nieuws

Jaarboek toont nieuwe balans in architectuur

bouwbreed Premium 41

Jaarboek toont nieuwe balans in architectuur

De kracht van de Nederlandse architectuur is eeuwenlang een krachtige combinatie van traditie, gemeen
schap en experimentele vernieuwing geweest. Met de avant garde sloeg dit wat door naar vernieuwing als doel op zich. Het nieuwste Jaarboek Architectuur laat zien dat een nieuwe waardevolle balans ontstaat.

Enkele jaren geleden stond in dagblad Trouw een cartoon waarop een groot flatgebouw stond afgebeeld met allemaal dezelfde deuren en één deur in een andere kleur. Het onderschrift luidde: “Oh, Belgische toestanden”.

29ste Jaarboek Architectuur

Op 19 april werd het 29ste Jaarboek Architectuur in Nederland gepresenteerd. De presentatie eindigde met een paneldiscussie, waaraan onder meer de Belgische architect Dirk Somers deelnam. Somers was niet onverdeeld gelukkig met het jaarboek. Hij constateerde twee soorten originaliteit: frivool en meer richting minimalisme. Daarmee was het jaarboek een dwarsdoorsnede, maar niet vernieuwend, het nam volgens Somers te weinig stelling.

Daarmee zette Somers aan het einde van de presentatie een volkomen onterechte toon.

Ik weet niet of het exemplarisch is voor wat tegenwoordig ‘Belgische toestanden’ zijn, maar voor het eerst ben ik met dit Jaarboek echt blij met onze Nederlandse architectuurtraditie. De omslag laat de door Somers destijds bekritiseerde dwarsdoorsnede al op een heel mooie manier zien. Aan de voorkant het sprekende kale beton en glas van Anne Holtrops museum Fort Vechten, op de achterzijde Landmark van Monadnock, een rijke ingreep die een nieuw Limburgs dorp voorziet van meerdere tijdlagen.

Nieuwe definitie

De redactie heeft ook nog eens een heel goed verhaal bij haar keuze. De Delftse hoogleraar Tom Avermaete schrijft bescheiden dat zijn verkenning nog veel nader onderzoek en reflectie vraagt, maar hij geeft wel een heel mooie aanzet tot een nieuwe definitie van het architectuurproject. Allereerst maakt hij een belangrijk onderscheid, geïnspireerd door de Italiaanse theoreticus Manfredo Tafuri, tussen avantgardistische en experimentele architectuur.

Nederland is te lang avantgardistisch geweest, en dat is volgens Tafuri exclusief en absoluut. Experimentele architectuur kan ook vernieuwend zijn, maar wel in gesprek met de bestaande architectuur, onderzoekend en ondervragend in plaats van een statement.

Experimentele architectuur

Het boeiende is dat deze experimentele architectuur toepasbaar is op een brede heroriëntering van onze bestaande bebouwde omgeving.

Veelzijdigheid en veelkleurigheid hoeft niet uit het casco te komen

 Zelfs een Bijlmerflat renoveren past naadloos in het verhaal van Avermaete. De Kleiburgflat in Amsterdam is teruggebracht tot zijn basisstructuur, met een aantal belangrijke verbeteringen van oorspronkelijke problemen, en vervolgens als casco aangeboden aan toekomstige bewoners. De veelzijdigheid en veelkleurigheid hoeft dan niet uit het casco te komen, maar kan juist uit de coproductie komen van de enthousiaste nieuwe bewoners van vijfhonderd appartementen die dit experiment zijn aangegaan.

Avermaete plaatst de interventies van architecten in de toekomst als het ontgrendelen en beheren van zo belangrijke gemeenschappelijke bronnen als het territorium, de tijd en het handelen. Hij benoemt dit als de architectuur van de commons, van de gemeenschap. Daar ontstaat een nieuw soort duurzaamheid, door op zorgvuldige wijze om te gaan met beschikbare bronnen, en deze te accommoderen, te transformeren en te activeren. Architecten zijn dan geen individualisten meer, maar onderdeel van een proces van coproductie.

Kritiek

Dat vraagt volgens Avermaete ook een nieuwe architectuurkritiek. Niet meer gericht op formele vernieuwing, maar op het cultiveren van een veelheid aan beschikbare bronnen. Een beweging die natuurlijk in de Nederlandse architectuur altijd al bestaan heeft, in de jaren 90 een nieuw elan kreeg met het verlangen naar romantische architectuur, en nu zijn genuanceerde plek opeist in het Jaarboek.

Daarbij horen ook andere begrippen die lange tijd nauwelijks hoorbaar waren in het architectuurdiscours. Kirsten Hannema pleit in navolging van Lara Schrijver voor een altruïstische architect, die een kracht heeft die een sterarchitect ontbeert: het vermogen om een langlopende culturele logica bloot te leggen die het pure individualisme overstijgt, om een groter, meer fundamenteel menselijk verhaal te vertellen.

En Edwin Oostmeijer ziet hoe, onder meer in de Kleiburgflat, verbeeldingskracht gekoppeld wordt aan pragmatisme en Hollandse nuchterheid.

Belangrijke begrippen als gemeenschap, altruïsme en verbeeldingskracht krijgen weer een plek in de Nederlandse architectuur en zijn zichtbaar in dertig zeer uiteenlopende en daardoor juist belangwekkende projecten in dit prachtige Jaarboek.

Jan den Boer
Jan den Boer is stedenbouwkundige en werkt als projectmanager bij de gemeente Utrecht.

Architectuur in Nederland 
Jaarboek 2015/2016 
Nai010 uitgevers, Rotterdam 
Prijs: 39,50

Reageer op dit artikel