nieuws

Wapenvelders willen wereld veroveren met loodvervanger

bouwbreed Premium 684

Wapenvelders willen wereld veroveren met loodvervanger
Leadax B.V. uit Wapenveld zet autoruiten om in een lood produkt. PHOTO RUUD PLOEG

Een loodvervanger die beter is dan het origineel. Dat was het doel van de bedenkers van Leadax. Het product moet de komende jaren de wereld gaan veroveren. “Wij maken lood, maar dan beter.”

Op een klein industrieterrein in het Gelderse Wapenveld produceert één enkel productielijntje op dit moment 150.000 vierkante meter van een materiaal dat nog nergens in de bouw wordt gebruikt. Maar daar komt – als het aan de directeuren van de fabriek ligt – snel verandering in. Ze bedachten in de afgelopen jaren een nieuw product dat alles in zich heeft om een revolutie in de bouw te veroorzaken: de Wapenvelders maken sinds het begin van dit jaar een vervanger voor lood.

Ze stampten er in de afgelopen maanden een compleet nieuw bedrijf voor uit de grond: Leadax. De directeuren hopen met hun ‘honderd procent Nederlands product’ de wereld te veroveren. In 2020 moet er een miljoen vierkante meter van de band rollen.

Lood heeft zijn langste tijd gehad

Het begon een jaar of drie, vier geleden, “uit respect voor lood, eigenlijk”, legt CEO Roeland van Delden uit terwijl hij door de fabriek wandelt. “Ik had een stukje lood in handen en dacht bij mezelf ‘wat is dit eigenlijk een verschrikkelijk mooi product’. Maar ook: ‘jammer dat het zo loodzwaar is en zoveel gestolen wordt’ en ‘jammer dat we met zijn allen vinden dat lood zijn langste tijd heeft gehad.’ Lood is immers al verdwenen uit verf, uit benzine en uit waterleidingen. Je komt het eigenlijk alleen nog maar tegen in batterijen en in de bouw.”

Je komt het eigenlijk alleen nog maar tegen in batterijen en in de bouw.

Van Delden graait in een bak met kunststof korrels. “Als je er vervolgens dan een beetje induikt, kom je erachter waarom het zo’n geliefd product is in de bouw: omdat het zo’n mooi glad en kneedbaar materiaal is. Ik heb mezelf daarom ten doel gesteld om een product te ontwikkelen dat beter is dan lood – wetende dat zoiets best een moeilijke opgave is”, zegt hij met gevoel voor understatement. Van Delden bedacht vervolgens een “soort stoplichtsysteem” waarin hij zes knelpunten omschreef. “Als ik die alle zes zou oplossen, had ik een product dat beter is dan lood.”

Je bent al snel lichter

Ten eerste mocht het niet loodzwaar zijn. “Dat was de makkelijkste. Je bent al snel lichter dan lood. Voordeel van het gewicht van lood is dat het niet opwaait. Door de kern van aluminium strekmetaal in Leadax hebben we die eigenschap geëvenaard. We hebben lang getest hoe star dat aluminium moet zijn zodat je het nog wel kunt verwerken, maar dat het niet makkelijk opwaait. Uiteindelijk hebben we het perfecte equilibrium gevonden.”

Daarnaast moest het makkelijker en sneller te verwerken zijn dan lood. “Dat hebben we opgelost door dat strekmetaal in het product te leggen, waardoor je tot 12 meter lengte uit één stuk kunt verwerken. Bij lood is dat maar 1 meter.”

Gemaakt van folie van autoruiten

Ook moest Leadax gemaakt zijn uit een groene grondstof. Van Delden: “Lood is recyclebaar, waardoor de milieuclaim best goed is. Toch is de echte milieuschade van lood nooit echt heel goed onderzocht. Wij wilden tot de circulaire economie gaan behoren en hebben dus heel lang gezocht naar een circulaire grondstof. Dat is de echte innovatie. Leadax is gemaakt van het folie dat vrijkomt bij de productie van autoruiten. Daar zit een folie (pvb, red) in die zorgt dat de steen die tegen een ruit komt, de ruit niet kan verbrijzelen. De impact van die steen in een autoruit is ongeveer hetzelfde als de invloed van een loodklopper op lood. Zo viel die innovatie op zijn plek. De folie die vrijkomt bij de productie van autoruiten smelten we op, modificeren we en daarna voegen we er kleur aan toe. We noemen het geen vervanger voor lood. Want het is beter dan lood.”

Het ziet er niet uit als één of andere pvc-buis, niet als één of andere dakbaan, maar als lood.

Vierde knelpunt dat Van Delden opschreef, was dat zijn vinding wereldwijd toepasbaar moest zijn. “Bij temperaturen tussen de -80 en 100 graden Celsius.”

En het moest lijken op lood. “Dat is behoorlijk gelukt. Het ziet er niet uit als één of andere pvc-buis, niet als één of andere dakbaan, maar als lood.”

