nieuws

‘Het ideale contract bestaat niet’ afdwingen

bouwbreed 14

‘Het ideale contract bestaat niet’ afdwingen

Samenwerking dwing je niet af in een bouwcontract. Sterker nog, meestal is daarover weinig vastgelegd in de stapels papierwerk. Toch hebben partijen elkaar nodig om een project succesvol van de grond te krijgen. Maar hoe regel je dat?

Peter Kamminga, als universitair hoofddocent verbonden aan de VU Amsterdam en Harvard, dook de afgelopen drie jaar in de wondere wereld van bouwprojecten. Hij combineerde dat met samenwerking bij zowel gww- als b&u-projecten. Nog dit jaar verwacht hij zijn onderzoek af te ronden. Onlangs lichtte hij al een aantal bevindingen toe tijdens een expertmeeting op de universiteit.

Kamminga heeft duidelijk in kaart gebracht wat de voorwaarden zijn voor een goede samenwerking en vooral waar de gevaren en obstakels zitten. Zonder in te gaan op specifieke voorbeelden heeft hij uitgebreide informatie gehad van diverse opdrachtgevers en opdrachtnemers. Bij sommige Nederlandse en Amerikaanse projecten trad hij afgelopen jaren op als mediator bij grote bouwgeschillen. Daarbij viel hem vooral op dat contracten functioneren binnen een krachtenveld van economische belangen, wetten en regels, omgangsvornen en een cultuur met gewoontes. Kamminga: ‘‘De vraag is in hoeverre samenwerking zich laat vastleggen, want houding en gedrag zijn bijna niet af te dwingen. Als de Project Start Up alleen maar als verplicht onderdeel wordt gezien van het protocol, schiet het al zijn doel voorbij.”

De dillema’s rond samenwerken verschillen volgens Kamminga nauwelijks tussen de Verenigde Staten en Nederland. De contracten en de cultuur zijn wel anders. Vooral het gapende gat tussen de ‘softe’ vaardigheden rond samenwerking versus de harde bepalingen in het contract blijft opspelen. “Een van de spanningsvelden is de behoefte aan controle, maar dat is niet hetzelfde als coördineren. Rechten en plichten zijn prima vast te leggen in een contract, maar er gelden ook ongeschreven regels. Je kunt wel proberen kaders te schetsen en een aantal perverse contraproductieve prikkels te voorkomen. Beloningsmechanisme, innovatiedrang en uiteenlopende doelen kunnen een heel eigen leven gaan leiden, los van het einddoel om een goed project neer te zetten.”

Piketpaaltjes

Tegelijk lijken het bouwteam en de alliantie aan een opmars te zijn begonnen, omdat die contractvormen zijn gebaseerd op samenwerking. Een garantie voor een goede samenwerking is dat allerminst, weet Kamminga uit ervaring, maar dat geldt voor elke contractvorm: “Contractvormen verschillen, maar het contract zit het op een ‘prettige manier met elkaar omgaan’ zelden in de weg. Zoek de ruimte op tussen de contractuele piketpaaltjes en vul die in”, is zijn tip.

Na een uitgebreide analyse van de bouwcontracten van de afgelopen tien jaar ziet Kamminga een groeiende behoefte om de manier van samenwerken vast te leggen in contracten. Zijn verwachting is dat die trend zal doorzetten, ook in het licht van de Marktvisie. Maar een pasklaar antwoord is er niet. Sterker nog, zelfs over de interpretatie van samenwerken lopen de meningen al mijlenver uiteen. De bouwfraude was ook een uitstekende manier van samenwerking, kreeg hij meteen gepareerd.

Lage inschrijvingen leveren in de praktijk regelmatig stroeve verhoudingen op tijdens de uitvoering, weet Kamminga, maar ook weer niet altijd. Ook de aanbestedingsregels staan op gespannen voet met de wil om samen te werken.

“Het ideale contract bestaat niet, maar dat geldt ook voor gedrag. Wat de ene keer een succes is, werkt een volgende keer helemaal niet. Een andere conclusie is dat een stapel instrumenten uit de kast trekken zeker niet werkt. Regelmatig zijn de tegenkrachten zo sterk dat alle goede bedoelingen niet van de grond komen.” Maar wat werkt dan wel? Klip en klaar ligt de basis voor een prettige samenwerking i n een open houding, waar eerlijkheid en vertrouwen een hoofdrol spelen. Duidelijke rollen, verwachtingen en afspraken zijn daarbij aanvullende voorwaarden.<

Peter Kamminga

Peter Kamminga is universitair hoofddocent aan de VU Amsterdam bij de vakgroep privaatrecht. Tevens is hij verbonden aan de faculteit van Harvard Law School en co-founder van het Global Infrastructure Institute (een non-profit denktank ten behoeve van de realisatie van sociaal duurzame transportinfrastructuurprojecten in zich ontwikkelende landen). Kamminga is ook lid van de commissie ‘Future of Construction’ van het World Economic Forum en treedt regelmatig op als mediator in grote bouwschillen in Nederland en de VS.

Typerend voor een slecht verlopende samenwerking

lGeen vertrouwen, rollen niet duidelijk, verborgen agenda’s, processen en afspraken niet duidelijk.lTe laag ingeschreven, slecht bestek, veel wijzigingen, onvoldoende aansluiting OG- en ON-vertegenwoordigers.lTijdsdruk eenzijdige belangen, niet congruent interne en extern miscommunicatie.lTijdsdruk en ‘financiële druk.

Randvoorwaarden voor een goede samenwerking

Open houding, eerlijkheid, vertrouwen, duidelijke afspraken, rollen duidelijk en verwachtingen duidelijk.

Voldoende goed contract, passend bij de opgave, juiste mensen met juiste opdracht op het project.

Goed begrip vraag en aanbod, een setproces en procedure-afspraken.

Een constructieve open houding en een ‘goede start’ vanaf dag 1.

Actief afstemmen, management.

Afstemming, helderheid rollen, structuur.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels