nieuws

Het grootste dakpark van Europa

bouwbreed Premium 129

Het grootste dakpark van Europa
Stijn Brakkee fotografie

Voor het verlaten rangeerterrein ter hoogte van de Vierhavensstraat zocht de gemeente Rotterdam een nieuwe invulling. De gemeente wilde bedrijvigheid, de omwonenden wilden graag een park. Samen kwamen ze eruit. Het resultaat: een bedrijfsgebouw met een stadspark op het dak.

Als Rotterdams jochie van een jaar of elf deed Jan Damman het graag, ‘treintje piepen’. Samen met een of meerdere vriendjes stapte hij ter hoogte van de Merwehaven stiekem op een stilstaande wagon, om vervolgens een stukje in het geniep mee te kunnen rijden. Bij het rangeerterrein ter hoogte van de Vierhavensstraat, waar de trein doorgaans even stopte, sprongen ze er dan weer af. Het was een behoorlijk groot rangeerterrein, met twintig sporen naast elkaar. Hier werden goederen die per schip naar Rotterdam waren gekomen, per trein landinwaarts vervoerd. Een mooie tijd, blikt de nu 67-jarige Damman terug.

Met de komst van de Maasvlakte was het rangeerterrein tussen de Vierhavensstraat en de Hudsonstraat in Delfshaven overbodig geworden: de meeste overslagbedrijven verhuisden naar het ‘nieuwe land’. Het gevolg: een morsig, verlaten rangeerterrein dat ongure types aantrok.

Havenspoorwegemplacement met goederentreinen bij de Hudsonstraat, langs de Vierhavensstraat (1930)

 

Winkels en een park

De gemeente Rotterdam wilde nieuwe bedrijvigheid op deze plek in de vorm van winkels, terwijl bewoners van omliggende wijken – zoals Bospolder-Tussendijken en Schiemond- graag een park wilden hebben. Dit alles speelde rond de millenniumwisseling. Na een jarenlang traject – het maken van een masterplan, het wijzigen van het bestemmingsplan, de onteigening van gebouwen, het maken van een stedebouwkundig ontwerp tot het maken van een plan voor gebouw én park – kregen beide partijen hun zin. Want dat is het uiteindelijk geworden: een langgerekt gebouw met bedrijven en winkels, met daarbovenop een park. Gemeente blij, omwonenden blij. Bewoners zijn tijdens het gehele proces – van allereerste idee tot realisatie – een constante en kritische factor geweest, aldus Damman. “Ze spelen nog steeds een zeer belangrijke rol, niet in de laatste plaats omdat ze medebeheerders zijn geworden.’’

Kom niet aan de dijk!

Dakpark Rotterdam, zo luidt de officiële naam. Het park is in november 2011 officieel geopend. Damman, geboren en getogen Rotterdammer, is een van de gidsen. Namens Stichting Dakpark leidt hij regelmatig projectontwikkelaars, stedebouwkundigen of ambtenaren rond, ook uit het buitenland. “Het proces heeft lang geduurd. Zie je de dijk aan de rand van het park? Die moest blijven. Kom in Nederland niet aan een dijk! Ook loopt hier een warmwaterleiding naast: restwarmte van de industrie, om de huizen te verwarmen. Ook die waterleiding moest in de plannen worden geïntegreerd.”

Dakpark Rotterdam is groot. Heel groot. Het is 1200 meter lang, 85 meter breed en 9 meter hoog. Daarmee is het park het grootste dakpark van Europa. Dura Vermeer heeft de winkelstrip Bigshops (totale vloeroppervlakte: 25.000 vierkante meter) en een parkeergarage met 750 parkeerplekken ontwikkeld. Ook is een expeditiestraat achter de winkels gerealiseerd, zodat laden en lossen uit het zicht van het publiek gebeurt.

Verschillende tuinen

Het park zelf is, in samenspraak met omwonenden, door de gemeente Rotterdam ontwikkeld. Buro Sant en Co uit Den Haag is verantwoordelijk voor het ontwerp. De opgave was moeilijk: een écht groen park te maken in een hoogstedelijke omgeving. Het is gelukt: Dakpark Rotterdam is een groene oase in de stad, met veel knikken, plooien, taluds en een stelsel van zigzaggende paden. Wie door het park struint, heeft niet of nauwelijks het idee op een dak te lopen.

De Oranjerie, nu een wokrestaurant, en een indrukwekkende watertrap vormen het hart van deze groene oase, laat Damman zien. Bij mooi weer spelen honderden kinderen in en rond dit ‘getrapte pierenbadje’. Het park telt meerdere tuinen, zoals een mediterrane tuin, een speeltuin en een buurttuin met schapen.

Het verschil tussen oost- en westkant van het park is groot. De westkant, met een geknikt maaiveld, is naar de wijk gericht. Aan deze kant bevinden zich ook de thematuinen. De oostkant – de kant van de havens – heeft een hoogstedelijk karakter, met hagen, grote bomen en enkele uitkijkpunten. Een balustrade begrenst het park aan deze kant. Deze balustrade is dus onderdeel van het park, maar kan ook worden gezien als de kroonlijst van de winkelstrip er onder.

Bomen

Door het open karakter kan het hier flink waaien, zegt Damman. “Als je goed naar de bomen kijkt, zie je dat ze anders zijn dan normaal: er is voornamelijk gekozen voor meerstammige bomen. Het zijn windvangers die stevig in de grond moeten staan.”

Want een boom op een dergelijk dak plaatsen is nog niet zo eenvoudig, vervolgt de Rotterdammer. Er is immers minder grond om te wortelen. Daarbij komt: de bomen mogen niet in te veel water staan, terwijl ze ook niet mogen uitdrogen. Experts van de gemeente Rotterdam hebben daar iets op bedacht.  Damman laat een dwarsdoorsnede zien van een plek waar een boom is geplaatst. Het gaat om nogal wat laagjes: dertien, om precies te zijn. Bij elkaar een meter dik.

De eerste laag is beton, dan komen dakbedekking, hard piepschuim en een mat die regenwater afvoert. Vervolgens weer een laag piepschuim, dan oase. Inderdaad, het groene spul waar je kerststukjes mee maakt. Oase heeft de eigenschap om regenwater vast te houden. Daarbovenop liggen een waterdoorlatend wegenbouwdoek en mat van staal waar de boomkluit met riemen aan vastgemaakt wordt. Dan 20 centimeter bomengrond, een mat van staal waar de boomwortels doorheen groeien en een mat van kunststof wapening. De bovenste laag is 60 centimeter dik en bestaat uit donkere bomengrond die water kan vasthouden wanneer het droog is.

Na de rondleiding laat Damman een paar oude zwart-wit foto’s van het oude rangeerterrein zien. Zelfde locatie, totaal andere wereld. Een bijzondere vorm van herontwikkeling. De buurt is er maar wat blij mee. 

Jeroen Kreule

Lees meer uit de special Duurzaamheid & Energie

Reageer op dit artikel