nieuws

Transformatie op z’n Rotterdams: 
212 lofts op gigantische stalen tafel

bouwbreed

Transformatie op z’n Rotterdams: 
212 lofts op gigantische stalen tafel

Het woord ‘transformatie’ krijgt in Rotterdam-Katendrecht een nieuwe betekenis. Zwaar materieel walste een deel van een historisch pakhuis tegen de vlakte. Maar het is slopen om te behouden, zegt architect Robert Winkel.

Een maand na de start ligt de zuidoosthoek van de honderd jaar oude Fenixloods I aan puin. “Even schrikken, maar het wordt straks weer als origineel”, lacht Robert Winkel (Mei architects and planners). “Met hier en daar een litteken dat de geschiedenis heeft achtergelaten.”

De havenopslag was bij oplevering in 1922 de grootste van de wereld. Het gebouw heette toen de San Franciscoloods en was liefst 360 meter lang. Dwars erdoorheen liepen twee spoorlijnen en een aantal goederenliften waarmee vrachtwagens hun waar konden laden en lossen op de eerste verdieping.

Nautische karakter havengebouw blijft bewaard

In de oorlog liep het gebouw grote schade op doordat de Duitsers de naastgelegen kademuren opbliezen. Het herrees nog een keer uit zijn as – in twee delen – na een cacaobrand in 1947. Aan de zijde van Katendrecht verdwenen de laaddekken toen de ‘logistieke machine’ in de jaren vijftig werd omgebouwd tot pakhuis. Aan deze kant wordt nu een gebouwdeel verwijderd. Dat keert straks terug in oude gedaante, met laaddekken die een rol gaan spelen bij de ventilatie van het gebouw.

Aan de zijde van de Rijnhaven komt op sommige plaatsen glas in de portalen van de gemetselde gevels om kadewoningen te maken. Maar het nautische karakter van het havengebouw blijft bewaard. Intern is hier en daar wel een herverdeling van krachten nodig, om kolomloze ruimtes te maken voor danszalen voor een cultuurcluster.

Vakwerkconstructie

De grootste constructieve uitdaging is de bouw van een 44 meter hoog appartementencomplex met 212 loftwoningen (Fenixlofts) boven op het pakhuis. Om dat voor elkaar te krijgen, bouwt aannemer Heijmans een gigantische stalen tafel. Dwars door de loods, die geen monumentenstatus heeft, wordt een serie 14,30 meter hoge kolommen gestoken met een diameter van een meter. Die ondersteunen een 5 meter hoge vakwerkconstructie – het 140 bij 40 meter grote ‘tafelblad’ waarop het appartementengebouw verrijst. De tafel wordt gefundeerd op een aantal nieuwe buispalen die tussen de enorme poeren van het oude pakhuis moeten worden geslagen.

De ‘incisielaag’ tussen nieuw- en oudbouw krijgt lofts met woonruimtes waar zware diagonale stalen spanten als mikado doorheen steken. Nadat boven op het tafelblad een breedplaatvloer is gestort, gaat de bouw verder met een tunnelbekisting. Alleen op de onderste twee lagen zijn volledig dragende wanden nodig, voor de overbrenging van krachten. “Erboven gebruiken we een tunnelsysteem met kolommetjes en kleine schijfjes van slechts 80 bij 20 centimeter, om de ruimtes zoveel mogelijk open te houden”, vertelt bouwtechnoloog Robert Platje (Mei). “Flexibiliteit is de kracht van het woonconcept.”

Feitelijk is het nieuwbouwdeel een rondom een binnenplaats gepositioneerde galerijflat. Maar wel een heel hippe. Opdrachtgever Heijmans Vastgoed bedacht een concept waarbij het woonoppervlak wordt verkocht in partjes van een halve stramienmaat (2,25 meter), 20 vierkante meter per stuk. Die zijn horizontaal, maar ook verticaal te koppelen. De bewoners van de lofts bepalen ook volledig zelf de inrichting. Daardoor zijn geen twee woningen hetzelfde De keuzevrijheid is vrijwel ongelimiteerd. Een van de bewoners koos zelfs voor een slaapkamer zonder ramen. Mei doet zelf ook voor vijftig woningen het binnenhuisontwerp.

Het gevelbeeld van de getrapt opgebouwde appartementen wordt vooral bepaald door glas. Niet alleen van de puien, maar ook van de glazen schermen die de 2,5 meter brede buitenruimtes van de appartementen afschermen. De glasplaten zijn vijf meter breed en ingeklemd in de vloerrand en in stalen beugels – “mijmerbeugels”, zoals Robert Winkel ze omschrijft. Ze geven de Fenixlofts ‘sublimiteit’. Winkel: “Filosoof Edmund Burke definieerde het sublieme als iets dat overweldigt. In de architectuur kun je dat bereiken met een beeld van ontelbaarheid. Met 650 mijmerbeugels repeterend in de gevel geplaatst komen we een heel eind.”

Projectgegevens

 

Reageer op dit artikel