Redelijk snel voor elkaar

En last, but not least: het moest goedkoper zijn dan lood. “Want als het net zo duur is, zoals de meeste loodvervangers, dan zeggen verwerkers: ‘Ja, dan nemen we wel gewoon lood, want dat kennen we al 2000 jaar.”

Van Delden kijkt trots. “Het is best wel gaaf om te vertellen dat we dat allemaal redelijk snel voor elkaar hadden.”

-Hoe kwamen jullie het folie uit die autoruiten op het spoor?

Van Delden: “We hebben natuurlijk een R&D-afdeling. Daar zitten mensen de hele dag in potjes te roeren. We hebben eerst de eigenschappen die je nodig hebt bij een loodvervanger benoemd. Dat was al best moeilijk. Toen konden we de veelheid aan alternatieven afpellen. Op een gegeven moment zijn we op het spoor van pvb – dat folie – gezet: polyvinylbutyral. Daarna volgde trial and error. Er zijn misschien wel 25 tot 30 verschillende compounds onderzocht.”

Wat de Wapenvelders ook onderzochten is waar een forse afvalberg van bestaat. “Toen bleek dat er elk jaar 55.000 ton van pvb vrijkomt in Europa. En dat wordt allemaal verbrand. Tot nu dus. Daarmee hebben we een hartstikke circulair product ontwikkeld.”

Uit den treure getest

Van Delden krijgt gezelschap van commercieel directeur Robbert Engelen. “Er bleek geen standaard normering voor lood te zijn. Wij wilden dat er kwalitatief niets op Leadax aan te merken zou zijn, maar ook qua certificering niet. We hebben Leadax tot in den treure getest op materiaaleigenschappen, maar ook op veroudering. Dat is allemaal vastgelegd in een convenant van Kiwa. We hebben dus een nieuwe standaard, een nieuwe normering voor lood gezet.”

-Hoe test je zoiets dan?

Van Delden: “We zijn Leadax nu aan het verouderen in een UVA/UVB-verouderingskast. Het duurt ongeveer een jaar om dertig jaar te verouderen. We zijn nu iets over de helft. We geven nu twintig jaar garantie en dat is ook onderbouwd. De hoop is die garantie op te rekken naar dertig jaar. Ik kan je zeggen: het product geeft geen krimp. Niet zo vreemd overigens als je het mij vraagt: ik heb nog nooit een geoxideerde autoruit gezien.”

“Missie geslaagd dus”, stelt Van Delden. “Want dat is het grote verschil met al die verschillende loodvervangers van de afgelopen tien jaar: Leadax ís lood. Maar dan beter.”

Engelen: “Het geeft ons het comfort dat we weten dat we echt iets goeds gemaakt hebben. Maar nu moeten we de markt zover zien te krijgen dat ze Leadax ook echt gaan gebruiken. Vandaar de innige samenwerking met distributeur VisscherHolland. Want deze markt is zo traditioneel en conservatief dat je het verwerkers echt in de handen moet drukken en ze ermee moet laten werken, voordat ze overstag gaan.”

“Niemand heeft dit kunstje eerder gedaan. Alleen Roeland is zo gek om dan door te zetten.” Van Delden, onderkoeld: “Je snapt dus dat ik best blij ben dat het gelukt is.” Engelen: “Wat voor ons ook nieuw was, is dat we van Leadax een merk willen maken. Dit product moet eenzelfde klank krijgen als de Luxaflex van deze wereld, als aspirine. Leadax moet een soortnaam worden. Het is onze droom dat niemand over tien jaar nog vraagt om lood, maar om Leadax. En niet alleen in Europa, maar ook in Amerika, Australië.

 

Testpanel

Leadax is uitgebreid getest door een panel met “hardcore-loodadepten”, vertelt Engelen. “‘Ouderwetse’ dakdekkers en loodverwerkers. Mannen die zeggen ‘je hoeft mij niets te vertellen, ik zit al dertig jaar in het lood, heb al tien verschillende loodvervangers in handen gehad en het is allemaal niets’. Stuk voor stuk zijn ze supersceptisch. En toch krijgen we terug: ‘Wow! Kan dit ermee? Dat kan zelfs met lood niet.’” Het panel leverde bruikbare input. “Over de dikte, de buigzaamheid, de kleur. Wat we echt geleerd hebben is dat de mensen die Leadax verwerken het gevoel moeten hebben dat ze daadwerkelijk met lood werken. En dan zien ze de voordelen vervolgens vanzelf. Neem alleen al het gewicht wat een dakdekker mee het dak op moet sjouwen. “Hier”, Engelen pakt een rol Leadax van de grond. “Dit is 3 vierkante meter. Til je zo op. Als dit 18 ponds lood zou zijn, zou die rol 50 kilo wegen.”

Reageer op dit artikel