nieuws

Hoogspanning op de Doggersbank

bouwbreed Premium 144

Hoogspanning op de Doggersbank

Met een ambitieus plan blaast TenneT de discussie over een kunstmatig eiland voor offshorewind nieuw leven in. Dit keer gaat het niet om een stopcontact maar een complete stekkerdoos op zee. Pakt de politiek het nu wel op?

Het is een ver toekomstbeeld dat hij schetst. Mel Kroon beseft dat er voor 2030 geen baggerschip ook maar een zandkorrel zal opspuiten voor een kunstmatig eiland op de Doggersbank. De offshore-windindustrie is voorlopig druk met de aanleg van de windparken Borssele en Hollandse Kust. Maar de directeur van TenneT wil alvast verder vooruitkijken en een agenda voor de lange termijn neerleggen. Noodzakelijk om in 2050 de Europese energiedoelstellingen te kunnen halen.

Mel Kroon

 

Het beeld bestaat uit liefst 7000 windmolens ver op de Noordzee

Ter gelegenheid van de Architectuurbiënnale, dit voorjaar, voerde TenneT al een verkennende exercitie uit met baggeraars, energiebedrijven en milieuorganisaties. Inmiddels heeft de beheerder van het hoogspanningsnetwerk van Nederland en een deel van Duitsland het plaatje verder ingekleurd. Het eindbeeld bestaat uit maar liefst 7000 windmolens ver op de Noordzee, elk met een vermogen van 10 MW. Rondom een centraal eiland dat als werkhaven fungeert en waar 2000 mensen kunnen verblijven die druk zijn met de bouw en onderhoud van de windparken.

“Windenergie is niet de ultieme oplossing”, benadrukt Kroon. “Zonne-energie heeft een veel grotere rol in de toekomstige energievoorziening. Maar de zon schijnt nou eenmaal niet altijd, net zomin als het altijd waait op zee. De twee vullen elkaar vaak wel goed aan. En als je in staat bent de stroom over afstanden van 600 kilometer of meer te transporteren, kun je vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen.”Daarvoor zijn wel onderzeese stroomkabels nodig, volgens Kroon. “Veel meer dan het handjevol dat er nu ligt. Daar is dat eiland ook handig voor, omdat je er voordelig de noodzakelijke converters op kunt plaatsen.”

Batterij

Noorse waterkracht vervult in die visie de rol van centrale batterij. Voor het geval wind en zon het laten afweten. “Daar zijn de omstandigheden hier ideaal voor”, bevestigt Atle Harby, directeur van het Noorse onderzoeksorganisatie voor duurzame energie Cedren. “De NorNed-kabel tussen Noorwegen en Nederland laat al zien hoe efficiënt internationale uitwisseling is van waterkracht- en conventionele stroom.

 

Noorse waterkracht vervult de rol van centrale

 

Die kabel had zich binnen een paar jaar voor beide landen terugverdiend. Maar we hebben in Noorwegen potentieel veel meer opslagcapaciteit. Dat vergt weliswaar miljardeninvesteringen, maar is nog altijd vele malen goedkoper dan welk alternatief ook. Als je de hele Chinese muur volhangt met de veelbesproken PowerWalls van Tesla, dan heb je nog geen 15 procent van de capaciteit van ons grootste stuwmeer.” De Noorse onderzoeker kan zich daarom wel vinden in zo’n centraal eiland in de Noordzee dat als centraal verdeelpunt fungeert van stroom voor de Noordzeelanden.

Eerdere plannen

Er waren natuurlijk eerdere plannen voor kunstmatige werkeilanden en energieatollen. De stichting Heden pleitte acht jaar terug al voor een werkeiland voor de kust van IJmuiden. In België loopt zelfs een aanbesteding voor een eiland bij Oostende, hoewel die momenteel stokt op procedurele kwesties. Maar beide plannen zijn veel bescheidener van opzet en de eilanden liggen veel dichter bij de kust dan in het plan van TenneT.

Noordzee-eiland Tennet.

 

Kroon en consorten denken aan een eiland op zeker 80 kilometer ten noorden van Den Helder. Met een oppervlak van 6 vierkante kilometer is er zeker plek voor vijftien convertorstations. Dergelijke stations, nodig om wisselstroom in gelijkstroom om te zetten, hebben veel ruimte nodig. Ze worden nu op jackets neergezet op de zeebodem. Dat zijn kostbare bouwwerken. Per convertor kan er zomaar een paar 100 miljoen euro worden bespaard als die op land kan worden gebouwd.

Kroon is daar zo stellig over aangezien TenneT in Duitsland veel ervaring heeft met windparken ver op zee. Door de vreemdevorm van de Duitse territoriale wateren werden die parken vanaf het begin op grote afstand van de kust gebouwd. En dus moest er, anders dan bij de Nederlandse parken, tot nu toe met gelijkstroom worden gewerkt.

De kosten bedragen 1,5 miljard euro voor een kaal eiland

Het eiland op zee is uiteraard ook niet gratis. De geschatte bouwkosten bedragen 1,5 miljard euro voor een kaal eiland. “Maar als je deze schaalgrootte kiest kun je – met de voordelen van toekomstige technische innovaties – windenergie ver op zee produceren tegen 90 procent van de kosten waarop dat nu gebeurt in parken dicht bij de kust.”

