nieuws

De bouwsector heeft meer omgevingsbewustzijn nodig

bouwbreed 21

De bouwsector heeft meer omgevingsbewustzijn nodig

In de bouw moet men zich bewust zijn van de verschillende werelden met verschillende culturen. De gehele keten zou zichzelf opnieuw moeten uitvinden om effectief resultaten neer te zetten, vindt Machiel Crielaard.

“Meer ruimte voor ontwikkeling in samenwerking, duurzaamheid en innovatie is wat de bouwsector nodig heeft. Maar een focus op de eigen omgeving en een gebrek aan omgevingsbewustzijn als het gaat om de markt, zorgen ervoor dat niet de ruimte voor deze aspecten wordt genomen.

De nadruk ligt op de korte termijn, omdat er te weinig incentives zijn voor het innoveren en onderscheiden op de lange termijn. Creëer dan ook een wereld waarin innovatie en onderscheiding worden beloond.

Lange adem

Toen ik vrijwilligerswerk deed in Tanzania raakte het me dat zo weinig projecten zelfredzaam waren. Op zoek naar een nieuwe locatie voor een weeshuis zag ik zwaar verwaarloosde leegstaande gebouwen van eerdere ontwikkelingsprojecten.

Hulp uit het Westen wordt in Tanzania gewaardeerd, maar na tien of twintig jaar stranden deze projecten omdat ze niet worden doorgezet door de lokale mensen. Als eerdere projecten het niet hebben gehaald, hoe zorgen we er dan voor dat  een nieuw project een verandering teweegbrengt? Dat dit project wél effect heeft en niet een druppel op een gloeiende plaat is?

De mensen zijn van goede wil, maar hebben niet de referentie om te weten waar ze naartoe moeten werken. Het is dus zaak dat we niet alleen een nieuw gebouw voor ze neerzetten, maar dat we ze laten zien wat er mogelijk is en hoe ze daarvoor kunnen zorgen.

Om dat goed te kunnen doen, moet je landen in zo’n omgeving. Je moet je bewust zijn van  wie er wonen, wat hun verwachtingspatronen zijn, hoe hun geschiedenis in elkaar zit en hoe dingen eraan toegaan. In Tanzania lopen zaken stroperig door de bureaucratie, ironisch genoeg een exportproduct van het Westen. Dat moet je weten als je voor ontwikkeling wil zorgen of daar zaken wil doen.

Voor verandering  heb je een lange adem nodig én de juiste focus.

Waarnemen om te innoveren

Scherp waarnemen van de omgeving is net zo goed belangrijk voor de bouw in ons land, als we tenminste willen innoveren. Ben je je als medewerker bewust van hoe de organisatie waar je werkt is gevormd of van de achtergrond van je collega’s en weet je welke beslissingen  invloed hebben gehad op bedrijfsprocessen? Als je zaken met andere organisaties doet, krijg je ook met een andere cultuur te maken. Hoe ga je daarmee om?  Begrijp je vanuit welke gedachte wordt gehandeld en waarom?

Je hebt in onze sector de opdrachtgeverswereld – Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies – en de wereld van de aannemers, leveranciers  en adviesbureaus. Verschillende werelden die op elkaar zouden moeten aansluiten. Bij de opdrachtgever is veel kennis buiten de deur gezet, met het idee dat de  markt dit wel zou regelen. Tegelijkertijd zitten aannemers in de spagaat dat ze moeten concurreren op de laagste prijs, maar dat er wel van ze wordt verwacht dat  het eindresultaat duurzaam en innovatief is. Op deze manier zit er geen beweging in.

Duurzaamheid aan de grondslag

Neem bijvoorbeeld het thema duurzaamheid. De opdrachtgever staat hier wel voor, maar besteedt aan op de laagste prijs. Duurzaamheid is vaak slechts een  extraatje, en niet iets waar de markt zich in kan onderscheiden.

Duurzaamheid zou geen kopje mogen zijn, maar zou aan de grondslag moeten liggen van de  vraagstelling. Niet-duurzaam gedrag veroorzaakt grote maatschappelijke kosten.

Kijk maar naar de leegstand van kantoren. Kosten moeten daarom bij de juiste  partijen komen te liggen en zaken moeten meetbaar worden, anders blijft het een slap verhaal. Duurzaamheid is op de langere termijn en inclusief op de  maatschappij afgewentelde kosten simpelweg het goedkoopst. Hoe kunnen we gezamenlijk de focus daar naartoe verleggen?

Juiste vraagstelling

De bouwsector is nu nog heel  conservatief. Organisaties zetten elkaar vast: opdrachtgevers, opdrachtnemers en leveranciers. Er moet dus in de soep worden geroerd. Als we op de huidige voet doorgaan, gaan we wel weer bouwen maar vooral niet duurzaam of innovatief.

Een beweging begint in mijn optiek bij de vraagstelling en sturingslijn vanuit de  opdrachtgever. Die moet de vraag zo stellen dat het antwoord de juiste beweging bij de opdrachtnemer veroorzaakt.

Hiervoor moet er vanuit de opdrachtgever  grondige kennis zijn over de marktordening en moet de positie van de aannemer en leveranciers worden begrepen. Vervolgens moeten ook de aannemers en  leveranciers hun verantwoordelijkheden nemen.

Leg de belangen en belemmeringen op tafel. Begrijp elkaar en pas je aan elkaar aan. Het liefst vóórdat contracten  zijn getekend. Dan kunnen we met elkaar stappen zetten en kan de opdrachtgever de juiste vraag in de markt zetten. Om niet in dezelfde cirkel door te draaien is  het goed om te kijken hoe iets werkt. Wat is effectief en hoe kunnen we veranderen? In een land als Tanzania kun je bijvoorbeeld beter investeren in een persoon,  als coach en als sponsor, zodat deze persoon iets kan betekenen voor het land.

Laten we als bouw ook zoeken naar effectiviteit, door experimenten te doen met  nieuwe vragen, processen, technieken, producten en materialen.”

Machiel Crielaard (1986) studeerde landschapsarchitectuur en bouwkunde. Na zijn studies werd hij in maart 2015 trainee bij Jelmer. Hij werkte bij Rijkswaterstaat aan het thema circulaire economie in de bouw en begeleidt nu innovatieprocessen bij De Bouwcampus.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels