nieuws

WW: eindstation voor 55-plus

bouwbreed

Meer dan de helft van de WW’ers met een bouwachtergrond is 55 of ouder. Dat is veel meer dan drie jaar geleden. Hebben de ouderen de slag verloren in de bouw?

Dat is nogal wat. Dat is geen goed teken voor de bouw.

Aanvankelijk leek er geen vuiltje aan de lucht voor de oudere werknemers in de bouw. De eerste jaren van de crisis gingen vooral ten koste van de werkgelegenheid voor jongeren. De oudere werknemer hield redelijk stand, drijvend op zijn of haar ervaring en kennis. Maar sinds begin 2013 lijkt de crisis toch ook ten koste te zijn gegaan van de oudere werknemers. Wie de jongste WW-cijfers van het UWV bekijkt, ziet dat het aandeel WW’ers van 55 jaar en ouder in drie jaar tijd is gegroeid van 26 naar 51 procent.   

Jan van Ours, hoogleraar arbeidseconomie aan de Tilburg University, is verbaasd over de cijfers. “Dat is nogal wat. Dat is geen goed teken voor de bouw.” Tijdens economisch mindere tijden stijgt meestal eerst de jeugdwerkloosheid, zegt hij. ”Als het beter gaat, daalt die ook weer snel. Voor ouderen verschilt de ontwikkeling van de werkloosheid meestal niet zo gek veel met die van de leeftijdsgroep 25 tot 55 jaar.”

Kennis

De ontwikkeling is niet helemaal verrassend, maar wel zorgelijk.

Ouderen worden volgens hem liever binnenboord gehouden vanwege de waardevolle kennis die ze hebben. “Wel is het zo dat als een oudere werknemer zijn baan kwijtraakt, hij dan moeilijker een nieuwe baan vindt.”

Dat lijkt inderdaad het geval. Sinds de werkloosheid in januari 2014 piekte, nam het aantal WW’ers onder 55-plussers veel minder af dan bij de overige leeftijdsgroepen. Joanne Mudde, sectorbestuurder bij FNV Bouw, ziet dat in de praktijk gebeuren. “De ontwikkeling is niet helemaal verrassend, maar wel zorgelijk. Het is een nawerking van de crisis, die sinds 2009 al 60.000 banen heeft gekost.”

Dat nu vooral ouderen de dupe zijn op de arbeidsmarkt, kan volgens de vakbondsvrouw meerdere redenen hebben. Als alle bouwbedrijven die mensen ontslaan naar leeftijdsgroepen zouden afspiegelen, zou de verhouding van leeftijdsgroepen in de WW niet ver uit elkaar lopen. “Maar wij zien natuurlijk ook niet alles. Niet alle bouwbedrijven sluiten sociale plannen af. Sommige bedrijven zullen zeggen: ik regel dat onderling met het personeel.” Wat je dan vaak ziet, zijn vaststellingsovereenkomsten waarbij de werkgever er met de werknemers zonder de rechter probeert uit te komen. Ouder personeel kan op die manier volgens Mudde vaker zijn baan verliezen dan relatief jong personeel.

Faillissementen

Maar faillissementen hebben ook invloed. Bij faillissementen is iedereen, ongeacht zijn leeftijd, zijn baan kwijt. Maar bij een doorstart zie je dat bedrijven veelal doorgaan met jongere werknemers.

Wat mee kan spelen bij het oplopende aandeel 55-plussers in de WW, is volgens Mudde dat de ouderen van nu na hun 65ste een aantal maanden door moeten werken tot hun pensioen, vanwege het geleidelijk ophogen van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. Daardoor blijven ze bijvoorbeeld nog drie maanden langer in de WW voordat ze AOW krijgen. Martin Koning, onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw, denkt dat ook de versobering van de vervroegde-uittredingsregelingen zijn weerslag heeft. Sinds 2006 zijn in de bouw de mogelijkheden om vervroegd met pensioen te gaan versoberd. De gemiddelde leeftijd dat een werkende in de bouw uittreedt, is sinds die tijd van 59 jaar naar 63 jaar verschoven.

WW

Dat zou ook de verklaring kunnen zijn dat de gemiddelde leeftijd van werknemers in de bouwsector tussen 2001 en 2013 is gestegen. Volgens het CBS kroop de gemiddelde leeftijd omhoog van 37 jaar in 2001 naar 41 jaar in 2013. Cijfers over 2014 en 2015 zijn er nog niet. Het lijkt erop dat oudere werknemers vanwege uit- en afstel van uittredingsregelingen en het naar achteren schuiven van de wettelijke pensioneringsleeftijd langer in de WW blijven hangen dan voorheen.

Andere cijfers laten zien dat ouderen niet vaker getroffen worden door werkloosheid dan jongeren. Tussen 2008 en 2014 zijn er volgens het CBS 77.000 banen voor bouwvakkers verdwenen, een afname van 23 procent. Het aandeel werkende bouwvakkers van 55 en ouder kromp sinds 2008 slechts met 7 procent. Het banenverlies voor bouwvakkers van 25 jaar en jonger was 43 procent. Bij de leeftijdsgroep 35 tot 45 jaar verdween 27 procent van de banen.

Als zich een conclusie opdringt, dan is het deze. Ouderen worden zeker niet vaker ontslagen dan jongeren. Maar als ze eenmaal ontslagen zijn, hebben ze minder kans op werk en moeten ze langer dan voorheen zoeken, omdat de vluchtwegen van (pre)pensionering langer voor ze afgesloten zijn.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels