nieuws

Opdrachtgevers wantrouwen Raad van Arbtirage

bouwbreed Premium 1747

Opdrachtgevers wantrouwen Raad van Arbtirage

Opdrachtgevers laten de Raad van Arbitrage voor de Bouw massaal links liggen en stappen liever naar de ‘gewone’ rechter. “Te aannemersvriendelijk” en “niet onpartijdig”, kreeg prof. Monika Chao meerdere malen te horen tijdens haar onderzoek over de rol van de Raad.

Zij presenteerde de tussenstand op het symposium ter ere van het 110-jarige bestaan van de Raad van arbitrage voor de Bouw.

“Arbiters partijdig”

In juni is de rapportage klaar, maar de trend is overduidelijk: Een overgrote meerderheid van de ondervraagde opdrachtgevers verkiest de rechter boven de arbiter bij geschillen in de bouw. In sommige gevallen wordt wel voor arbitrage gekozen en slechts een handjevol kiest wel consequent voor de Raad van Arbitrage.

Ervaringen in kaart

De hoogleraar TU-Delft en directeur van het Instituut voor Bouwrecht kreeg opvallend vaak te horen dat de Raad te aannemersvriendelijk en partijdig zou zijn. “Tot mijn verbazing en tot mijn ergernis, moet ik daarbij zeggen. Dat klopt niet met de werkelijkheid. Van de partijen die naar de Raad stappen wint 61 procent, maar het aandeel opdrachtgevers en marktpartijen is daarbij nagenoeg gelijk.”

Chao ondervroeg 33 opdrachtgevers en 16 opdrachtnemers met als achterliggende gedachte hoe partijen de rol van de Raad van Arbitrage ervaren. 19 van de 33 opdrachtgevers kiest altijd voor de rechter. Bij 11 opdrachtgevers wordt soms voor  arbitrage gekozen en slechts 3 keer wordt standaard de Raad ingeschakeld bij geschillen.

Bij opdrachtnemers ligt de keus precies andersom. Van de 16 marktpartijen stappen er 11 meteen naar de Raad van Arbitrage, 3 doen dan soms en 2 stappen altijd naar de civiele rechter.

Bij de argumenten om naar de Raad te stappen is de expertise en kunde een van de meest gehoorde. Ook de lagere kosten en het ontbreken van de noodzaak van een advocaat zijn veelgehoorde argumenten om te arbitreren.

Misschien niet waar

De vermeende partijdigheid en gebrek aan onafhankelijkheid waren de meest gehoorde argumenten die Chao te horen kreeg van partijen die standaard naar de rechter stappen. Bij doorvragen bleek bijna niemand dat te kunnen onderbouwen met cijfers. “Meestal kreeg ik dat meteen te horen, ‘misschien is het niet waar’ of ‘we weten het niet zeker hoor, maar’.”

Een mogelijke verklaring kan zijn dat in de conclusies rond de bouwfraude-affaire de partijdigheid van de Raad aan de orde is gesteld. Voor aanbestedingsgeschillen is de Raad toen helemaal buitenspel gezet en kiezen alle overheidsopdrachtgevers standaard voor de rechter.

Een andere mogelijke verklaring kan zijn dat de rechter juist opvallend vaak partij kiest voor de opdrachtgever. Bij het standaard kort geding is relatief weinig tijd en ontbreekt vaak de kennis om diep in te gaan op de materie. Keiharde cijfers zijn niet makkelijk boven water te tillen, maar bij  aanbestedingsprocedures wordt 69 procent in het voordeel van de opdrachtgever beslecht, bracht het ministerie van Economische Zaken in 2014 kaart

Aantal geschillen stijgt

De Raad van Arbitrage ziet sinds dit jaar weer een opvallende stijging van het aantal geschillen. Vorig jaar werd in 500 geschillen uitspraak gedaan, maakt voorzitter Klaas Mollema bekend. Opvallend is dat het aantal hoger beroepen juist is gehalveerd. “Meestal volgt in 15 procent van de uitspraken een hoger beroep, vorig jaar was dat maar bij 7 procent het geval. Een echte verklaring heb ik daarvoor niet.”

De Raad van Arbitrage heeft drie kwakkeljaren achter de rug en zag het aantal geschillen drastisch teruglopen. “De crisis is bij ons nu pas weer voorbij. We zien het aantal geschillen weer stijgen.”

Mollema denkt dat de dip vooral is veroorzaakt door de crisis en het lage aantal bouwopdrachten en wijt de stijging  aan de toegenomen bouwactiviteiten. Dat partijen bij de marktvisie hebben afgesproken terughoudend te zijn met arbitreren, heeft hij nog niet als argument gehoord.

Reageer op dit artikel