.”


Het ging hem nooit snel genoeg

Zijn dieptepunt? Een diepe zucht volgt. “Het gaat mij nooit snel genoeg. Soms krijg je iets gedaan in Den Haag, maar dan weet je dat het nog jaren duurt, voor er daadwerkelijk iets verandert. En ik vind het doodzonde dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in de Eerste Kamer strandde. De tijd dat iedereen op papier moet verantwoorden en vastleggen en documenteren, komt er gewoon en moet er gewoon komen.”


Plussen en minnen

Henk Klein Poelhuis vindt dat er nog te veel fouten in de bouwsector worden gemaakt. “En na een fout wijst iedereen naar een ander, het ligt niet aan mij, roepen ze dan, alleen maar om allerlei claims te ontlopen. Dat is niet mijn stijl. Ik ben opgegroeid met het idee dat je ervoor uitkomt als je een fout hebt gemaakt.” Geld is voor hem nooit een drijfveer geweest. “Je moet alleen in de gaten houden dat de plussen groter zijn dan de minnen, zei mijn grootvader altijd.”

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels