nieuws

‘Ik wil mijn product kunnen verkopen in Nederland’

bouwbreed Premium

‘Ik wil mijn product kunnen verkopen in Nederland’

De zeventigjarige ondernemer Ben Mets van Desmepol strijdt al ruim twintig jaar tegen KOMO. Telkens weer loopt hij tegen juridische muren aan. “In Nederland is sprake van nepmarktwerking.”

Mets produceert en levert chemicaliën voor de bouw. De man die jaren in Athene woonde, verkoopt vooral eindproducten en grondstoffen die het verwerken van beton en gips bespoedigen. “Vergelijk het met Griekse yoghurt. Die is hartstikke dik. Meng je de yoghurt met een klein beetje water en ons product, dan wordt het drinkyoghurt. Dan vloeit het automatisch in de mallen. Het is makkelijk voor de verwerking en maakt de verpompbaarheid van beton mogelijk. Hoe minder water, hoe beter de kwaliteit van het beton.”

In een topjaar levert hij vooral aan de prefabindustrie 5500 ton van zijn kleurloze product. “Afgelopen jaar was dat 3000 ton. Mede door de crisis. Ja, er zijn zat alternatieven. Je kunt ons fabricaat ook in combinatie met andere fabricaten toepassen.”

Geen voet aan de grond

Tot zo ver is er weinig aan de hand. In Nederland krijgt hij echter geen enkele voet aan de grond. Dat is al zo sinds begin jaren negentig. “Het probleem is dat ik geen KOMO-certificaat heb. En alle bedrijven aan wie ik zou kunnen leveren, hebben dat wel. Maar zij mogen alleen maar met hulpstoffen werken met een KOMO-keur.”
Mets begreep er niets van. Verschillende keren werd hij naar eigen zeggen “van het kastje naar de muur gestuurd”. “Eerst zeiden ze dat ik pas tot KOMO zou worden toegelaten als ik twee jaar op de markt was. Daarna kwamen ze weer met nieuwe voorwaarden en maakten ze er ineens vijf jaar van.”

‘Brussel kwam met de boodschap dat ik in mijn gelijk stond’

Nadat hij “vijftig keer zijn neus stootte bij KOMO en allerlei andere instanties”, zocht hij in 2002 contact met Brussel. “Brussel kwam met de boodschap dat alleen CE-markering geldig is en dat ik in mijn gelijk stond. Op verzoek van ons is Nederland toen in gebreke gesteld. Ze beloofden het betreffende keurmerk te schrappen, maar dat hebben ze nooit gedaan.”

Onzin

De handelaar liet het er niet bij zitten en schakelde de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in. “Die deden niets. Of ze kwamen steeds met een ander verhaal. Toen stapte ik naar de rechtbank in Arnhem.” Ook dat mocht voor Mets niet baten. “Tijdens de zitting kreeg ik gelijk van de rechter, maar bij de uitspraak werd mijn verhaal afgedaan als onzin.”

Van Brussel naar de ILT; van de ILT naar Arnhem; van Arnhem naar de Raad van State. “Sinds februari vorig jaar wacht ik nu op een uitspraak. Ze kauwen al een jaar op de zaak, terwijl ze binnen zes weken een uitspraak moeten doen.”

Nog steeds belt hij met Brussel. Met een Fin en een Griek. “Zij stellen mij gerust. U heeft gelijk, zeggen ze. Maar wij mogen ons er niet mee bemoeien. Pas als u verliest.”

Ook minister Blok heeft Mets niets te bieden, ervaart hij. “Daar heb je van die draaideuren. Die wisselen elke keer van mening. De Nederlandse Staat beschermt KOMO. Kamerleden? We hebben contact met ze, ze horen ons aan, maar zij bemoeien zich er niet mee zolang onze zaak onder de rechter is.”

Strijdbijl

De rechtbank. Mets weet intussen wel hoe die er van binnen uitziet. Toch is er geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om de strijdbijl te begraven, al wordt hij volgende maand 71. “Wat ik wil bereiken? Rechtvaardigheid. Ik wil mijn product kunnen verkopen in Nederland. Wij zijn bovendien niet de enige leverancier die hier wordt geweerd. Verschillende Duitse klanten maken producten op basis van onze grondstof. Ook zij komen er niet tussen bij de man die hier betonelementen bouwt. Lateien of wanden. Diegene die het probeerde, werd teruggefloten, bang voor de KOMO-inspecteur.”

‘Ik wil KOMO niet beschadigen, maar ze moeten zich wel aan de regels houden’

KOMO gaat tegen de Europese Bouwverordening in gewoon zijn gang, signaleert Mets. “Zij verdienen veel geld aan de keurmerken, terwijl ik durf te stellen dat een hoop eisen van KOMO achterhaald zijn of overbodig. Ik wil KOMO niet beschadigen, maar ze moeten zich wel aan de regels houden. CE-markering is voldoende.”

Typisch Hollandse handelsbarrières? Nee. “Ook in Frankrijk komen wij er nauwelijks tussen. Met Frankrijk is Nederland erg ondeugend. Wat dat betreft is het een goede zaak dat er nu een stichting als CEMMA is die fabrikanten helpt tegen dit soort praktijken. Oprecht hoop ik dat er in Nederland werkelijke marktwerking komt in plaats van nepmarktwerking. Dat je als opdrachtgever zelf mag bepalen van wie je wat koopt. Keurmerken zoals KOMO houden louter innovaties in de bouw tegen en werken kostenopdrijvend.”

Reageer op dit artikel