nieuws

Wisselenderechtspraak bij meerwerk

bouwbreed Premium

Wisselenderechtspraak bij meerwerk

Het is algemeen bekend dat wijzigingen in het werk veel discussie opleveren in de bouwpraktijk. Het Burgerlijk Wetboek geeft hiervoor in art. 7:755 BW een wettelijke regeling.

De aannemer heeft de plicht om tijdig te waarschuwen voor de noodzaak van een prijsverhoging voor meerwerk, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Bij de uitleg van deze ‘tenzij-regeling’ speelt de deskundigheid van de opdrachtgever een rol. De jurisprudentie hierover is uiteenlopend. Illustratief zijn een aantal opeenvolgende uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In een arrest van 24 september 2013 werd de aanspraak op meerkosten afgewezen. Het hof oordeelde dat de onderaannemer onvoldoende inzicht had verschaft aan de (nota bene deskundige) hoofdaannemer in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten. In een uitspraak van 10 december 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:9440) oordeelde het hof vergelijkbaar.

Meerwerkregeling

Een op 1 maart 2016 gepubliceerd arrest laat een andere uitkomst zien. Het betrof een aannemingsovereenkomst met een particuliere opdrachtgever waarop de algemene voorwaarden voor installatiewerk consumenten van toepassing waren. Daarin is een met art. 7:755 BW vergelijkbare meerwerkregeling opgenomen en expliciet bepaald dat meerwerk voor een bedrag van meer dan € 300 schriftelijk vastgelegd moet worden. Dit laatste is niet gebeurd. De aannemer vordert vergoeding van het uitgevoerde meerwerk. De opdrachtgever betwist de verschuldigdheid daarvan. Het geschil draait uiteindelijk om de vraag of de opdrachtgever uit zichzelf heeft moeten begrijpen dat uit het meerwerk een prijsverhoging zou voortvloeien.

Meer deskundigheid

Het hof beantwoordde deze vraag bevestigend nam in aanmerking dat de opdrachtgever als ‘zelfbouwer’ meer deskundigheid geacht wordt te hebben dan de gemiddelde consument. Omdat vastlegging niet schriftelijk is gebeurd, mocht de opdrachtgever niet afleiden dat het meerwerk niet boven de € 300 zou uitkomen. De vordering wordt hier wèl toegewezen. De drie uitspraken laten zien dat de rechtspraak wisselend is. Het advies bij meerwerk blijft onverkort om vooraf expliciet te wijzen op de (omvang van) kostenverhogende prijsconsequenties, zeker bij ondeskundige en/of particuliere opdrachtgevers.

Mr. Susanne M. van de Pest
Advocaat bij Severijn Hulshof advocaten

Reageer op dit artikel