nieuws

Windmeting met zeeboei nauwkeurig

bouwbreed

Windmeting met zeeboei nauwkeurig

Lidar-meetapparatuur installeren op een drijvende boei blijkt een betrouwbare techniek te zijn om windsnelheden te bepalen voor potentiele offshore windparken. Dat leert onderzoek van ECN.

Het rendement van windmolenparken op zee is sterk afhankelijk van de wind ter plekke. In de planfase is het belangrijk om te kunnen beschikken over betrouwbare meetgegevens. De offshore meetmasten die daarvoor worden gebruikt, zijn nogal kostbaar. Een alternatief is drijvende Lidar-technologie die de potentie heeft om een kosteneffectieve oplossing te zijn. Lidars zijn de laatste jaren op de wal door de industrie geaccepteerd voor het gebruik op vlakke terreinen. Met de op laser gebaseerde apparatuur kan vanaf grote afstand windsnelheden worden bepaald.

Samen met RWE, Eneco en Fugro heeft ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) de afgelopen tijd zo’n meetboei van Fugro Oceanor gevalideerd. Dat gebeurde vlakbij de offshore meetmast IJmuiden, die 75 kilometer uit de kust staat. In de mast bevindt zich een statische Lidar van precies hetzelfde type als op de boei. Dat biedt een mooie referentie en geeft ook de mogelijkheid om de prestaties met andere meettechnieken in de mast te vergelijken.

Volgens de onderzoekers van ECN blijkt duidelijk dat de drijvende meetboei van Fugro Oceanor voldoet aan de eisen van de ‘Offshore Wind Accelerator roadmap’. Driekwart van het verschil tussen de drijvende Lidar en de stationaire variant is toe te schrijven aan de technologie zelf; slechts een kwart komt voor rekening van de zeecondities. Atmosferische turbulentie is een belangrijke oorzaak van storingen en meetfouten. Voor de beste resultaten wordt de drijvende boei steeds tegen een mast gevalideerd. De resterende meetonzekerheid ligt dan nog tussen 3,6 procent en 6,8 procent.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels