nieuws

Door de bomen het bos zien

bouwbreed Premium 14

Door de bomen het bos zien

Op artist’s impressions zien nieuwbouwwijken er vaak uit als aardse paradijsjes waar het groen tot in de hemel reikt. De praktijk is echter weerbarstiger; bomen in zulke wijken blijven vaak sprietjes. Met de beplantingsfilm die landschapsarchitect Frits Ruyten met softwarehuis TSD maakte, is dat verleden tijd. En het scheelt geld.

“Het maakt nogal uit waar of hoe je een boom plant”, legt landschapsarchitect en directeur van het Ruyten­instituut, Frits Ruyten, uit. “Niet elke boomsoort doet het even goed op elke plek. Ik ken voorbeelden van twintig jaar oude kastanjes die op 30 meter van een weg al flink uit de kluiten gewassen zijn, terwijl een even oude soortgenoot vlak naast een parkeerhaven nog steeds een stammetje van 10 centimeter heeft en ondersteund moet worden. Slecht over nagedacht dus.”

Ruyten stoort zich ook aan gelikte artist’s impressions van nieuwbouwwijken waar weelderig groen de lanen siert. “Die ontwerpen laten bomen en planten in een eindbeeld zien. Maar bij aanleg wordt doorgaans jong plantmateriaal gebruikt. En dat heeft tijd nodig om tot dat eindbeeld uit te groeien. Dat vraagt in de jaren erna om veel en duur onderhoud.”

Met zijn eigen instituut hoopt Ruyten een omslag te bewerkstelligen. Een eigen beplantingsmethode, de Integrale Beplantingsmethode Ruyten (IBR), maakt dat gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat veel minder tijd en geld in groenonderhoud hoeven te steken en sneller het door ontwerpers geschetste eindbeeld bereiken. In andere woorden: het ziet er sneller uit zoals in de folders beloofd wordt.

Beplantingsfilm

Om bestuurders, boomkwekers, ontwerpers, groenvoorzieners van de openbare ruimte en aannemers te laten zien hoe bomen en struiken in de praktijk groeien, ontwikkelde Ruyten samen met softwarehuis TSD uit Zwolle en het Wageningse Alterra de zogenoemde beplantingsfilm. Daarin worden, door groeigegevens van verschillende boomsoorten in te voeren, rekening te houden met de plek en ondergrond van de beplanting en de afstand tussen de verschillende bomen en de gebouwen in de omgeving, nauwkeurige groeicurves getoond. Ruyten: “Zo’n film blijkt een goed communicatiemiddel te zijn. Het maakt direct inzichtelijk wat het betekent om meteen na de aanleg kwalitatief hoogwaardige beplanting te hebben.”

Onze methode is aan het eind van de rit goedkoper

Door de film blijken plannen­makers vaak eerder bereid op een andere manier na te denken over groen in een wijk. Ruyten: “Onze methode is aan het eind van de rit goedkoper. Maar het is ook een duurzame manier van het planten van bomen en struiken op basis van een lokaal gemeten groeivoorspelling, waarmee elke plant de gehele levenscyclus kan aflopen. Het maakt het groen sneller mooi.”

Bezuinigingen

In verreweg de meeste gemeenten wordt volgens Ruyten nauwelijks nagedacht over hoe groen groeit. “En dus moet in het stedelijk groen al vroeg begonnen worden met dunnen en begeleidingssnoei. Is er – vanwege bezuinigingen of andere prioriteiten – niet voldoende geld voor onderhoud, dan gaan de planten elkaar beconcurreren, blijft de biodiversiteit laag en blijven de bomen en struiken smal en klein.”

De natuur doet beter zijn werk

In Nederland wordt volgens de landschapsarchitect nog veel groen aangeplant volgens de blijver-en-wijker-beplantings­methode. Hierbij worden de ‘wijkers’ verwijderd om groeiruimte voor de ‘blijvers’ te maken. De door Ruyten gepropageerde methode IBR komt voort uit de gedachte dat de ‘blijvers’ al direct op de gewenste eindafstand worden geplant en in een grotere maat. Kostbare dunningen kunnen dan worden overgeslagen. “Door meteen al groter plantmateriaal te gebruiken, krijgt elke plant de ruimte om zich op natuurlijke wijze naar volwassen afmetingen te ontwikkelen. De natuur doet beter zijn werk”, stelt Ruyten.

Grotere bomen planten is weliswaar duurder, maar Ruyten bezweert dat uit berekeningen door gemeenten, de Dienst Landelijk Gebied, aannemers en ingenieursbureaus blijkt dat de integrale beplantingsmethode zich terugverdient in het onderhoud. “En dat al tussen de vijf tot vijftien jaar na de aanleg.”

De beplantingsfilm vergroot het inzicht. Ruyten: “De film laat precies zien hoe de beplanting op die plek groeit. Je kunt variëren met plantafstanden, groeisnelheden en aanvangs- en eindgrootten van verschillende soorten. En je kunt groeicurven maken waarmee op elke plek van een bouwplan nauwkeurig de toekomstige maat van bomen en struiken voorspeld kan worden. Het is dus ook een middel dat de ontwerper in staat stelt zijn bedoelingen meteen duidelijk te maken en dat bestuurders kunnen gebruiken om aan hun achterban uit te leggen wat het idee is.

 


Twintig plannen kunnen als papierschets of digitaal afkomstig uit een CAD-systeem in de 3D-visualiseringstool geïmporteerd worden. Bomen en planten worden op schaal ingevoerd. Vervolgens kan de grootte en habitus op ieder gewenst moment worden opgeroepen. De planten worden niet alleen verschaald, maar ook de habitus van de plant wordt complexer. De visualisering is voor iedere tijd van de dag te berekenen, zodat ook een schaduwanalyse mogelijk wordt.


 

Reageer op dit artikel