nieuws

‘Discutabel keurmerk maakt bouwwerk onnodig duur’

bouwbreed Premium

‘Discutabel keurmerk maakt bouwwerk onnodig duur’

Het KOMO-keurmerk voor bouwproducten zorgt voor handelsbelemmeringen, biedt schijnzekerheid en zadelt opdrachtgevers op met onnodig hoge kosten. Dat zeggen keurmerkdeskundigen Sebastiaan Brands en Jaco Ruijs in een interview met Cobouw. Met de onafhankelijke stichting CEMMA gaan ze misstanden te lijf en willen ze fabrikanten adviseren die worstelen met CE-markering.

Importeurs, distributeurs en fabrikanten weten zich geen raad met CE-markering

Brands en Ruijs werken al jaren bij Stabu, een stichting die een gestandaardiseerde bestekssystematiek beheert en uitgeeft. Sinds 2011 signaleren ze grote problemen met CE-markering in relatie tot het KOMO-keurmerk. Vijf jaar later is er in hun optiek weinig verbeterd: veel importeurs, distributeurs en fabrikanten weten zich nog altijd geen raad met CE-markering. Aan de andere kant blijft KOMO keurmerken uitgeven die in strijd zijn met de in 2013 inwerking getreden Europese Verordening Bouwproducten.

Kamervragen

“Hoe dat kan? De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) handhaaft onvoldoende of zwakt lasten onder dwangsom af, minister Blok biedt KOMO en de certificerende instellingen keer op keer uitstel en leden van de Tweede Kamer staan erbij en kijken ernaar. Die weten echt niet wat er speelt. Er zijn weleens wat Kamervragen. Er volgden antwoorden van de minister. Maar die leidden tot nog meer onduidelijkheid. Als minister zou je dat niet moeten willen.”

Dat KOMO de boel nog altijd niet op orde heeft, bleek ook uit een brief van minister Blok aan de Tweede Kamer. Op 19 november meldde Blok dat een derde van beoordelingsrichtlijnen van KOMO nog altijd niet voldoet aan de Europese regels. Die geven namelijk aan dat fabrikanten niets mogen claimen over essentiële eigenschappen van hun bouwproducten waar de CE-markering ook al iets over zegt.

Gedogen

Minister Blok geeft de betrokken partijen nu tot 1 maart de kans om de boel op orde te krijgen. Het is niet de eerste keer dat de VVD-bewindspersoon ze extra tijd geeft om beoordelingsrichtlijnen aan te passen. In 2013 en 2014 gebeurde dat ook al.

Het is niet vijf voor twaalf, maar veel later

Ruijs en Brands vinden het veelzeggend dat Blok en de ILT de situatie keer op keer gedogen. “Het is niet vijf voor twaalf, niet half één, maar veel later. De Europese richtlijn, die in grote lijnen lijkt op de in 2011 gepubliceerde en de in 2013 ingevoerde verordening, dateert al uit 1989. Los daarvan: dit is niet eerlijk tegenover fabrikanten die hun CE-markering op orde hebben en door opdrachtgevers worden geweerd omdat zij geen KOMO-keurmerk hebben.” Vooral niet omdat opdrachtgevers nog altijd massaal vragen om een KOMO-keurmerk, ervaren de twee. “Zelfs publieke opdrachtgevers doen dat, hoewel dat in strijd is met de Aanbestedingswet.”

Geen enkele waarde

De twee menen bovendien dat de ILT zich uitsluitend moet toeleggen op het handhaven van de kwaliteitsverklaringen, in plaats van een lijst te maken van de BRL’n die nog altijd in strijd zijn met de Europese verordening. “De ILT moet zich niet bezighouden met beoordelingsrichtlijnen. Dit is een taak van andere partijen.”

Partijen hebben er belang bij om keurmerk-denken in stand te houden

Bovenal stellen Ruijs en Brands dat de KOMO-certificaten geen enkele waarde hebben naast de verplichte CE-markering. “Het probleem is echter dat het hele Nederlandse bouwstelsel daarop is geënt. Meerdere partijen hebben er belang bij om dat keurmerkdenken in stand te houden:  KOMO, verzekeraars, certificerende instellingen en adviesbureaus.”
CE-markering biedt de bouw juist veel kansen, benadrukken ze: “Kostenreductie, een eerlijke handel en een goed eindproduct.” 

Vergezocht

KOMO-directeur Ton Jans vindt de kritiek vergezocht. “Dat wij vrij handelsverkeer zouden belemmeren is onzin. Schijnzekerheid? Een dergelijke uitlating is van onvoldoende niveau om te reageren.” Het klopt volgens Jans ook niet dat KOMO de boel nog steeds niet op orde heeft, zoals minister Blok in zijn brief van november aangeeft. “De ILT heeft aan ons verteld dat zij een lijst van BRL’en gebruikte uit 2014. Maar die lijst is gedateerd. Wat KOMO betreft is de hele aanpassingsoperatie klaar.”

Reageer op dit artikel