nieuws

Volledig biobased bouwen van unit gaat niet zomaar

bouwbreed

Volledig biobased bouwen van unit gaat niet zomaar

Producten die online floreren, maar in werkelijkheid nauwelijks leverbaar zijn. Producten die weliswaar leverbaar zijn, maar niet in de gangbare maatvoeringen. En producten die bij de verwerking extra tijd vragen. Daar liepen Grontmij, Raab Karcher en Hodes tegenaan bij hun ambitieuze poging een complete biobased unit te bouwen.

De unit van 3 bij 6 meter staat sinds dit voorjaar bij Raab Karcher in Apeldoorn. Projectmanager Ronald Meurs van Grontmij vertelt op het symposium Ecobouw tegen welke uitdagingen de bedrijven aanliepen en wat volgens hem potentiële oplossingen zijn. Want hoewel de pilot geen eitje was, staan er wel vervolgprojecten op stapel.

“Van de vier verschillende soorten gevelbekleding die we wilden toepassen, waren slechts twee op korte termijn leverbaar”, vertelt Meurs. En dan hadden de bedrijven maar 18 vierkante meter per product nodig. “Hieruit blijkt dat de leveranciers van biobased producten wellicht zelf ook nog geen goede businesscase zien”, vult Gerhard Hospers van Raab Karcher aan.

De bedrijven wilden die 18 vierkante meter binnen een week hebben. De testcase was namelijk een unit zoals Hodes die maakt voor de modulaire bouw. Dat betekent: seriematig prefabriceren in de fabriek binnen de bestaande productiestraat. Daarbij is het tijdsaspect zeer belangrijk en de werknemers waardeerden het dan ook niet dat de bamboe gevelpanelen moeten worden voorgeboord en niet rechtstreeks kunnen worden getackt, dat de bamboe kozijnen zwaar zijn en dat het isolatiemateriaal op basis van gerecycled papier niet kan staan. De gevelpanelen moesten dus eerst worden neergelegd, gevuld met isolatie en dan aan de achterzijde afgedicht. Veel te omslachtig voor de werkwijze van Hodes.

Een vondst waarover de bedrijven wel erg tevreden zijn, is de infrarood plafondverwarming. Voordelen hiervan is dat er geen radiatoren in de weg staan en de panelen een aangename stralingswarmte geven. “Wij gebruiken ze in onze zorgkamers”, vertelt hoofd verkoop Clemens Ganzenboom van Hodes dat zorgunits op maat maakt. “Met zo’n paneel krijg je de warmte namelijk precies waar je hem nodig hebt: op de patiënt. Terwijl het verplegend personeel gewoon in kamertemperatuur kan werken.”

Installaties

De verwarming is uiteraard niet biobased, wel energiezuinig. “Biobased installaties zijn überhaupt niet te krijgen”, aldus Meurs. “Een koperdraadje blijft een koperdraadje en zoek maar eens een biobased cv-ketel.” Biobased leidingen zijn evenmin in de markt voorradig. “Het is maakbaar, maar het bestaat nog niet. En wij willen juist werken met de materialen die op dit moment vanuit de markt leverbaar zijn. Wel kunnen we de huisvesting nu energieneutraal aanbieden.” Hodes’ bedoeling is om uiteindelijk volledige modulaire biobased huisvestingen te realiseren. Ganzeboom ziet daar namelijk een behoorlijke groeimarkt, met name bij overheden. Nu al levert het bedrijf modulaire gebouwen met volledig biobased houtskeletbouwwanden. De andere biobased materialen zijn op dit moment nog te duur of onvoldoende gecertificeerd.

Het kan overigens goed zijn dat de bamboe gevelbekleding, die voor de unit relatief duur was en veel tijd vroeg, voor een volledig gebouw juist gunstig uitpakt ten opzichte van de gangbare alternatieven. Dat hebben de bedrijven nog niet kunnen onderzoeken. “Het gaat stapje voor stapje. En hiervoor is de medewerking van de leveranciers nodig”, geeft Meurs aan.

De eerstvolgende stap is een kleine verblijfsruimte voor medewerkers op milieustraten en andere plekken waar overheden en woningcorporaties zoiets nodig hebben. Dit zijn namelijk de opdrachtgevers die bereid zijn de meerprijs te betalen die aan biobased kleeft. Het belangrijkste verschil met de bestaande unit is de behoefte aan natte cellen. En die zijn nauwelijks biobased te krijgen. Het meest complex zijn de installaties, maar ook toiletpotten en wastafels zorgen voor hoofdbrekens. Evenals de afwerking van de binnenwanden. “Wijzonol heeft nu samen met Lammertink Vastgoedzorg testen uitgevoerd naar de juiste lijnolieverf voor de buitengevels en duurzame latex voor de binnenwanden”, aldus Meurs. “Om kosten te besparen, willen we dat de leveranciers van deuren en kozijnen nu al met deze materialen gaan werken. Want niet iedereen houdt van vergrijsd hout. En de leveranciers bij wie we de kozijnen en deuren hebben gekocht, werken nog niet met biobased verf.”

Marketing en certificaten

Een belangrijk punt waar het in de biobased wereld aan schort, is volgens adjunct-directeur greenworks Gerhard Hospers van Raab Karcher de marktbewerking. Biobased producten hebben veelal geen CE-keurmerk of LCA. De prestaties zijn dus niet gemeten en bewezen, de afnemer moet de aanbieder maar geloven op zijn woord. Ook staan producten zonder LCA niet in de Nationale Milieudatabase, voor veel architecten en opdrachtgevers toch de bron waaruit ze voornamelijk putten. Hospers, die betrokken is bij de Green Deal Biobased Bouwen, benadrukt dat er online tools (zoals EcoChain) zijn waarmee een producent zijn gehele portfolio kan laten doorlichten, LCA’s kan genereren, laten verifiëren, en aanbieden voor opname in de Nationale Milieudatabase en certificeren voor een bedrag tussen 20.000 tot 30.000 euro. Dat is ongeveer evenveel als het vroeger per product kostte. Kleine aanpassingen in de receptuur leiden bovendien niet tot een herhaling in de kosten.

Ecobouw

Alle ins and outs van het VROM-gebouw komen aan de orde tijdens het congres EcoBouw in de Lichtfabriek in Haarlem op 23 september 2015. Het gebouw wordt daar afgezet tegen recentere iconen van duurzaam bouwen zoals het NIOO-gebouw in Wageningen. Ronald Meurs van Grontmij, projectleider bij de bouw van de biobased unit, vertelt over het wel en wee daarvan. In andere sessies komen ook nul-op-de-meterwoningen en andere aspecten van duurzaam bouwen aan bod. Meer informatie en (gratis) aanmelden: www.ecobouw.net

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels