nieuws

Zuiden rekent niet meer op regering

bouwbreed

Zuiden rekent niet meer op regering

Voor regionale problemen zijn regionale oplossingen nodig. Dat bleek weer eens tijdens het Cobouw Café in Veldhoven. Woensdag was alweer de vierde editie van de levendige discussieavond tussen de bouwpartijen. Ditmaal stonden bouwers, provinciale en gemeentebestuurders en opdrachtgevers uit de zuidelijke provincies tegenover én naast elkaar.

Verschillen van inzicht zijn er genoeg. Zeker als het gaat om de energiebesparende maatregelen of over het innovatieve karakter van de bouwsector. Maar over één ding zijn de partijen het met elkaar eens: van deze regering hoeft niets verwacht te worden.

Op het oog lijken de uitdagingen voor de bouwsector in de provincies Zeeland, Brabant en Limburg flink te verschillen. Limburg en Zeeland kennen krimp, terwijl in Brabant juist tienduizend woningen per jaar gebouwd moeten worden. Maar overeenkomsten zijn er ook: het aanwezige woningaanbod sluit niet aan bij de vraag. Volgens gedeputeerde Erik Merrienboer (Brabant) is er sprake van een mismatch, waardoor veel van de bestaande plannen moeilijk gerealiseerd kunnen worden. “De eisen van woningzoekenden veranderen heel snel, en de bouwsector springt daar onvoldoende op in. De productie is daardoor nog steeds fors te laag. Vorig jaar zijn slechts zesduizend woningen gebouwd, en dit jaar zal dat iets meer zijn, maar nog steeds niet genoeg.” In Zeeland en Limburg zijn juist te veel woningen, maar ook daar zijn niet de juiste woningen beschikbaar. “Het woningaanbod in Zeeland sluit niet aan bij de demografische ontwikkelingen”, zegt de Zeeuwse gedeputeerde Carla Schönknecht.

Oplossingen

Bovendien zitten landelijke en Europese regelgeving regionale oplossingen in de weg. De huurtoeslag maakt het corporaties moeilijk om leegstaande koopwoningen op te kopen, en subsidie op sloop mag maar heel beperkt, omdat het door Europa wordt gezien als staatssteun. De Limburgse gedeputeerde Daan Prevoo kiest daarbij de aanval. “Wij blijven bij minister Blok aankloppen over het feit dat het landelijk beleid niet werkt voor de krimpregio’s. Sterker nog, we hebben inmiddels een Blok-klopclub opgericht die dit voortdurend op de agenda moet houden.”

Maar volgens Bouwend Nederland-voorman Maxime Verhagen ligt een deel van het probleem ook bij de provinciale en lokale overheden. “Transformatie van leegstaand vastgoed gaat niet snel genoeg, maar dat komt ook door welstandseisen en regelgeving.” Verhagen ageert ook tegen de sloopheffing. “Als een bouwer in Limburg eerst geld in een slooppotje moet stoppen voordat er gebouwd mag worden, dan is het niet zo vreemd dat de bouwproductie laag is. Het wordt gewoon veel te duur.”

Maar zowel bouwers als bestuurders zijn het erover eens dat er meer ruimte moet zijn voor lokale oplossingen. Merrienboer: “De oplossing gaat niet komen van de overheid. Wij moeten het doen, samen met de markt. Maar ik vraag me wel af: waar blijft de bouwsector? Wordt er niet te veel gewacht tot de return on investment van vroeger weer terugkomt? Het duurt allemaal erg lang.”

Ouderwets

Volgens duurzame bouwer Renz Pijnenborgh ligt het probleem ook bij de ouderwetse manier van denken bij zowel overheden als bouwers. “In de crisis zijn veel bestemmingsplannen in de ijskast gelegd toen de bouwcrisis uitbrak. Maar nu het beter gaat wil ik zeggen: laat ze daar liggen en haal ze er nooit meer uit! Die plannen sluiten niet meer aan bij de huidige vraag. Mensen willen nu een duurzame woning. Ik vraag me af of de bouwers dat wel weten.”

Maar de Brabantse bouwers lieten zich niet zo snel in een hoek zetten. Volgens Heijmans-topman Bert van de Els en zijn collega William Bontes van Hurks wordt er juist veel ingezet op innovaties en nieuwe manieren van wonen voor een nieuwe markt. Van de Els: “De Heijmans One, een verplaatsbare, kleine woning die tijdelijk op lege plekken neergezet kan worden, is echt een baanbrekende innovatie. Maar bouwbedrijven moeten ook doen waar ze goed in zijn, en moeten het aandurven om de dingen waar ze niet goed in zijn te laten liggen. Om die reden springen wij niet in de markt voor asielzoekerswoningen.” Bontes: “In Londen zetten we nu binnen acht maanden prefab appartementengebouwen neer. Daar draait alles momenteel om snelheid. Deze industriële manier van bouwen komt in Nederland nog maar nauwelijks van de grond. We zijn nog te traditioneel, denk ik.”

Nieuw tijdens het Cobouw Café: de Bouwbattle. Twee tegenstanders gaan één-op-één in debat. Woensdag knetterde het tussen Leen van Dijke van de Stroomversnelling en Paul Terwisscha van Scheltinga, adjunct-directeur van Woonbedrijf in Eindhoven, over de Brabantse opgave voor het bouwen van nul-op-de-meterwoningen. Volgens van Dijke moeten woningcorporaties bij groot onderhoud meteen kiezen voor nom. “Wat je investeert is maandelijks zichtbaar. Je hebt een hoog, maar tegelijk betaalbaar wooncomfort.” Maar Terwisscha heeft daar zijn twijfels over. “Vaak weten bewoners zich geen raad met al die ingewikkelde installaties en worden die prestaties helemaal niet gehaald. We hebben nog nooit een huurder bij ons aan de balie gehad die zei: “ik wil nu een nom-woning.””

Van Dijke: “Het is ook een investering in de toekomst. Je legt ook geen zonnepanelen op ongeïsoleerde daken. Bovendien: je bent als woningeigenaar ook gewoon verplicht om te verduurzamen.” Terwisscha: “Je kan prima kleinere stappen nemen in energielabels. Ik ken overigens geen particulieren die een nom-woning hebben.”

Van Dijke: “Door dit vaker en industriëler te doen, wordt het maken van nom-woningen ook goedkoper. En je huizen worden een stuk meer waard. Terwisscha: “Maar wat heb ik daaraan? Ik verkoop onze woningen niet!”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels