nieuws

Blindelings vertrouwd op ervaring

bouwbreed 15

Blindelings vertrouwd op ervaring

Er was geen ballastplan, kranen werden overbelast, het ponton was te smal en niemand lette op de wind. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderschatten de aannemers de complexiteit van de tandemhijs voor de Julianabrug in Alphen volledig.

Uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat afgelopen week verscheen, rijst een onthutsend beeld op. Dat van projectleiders die zichzelf overschatten en blindvaren op eigen ervaring en gevoel. Ze troffen summiere voorbereidingen en stelden een halfbakken hijsplan op waarin ze gemakkelijk over zwakheden heenstapten zoals een geringe aanvangsstabiliteit.

Veel werd overgelaten ter beoordeling van de werkploeg op de dag zelf. Mits de machinisten en riggers geduldig zouden werken en voldoende tijd zou nemen tussen de verschillende manoeuvres kon het niet misgaan, was de stellige overtuiging. Met de mogelijkheid van het omvallen van de 40 meter hoge kranen met hun zware last leek niemand rekening vooraf rekening te houden.

 Hoofdstuk drie van het rapport bevat een minutieuze reconstructie van de voorbereidingen van de hijsklus die op 3 augustus vorig jaar zo jammerlijk mis ging. Die voorbereidingen begonnen al een jaar eerder toen kraanbedrijf Peinemann voor het eerst met staalbouwer BSB contact had over de complexe klus op de Oude Rijn.

Aanvankelijk zouden brugklep en ballastkist afzonderlijk worden geplaatst, maar die twee operaties werden samengevoegd tot één klus met een hijslast van in totaal 187 ton. Met twee kranen op twee pontons zou het rechtopstaande brugdek worden gepakt van een derde ponton, tussen de kranen gemanoeuvreerd en vervolgens bijna horizontaal gedraaid. Zo zou de combinatie zo’n 100 meter varen om de klep tussen de brughoofden neer te leggen. 

Veiligheidsmarge

Dat de twee kranen op de pontons voor ongeveer 100 procent van de werklast werden ingezet, waren de hijsers zich terdege bewust. De projectleider van Peinemann vertelde tegen de onderzoekers van de Raad dat hij dat verantwoord vond aangezien er vanaf de fabriek toch nog altijd een veiligheidsmarge van 33 procent op de constructie van de kraan zit. De Onderzoeksraad vindt het een onvergeeflijke fout. Temeer omdat de werkinstructie van de Vereniging voor Verticaal Transport bij een tandemhijs een reductie van de werklast voorschrijft tot 75 procent. Daar komen nog aanvullende veiligheidsmarges bij voor werken op wiebelende pontons. 

Vanwege dat werken tegen de grens van de kraancapaciteit, werd de lastmomentbeveiliging van beide kranen door Peinemann buiten werking gesteld. Op die manier werd voorkomen dat de beweging tijdens het hijsen plots zou stokken door de automatische beveiliging. Ook die ingreep verbijsterde de onderzoekers van de raad. 

Voor de pontons ontbrak bovendien een ballastplan

Voor de pontons ontbrak bovendien een ballastplan. Dat werd in de weken voor het ongeval onderkend, maar de projectleiders van Peinemann en pontonbedrijf Koninklijke Van der Wees achtten dat ook niet nodig en vertrouwden boven alles op hun kennis en ervaring. 

Tijdens de operatie bleek de werkploeg geen beeld te hebben van de configuratie van de ballasttanks in de pontons. Daardoor stroomde, toen de kranen de last in de takels namen en het ponton licht ging hellen, het water naar het laagste punt, wat de situatie verergerde. Het werd op tijd gesignaleerd en was één van de redenen dat de hijsoperatie uren vertraging opliep. Maar wel tekenend voor de gebrekkige voorbereiding. 

Klotsen

Klotsend water in halfgevulde ballasttanks heeft ook een bescheiden rol gespeeld tijdens het ongeval, constateert de Raad.
Net als de wind. De windsnelheidsmeters boven op de kraangieken, die altijd verwijderd worden voor transport, waren niet teruggeplaatst. De kraanmachinisten en de riggers op de pontons hadden in de beschutting van de dichte bebouwing aan de Oude Rijn geen goed beeld van de wind op 30 meter hoogte, die een flinke extra belasting op het brugdek leverde. De wind zwol in de loop van die warme augustusdag namelijk aan tot kracht 4. Het was niet de hoofdoorzaak, maar droeg wel bij aan het ongeval.

Projectleiders sloegen bedenkingen van collega’s steevast in de wind

 In de weken voorafgaand aan de hijsoperatie werden de lacunes in de plannen van tijd tot tijd opgemerkt. Maar de projectleiders sloegen bedenkingen van collega’s volgens de Onderzoeksraad steevast in de wind. Ze hadden grote handelingsvrijheid en vertrouwden op hun ervaring. De Den Uylbrug in Zaanstad en de Victoriebrug in Alkmaar hadden Peinemann en Van der Wees immers op een vergelijkbare manier op hun plek gelegd.

De klus in Alphen was volgens de Raad technisch veel complexer aangezien het brugdek vanuit schuinstand bijna horizontaal gedraaid moest worden met hijspunten op lastige plekken. De hoofdoorzaak van het ongeval was volgens de Raad een veel te geringe aanvangsstabiliteit. Die was door Peinemann voor de kleine kraan op het kleine ponton berekend op 1,8 meter, waar een waarde van 4,5 volgens de Raad meer op zijn plaats was geweest gezien de complexiteit van de hijs. Doordat er geen rekening was gehouden met doorbuiging van de gieken door het schommelen van het ponton was de aanvangsstabiliteit in werkelijkheid bijna nul, wat een instabiele situatie betekent. Het ongeval was dus onvermijdelijk, concludeert de Raad bitter. 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels