nieuws

Met de omzetten zit het wel goed, maar nu die marges nog omhoog

bouwbreed Premium 98

Met de omzetten zit het wel goed, maar nu die marges nog omhoog

De vijftig grootste bouwers hebben afgelopen jaar het juk van de crisis definitief van zich afgeworpen, blijkt uit de nieuwste editie van de Cobouw50. Maar, genoegen nemen met marges van 3 procent, is ‘‘van de gekke’’.

Het is een terloopse opmerking die Hans ter Steege, topman van het Rijssense bouwconcern Ter Steege, in het Cobouw50-magazine maakt. Maar wel eentje die de huidige stemming in de bestuurskamers van de grootste bouwers van ons land perfect illustreert. “Voor je het weet zit je op 100 miljoen”, zegt hij, als hem gevraagd wordt naar de omzetverwachtingen voor komende jaren.

Voor de goede orde: Ter Steege was vorig jaar goed voor net geen 64 miljoen aan bedrijfsopbrengsten. De markt is echter dusdanig verbeterd dat hij verwacht gemakkelijk door te kunnen groeien. Tot misschien wel 100 miljoen. “Bouwen wordt weer leuk”, jubelt de Twentse bouwondernemer.

Bijna iedereen rekent op groei

En hij is zeker niet de enige die er zo over denkt. Bijna alle bouwbedrijven die dit jaar in de top 50 staan, zien doorzettend marktherstel en rekenen op groei. Neem de ABB Bouwgroep. Van alle bouwbedrijven uit de lijst kende de aannemer uit Sliedrecht vorig jaar met afstand de grootste omzetstijging: de opbrengsten klommen met maar liefst 120 procent tot 79,5 miljoen. Is daarmee de rek eruit? Zeker niet. Directeur Erik den Breejen denkt dat een sprong van nog eens 25 procent tot de mogelijkheden behoort.

Het optimisme lijkt geen grenzen te kennen. De crisis is voorbij, concluderen de bestuursvoorzitters stuk voor stuk. En de cijfers geven hen gelijk. Vorig jaar waren de vijftig koplopers in de Nederlandse bouw goed voor een omzet van 32,4 miljard. Dat is bijna 2 miljard meer dan in 2014 – oftewel 6,4 procent.

Slechts vier bouwers leden verlies

Voor veel bedrijven misschien nog wel belangrijker: ook de nettowinst nam, voor het eerst sinds jaren, weer eens serieus toe. Om precies te zijn met 57 procent tot 891 miljoen. 38 van de vijftig bouwers zagen hun winst toenemen. Slechts vier bouwers leden verlies. (Ballast Nedam, Heijmans, Hurks en Sprangers). Dat aantal is sinds 2010 niet meer zo laag geweest. Vorig jaar telde de Cobouw50 negen verlieslatende ondernemingen. In 2012 zelfs nog twaalf.

Een ander positieve ontwikkeling: de gemiddelde winstmarge in 2015 steeg van 1,86 procent naar 2,74 procent. Ja, dat is inclusief de megawinsten van baggerconcerns Boskalis en Van Oord. Niettemin telt de Cobouw50-lijst inmiddels achttien ondernemingen met een nettowinstmarge van boven de 3 procent. Ook dat is alweer even geleden.

Er zijn bedrijven die bewijzen dat het kan

Dat Boskalis met 13,6 procent de hoogste winstmarge van allemaal heeft, behoeft geen verbazing. De baggeraar blinkt wat dat betreft al jaren uit. Veel opvallender zijn de relatief hoge marges van bijvoorbeeld Van Wanrooij (8,1 procent), Ten Brinke (7,6 procent) en renovatiespecialist Hemubo (7 procent). Zij bewijzen dat het wel kan in de bouw, een marge van ruim boven de 3 procent. Zijn dergelijke marges voor veel meer bouwbedrijven haalbaar?

Bas Weber, voorzitter van de sectorgroep Bouw van PwC, denkt van wel. Dat er in de sector ondernemingen zijn die mikken op 3 procent, vindt hij eigenlijk van de gekke, zo zegt hij in het Cobouw50-magazine. “Bedrijven met een stabiele bedrijfsvoering en een gezonde cashflow, nemen genoegen met marges van 3 procent of zelfs lager. Gerelateerd aan het hoge risicoprofiel, is dat veel te laag. Die marge zou zeker op 5 tot 8 procent moeten liggen.”

Beter plannen is het devies

Volgens Weber zouden veel bedrijven er verstandig aan doen om niet alleen in kosten te snijden, maar vooral ook beter te gaan plannen. “Zorg er in de voorbereidingsfase voor dat je de planning helemaal op orde hebt, en ga daar in de uitvoeringsfase strak op sturen. In plaats van ingenieurs, moet je er allroundprojectleiders op zetten, die vaak veel communicatiever zijn en het anders kunnen organiseren”, is een van zijn adviezen.

Meer centrale sturing helpt

Ook gelooft de bouwdeskundige van PwC dat meer centrale sturing helpt. Hij ziet in de praktijk dat de verschillende werkmaatschappijen van bouwbedrijven niet of nauwelijks met elkaar ‘praten’. Kennis en ervaringen worden daardoor niet uitgewisseld. “Ik geloof oprecht in centrale sturing in de backoffice. Dan kun je goede ervaringen vanuit de ene werkmaatschappij gemakkelijker kopiëren naar de andere. En natuurlijk houd je gewoon je lokale kantoren met je lokale directeuren en accountmanagers.”

Reageer op dit artikel