Zeewering

Technisch zijn de hobbels niet onoverkomelijk

Baggerbedrijf Van Oord is éé n van de partijen die door TenneT al vroeg bij de plannen werd betrokken. “We staan er positief tegenover”, meldt woordvoerder Robert de Bruijn. Weinig verrassend misschien, want er is een grote rol weggelegd voor het bedrijf als alles doorgaat. Niet alleen bij de aanleg van het eiland, maar ook bij de installatie van de duizenden windmolens eromheen. “Technisch zien we geen onoverkomelijke hobbels. Wat de zeewering van het eiland voor de kiezen krijgt is echt wel wat heftiger dan die voor de Tweede Maasvlakte. Maar het is in onze visie te bouwen. En hoe groter je het maakt, hoe gunstiger de prijs per hectare.”

Natuur en Milieu toont zich voorzichtig positief over het plan, meldt Geertje van Hooijdonk. Ze begrijpt dat als de windmolenindustrie haar heil verder uit de kust moet zoeken er een voorkeur is voor de ondiepere delen, zoals de Doggersbank. Daar is de zee geen 40 meter diep, maar plaatselijk slechts 15. “Juist om die eigenschap is het ook een belangrijke paaiplaats voor vissen en fourageerplaats voor vogels en zeezoogdieren. Niet voor niets is het een Natura2000-gebied. Er moet nog heel veel uitgezocht worden, maar we vinden de energietransitie belangrijk en zien ook wel dat daarvoor windenergie verder op zee nodig is.”

Oud-directeur Arie Mol van ingenieursbureau LievenseCSO is ook enthousiast. Hij was een van de initiatiefnemers van het windeiland van de stichting Heden uit 2009. Hij is toen ook het gesprek aangegaan met TenneT, maar het bedrijf deed tot zijn teleurstelling niet mee. “Ik ben blij dat ze tot inkeer zijn gekomen en hoop dat ze de slagkracht hebben om het plan verder te brengen. Dat is des te noodzakelijker omdat de schaal van hun plan echt veel groter is dan die van ons destijds.”

Lobbyen

Kroon beseft dondersgoed dat hij er hard aan zal moeten trekken, maar voelt zich gesteund door de Europese verklaring over energiesamenwerking die vlak voor de zomer werd afgesloten. “Ik zal er voor lobbyen in Den Haag, Brussel en bij collega-netbeheerders. Want dit is typisch iets dat in EU-verband moet worden uitgewerkt. Dat vergt jaren overleg en dan moet je dus vroeg beginnen.”

Mol heeft overigens twijfels bij de grootschalige inzet van de Noorse waterkrachtbatterij. “Tegen stuwmeren bestaat internationaal steeds meer weerstand. Het zijn lelijke dingen in het landschap die een enorme invloed hebben op de ecologie. Niet voor niets heeft de Wereldbank zijn handen afgetrokken van waterkra chtprojecten.”

Speciale power modules in converterstation Helwin2

 

Het opslagrendement is ook nog eens beperkt: zo’n 30 tot 40 procent van de stroom die wordt opgeslagen gaat verloren door oppompen, verdamping, lekkages en andere verliezen. De zogeheten koperen plaat – het aan elkaar koppelen van de internationale hoogspanningsnetten – vindt Mol in dat opzicht een veel effici ëntere maatregel. “Dan verkoop je de windenergie die Engeland over heeft direct aan Duitsland, als het daar op dat moment niet waait en ook de zon niet schijnt. Daarvoor moeten nog veel verbindingen worden gemaakt zowel door zee als over land. Dat is een sterk punt van het TenneT-plan. “

Chemische opslag

Uiteindelijk ben je er ook niet met zonne-energie, windstroom en waterkracht, is Mols stellige overtuiging. Chemische opslag is een zinvolle aanvulling. “Ook daar is nog veel onderzoek voor nodig om het rendement te verhogen. Maar dan kun je stroom wel heel lang opslaan door elektrolyse-waterstof te produceren. En dan benut je ook nog eens de uitvoerige gasinfrastructuur waar we afgelopen honderd jaar met elkaar zoveel in hebben geïnvesteerd.”

Plaatsing van de Sylwin 2-converter

 

Wat Mol betreft is de politiek aan zet. “Die moet een visie neerleggen en consistent beleid voeren waardoor het voor investeerders interessant wordt om in duurzame energie te stappen. De overheid kan eenvoudigweg niet alles aan de markt overlaten. Zo’n eiland op de Doggersbank of waar ook, is meer dan een energiecentrale die even aan het bestaande netwerk wordt toegevoegd. Daar zitten oneindig veel kanten aan vast. Niet alleen energetische en economische aspecten, maar ook internationaal-rechtelijke, ruimtelijke en ecologische. Daar moet de politiek het voortouw nemen. Tot nu toe is er bij mijn weten geen Kamervraag gesteld over het TenneT-plan. Hopelijk komt dat nu we richting verkiezingstijd gaan.“

Reageer op dit artikel