nieuws

‘Ingenieurs: zet je zintuigen open en ga samen spelen’

bouwbreed 1412

‘Ingenieurs: zet je zintuigen open en ga samen spelen’

Ingenieurs moeten achter hun bureau vandaan komen, nieuwsgieriger worden en verbinding zoeken. Volgens een aantal ‘keynote sprekers’ van het NLingenieurscongres dat vorige week plaatsvond, kunnen complexe vraagstukken waar steden steeds meer mee te maken krijgen, daarmee aangepakt worden.

Energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit, leefbaarheid en mobiliteit: het zijn onderwerpen waar steden nu en in de toekomst steeds meer mee mee te maken krijgen. Hoe moeten steden daarmee omgaan? Hoe zorgen gemeentes dat hun stad toekomstbestendig wordt? En wat voor rol kunnen ingenieurs daarbij spelen? Op het allereerste NLingenieurscongres, dat werd georganiseerd ter ere van het honderdjarig bestaan van NLingenieurs, deelden diverse partijen uit de branche hierover hun visie.

Ingenieuze stad is maatwerk leveren

“Er is geen one-size-fits-all conclusie voor de toekomstbestendige stad”, stelt André van Lammeren, van oorsprong ingenieur en nu werkzaam voor het Planbureau Stedelijke Leefomgeving (PBL). Hij is de eerste spreker op het congres en laat aan de hand van grafieken en tabellen zien welke steden op wereldschaal het grootst zijn, hoe ze groeien en wat de grootste uitdagingen zijn voor de toekomst.  “De opgaven rondom diverse steden zijn enorm, maar zijn ook heel divers, omdat regio’s nou eenmaal verschillen. De ‘ingenieuze stad’ is dus maatwerk leveren.”

Volgens Van Lammeren zouden ingenieurs  meer de verbinding moeten zoeken om oplossingen te vinden voor dit soort vraagstukken. “Opdrachtgevers geven opdrachten als ‘leg deze snelweg aan’. Of ‘verbouw deze brug’. Maar niet: ‘los het mobiliteitsprobleem in gebied X op’. Dat zou moeten veranderen. Daar zouden ingenieurs als verbindende factor aan moeten bijdragen.”

Geen ultieme oplossing voor stadsvraagstukken

Marije ten Kate, hoofd planoloog stadsontwikkeling bij de gemeente Rotterdam en de tweede spreker op het congres, is het met Van Lammeren eens. Volgens haar moeten ingenieurs nieuwsgieriger worden naar de vraag achter de vraag. “Als een opdrachtgever de opdracht geeft: ‘leg deze weg aan’, dan moet je je als ingenieur afvragen: is deze weg eigenlijk wel een goede oplossing voor deze stad of voor dit gebied? En is er eigenlijk wel een weg nodig?”

Overigens bestaat er volgens Ten Kate geen ‘ultieme oplossing’ voor een probleem in de stad. “Elke oplossing kan namelijk weer voor andere problemen zorgen. Zo hadden wij een tijd lang een afvalprobleem in Rotterdam. Om dit te lijf te gaan, plaatsten we overal ondergrondse containers. Het leek alsof ons probleem daarmee was opgelost. Maar dit bleek niet het geval te zijn, want nu wil de gemeente circulair worden. Dat betekent dat we afval moeten gaan scheiden. Als je dat wil doen, moet je in elke wijk zeven verschillende ondergrondse containers plaatsen. Bewoners vinden dit vervelend, want er is een stuk meer ruimte voor nodig. En wat als over tien jaar afval overal hergebruikt wordt. Gooien mensen het dan nog wel weg? Zijn er dan überhaupt nog wel vuilnisbakken nodig? Zo zie je maar: er is geen ultieme oplossing voor de vraagstukken uit de stad.”

Betrek bewoners bij problemen in de stad

Volgens Anne-Marie Rakhorst, oprichter van Search BV en Duurzaamheid.nl, zouden bewoners veel meer betrokken moeten worden bij het oplossen van vraagstukken in de stad. “Voordat er aan de slag wordt gegaan met een plan, vraag dan de mening van bewoners. Die weten vaak veel beter wat er nodig is in een bepaald gebied. Zo voorkom je dat een oplossing, zoals de ondertunneling van de Zuidas, niet werkt.” Een voorbeeld waar Nederlandse steden van zouden kunnen leren is de Human City Coalition, stelt Rakhorst. Dit is een initiatief van onder andere Arcadis en AkzoNobel, om in grote wereldsteden waar werkzaamheden worden uitgevoerd, bewoners te betrekken. De organisatie van dit initiatief heeft van 480 sloppenwijken over de wereld inzichtelijk gemaakt wie er wonen,  hoeveel voorzieningen er zijn en wat de inwoners allemaal nodig hebben. “De organisatie is rechtstreeks met deze mensen in gesprek gegaan. Daar kunnen wij met z’n allen van leren. Ingenieurs moeten achter hun bureau vandaan komen. Ze moeten al hun zintuigen open zetten, met elkaar gaan ervaren en samen spelen”, besluit Rakhorst.


NLingenieurs 100 jaar
NLingenieurs bestaat vrijdag 3 november honderd jaar. Tere ere van dit jubileum organiseerde de branchevereniging het allereerste NLingenieurscongres met het thema ‘De Ingenieuze Stad’. Het congres smaakt naar meer. “Misschien gaan we hier wel een jaarlijks congres van maken, maar niets is nog zeker hoor”, vertelt Claudia Meijers, communicatieadviseur van NLingenieurs.

Naast het congres, heeft NLingenieurs dit jaar nog veel meer gedaan ter ere van hun 100-jarige bestaan. Zo ontwikkelde de branchevereniging een app in samenwerking met studenten, waar ‘icoonprojecten’ van leden worden gepresenteerd. Het jubileumjaar wordt op 3 november afgesloten met een groot feest.

Reageer op dit artikel