nieuws

Bouw wil minder certificaten en meer echte duurzaamheid

bouwbreed Premium

Bouw wil minder certificaten en meer echte duurzaamheid

De bouwsector wil af van de wildgroei aan duurzaamheidscertificaten. Grote bedrijven uit de (water)bouwsector, GWW en technische dienstverlening ervaren ze slechts als extra papierwerk. De certificaten zijn te veel gericht op bedrijfsvoering en te weinig op de realisatie van duurzaamheid in projecten, aldus de MVO-managers van een aantal grote ondernemingen in een ingezonden brief.

De bouwondernemers pleiten voor meer duurzaamheid in de projecten en voor een constructieve dialoog met opdrachtgevers onder het motto: “Minder duurzaamheid op papier, meer in de praktijk.” De brief is ondertekend door de MVO-managers van Ballast Nedam, BAM Infraconsult, Boskalis Nederland, Cofely Energy & Infra, Croon Elektrotechniek, Heijmans Infra, Mourik, SPIE Nederland, Strukton, TBI, Van Oord en VolkerWessels.

Niet ter discussie

Harry Hofman, MVO-manager bij Strukton, en woordvoerder van de groep, benadrukt dat het tot op heden bereikte resultaat van certificeringen en prestatieladders niet ter discussie staat. “In 2009 lanceerde ProRail de eerste duurzaamheidsprestatieladder: de CO₂-Prestatieladder, een hulpmiddel voor opdrachtgevers om duurzame leveranciers voorrang te geven. Dat was een goed initiatief en het had ook effect: tientallen bedrijven in de branche zetten CO₂-reductie op de agenda, namen maatregelen en behaalden de hoogste trede op de ladder.”

Voor duurzaamheid in de projecten is maar weinig aandacht

 Hoewel de prestatieladder in belangrijke mate bijdroeg aan de bewustwording van de CO₂-uitstoot in de bouw, is er inmiddels zo’n wildgroei ontstaan aan ladders, certificaten, schema’s en labels, dat de toegevoegde waarde ervan nu ter discussie staat, stellen de bedrijven in hun brief. “De MVO-prestatieladder, CO-Prestatieladder, PSO ladder, FIRA of Ecovadis zijn maar een paar voorbeelden van duurzaamheidslabels die ons worden gevraagd door opdrachtgevers. Maar al die labels en certificaten zijn vooral gericht op de bedrijfsvoering. Voor duurzaamheid in de projecten is helaas maar weinig aandacht. Terwijl juist daar veel kan worden bereikt.”

Gerichte dialoog

De bedrijven willen het aantal prestatieladders en duurzaamheidscertificaten sterk beperken. Hun streven is één te certificeren standaard voor de hele keten (zowel voor opdrachtgever als opdrachtnemer), bijvoorbeeld op basis van ISO 26000 of het GRI-protocol. Een tweede suggestie is dat opdrachtgevers bij aanbestedingen duurzaamheid zodanig zouden moeten uitvragen dat dit daadwerkelijk effect heeft op het project. Een gerichte dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer in het project komt de duurzaamheid sterk ten goede, menen de bedrijven.

Ook wij willen dat opdrachtgevers hun opdrachtnemers meer uitdagen

Stichtingsmanager Gijs Termeer van Stichting SKAO, beheerder van de CO₂-prestatieladder, zegt in een reactie dat hij deze geluiden kent en ook begrijpt. “Ook wij willen dat opdrachtgevers hun opdrachtnemers meer uitdagen op innovaties die de duurzaamheid in projecten ten goede komt. Wij praten daar geregeld over met Bouwend Nederland, ProRail, de Vereniging van Waterbouwers, Uneto-VNI en Rijkswaterstaat.”
Dat neemt niet weg dat de ladder een nuttig instrument blijft, vindt SKAO. “Uit onderzoek blijkt dat de 25 grote bouwers die de ladder hebben ingevoerd meer dan 3 procent CO₂ per jaar besparen. Dat is geen geringe reductie.”

Reageer op dit artikel