nieuws

‘Fuseren met FME? Uitsluiten kun je het nooit’

bouwbreed

‘Fuseren met FME? Uitsluiten kun je het nooit’

Brancheorganisatie FME trekt komend voorjaar in bij Bouwend Nederland. Een voorbode van een fusie is dat niet, benadrukt directeur Fries Heinis. “We gaan eerst maar eens aan elkaar wennen.”

U zocht al een tijdje naar een nieuwe huurder. Hoe bent u bij FME uitgekomen?

“Mij kwam ter ore dat FME andere huisvesting zocht. Ja, dan ben ik assertief genoeg om de telefoon te pakken en aan te geven dat wij in het Bouwhuis nog voldoende ruimte over hebben. We zijn natuurlijk ook geen vreemden van elkaar. Bouwend Nederland en FME werken al langer samen bij programma’s het Techniekpact en Smart Industries. Bovendien ken ik de directeur van FME goed en onze voorzitter Maxime Verhagen kent FME-voorzitter Ineke Dezentjé-Hamming goed.

De naam Bouwhuis verdwijnt straks van de gevel. Was dat een eis van FME?

“Nee, helemaal niet. Het vloeit eigenlijk voort uit de eerste contacten die ik met FME over de verhuizing heb gehad. Als zij er bij komen, dan is het Bouwhuis meer dan alleen bouw. De vlag dekt de lading dan niet meer. Onze vereniging staat er ook zo in. De letters op de gevel zijn niet in beton gegoten. Ik vind samenwerking in de keten interessanter dan alleen samenwerking in de bouwkolom. Dat heb ik ook altijd gezegd.”

Prijken straks de namen Bouwend Nederland en FME op het gebouw?

“We zullen een andere naam moeten verzinnen. Daarbij kiezen we ervoor om die nieuwe naam organisch te laten ontstaan. Er zijn nog meer huurders naast ons, dus die naam moet voor iedereen passen. Dat is lastig ja. Je komt al snel op iets algemeens, zoals De Brug of zo. Maar we gaan eerst maar eens wennen aan elkaar. Dan komt die nieuwe naam vanzelf wel een keer bovendrijven, verwacht ik.”

Is met de verhuizing van FME de leegstand in het Bouwhuis in één klap opgelost?

“Nou ja, voor een belangrijk deel wel natuurlijk. Er stonden twee hele verdiepingen leeg. FME en Bouwend Nederland zijn qua personeelsomvang gelijkwaardig, dus er komt wel wat bij. Overigens grijpen we het moment aan om anders te gaan werken. Daardoor kunnen we efficiënter met de ruimte omgaan. Er blijft dus nog wat ruimte over. Ik hoop dat deze stap van FME een aanzuigende werking heeft op andere organisaties, binnen of buiten de bouw.”

Het Bouwhuis moet worden verbouwd voor de komst van FME?

“Ja, maar dan gaat het toch vooral om wandjes verplaatsen en zo. Dus geen bouwkundige aanpassingen. We zitten nu allemaal nog in hokjes. Dat was tien jaar geleden nog te doen, maar het is niet meer van deze tijd.”

FME heeft het over een perfecte match met Bouwend Nederland. Op welk vlak gaat u straks nauwer samenwerken?

“Op het vlak van innovaties. Maar ook op het terrein van opleidingen. We vissen natuurlijk in dezelfde vijver. Ik denk bovendien dat wij nog wel wat kunnen leren van FME als het gaat om de export. De metaalsector is zeer exportgericht, de bouw veel minder. Daar liggen kansen voor ons.”

En wat heeft FME aan de bouw?

“Dat is een vraag die je aan hen moet stellen. Maar ik denk dat er van beide kanten meerwaarde zit in deze samenwerking.”

Leidt deze verhuizing cq samenwerking ook nog tot bezuinigingen?

“Facilitair gaan we activiteiten samenvoegen. Dan heb je het bijvoorbeeld over de receptie en de postkamer. Maar het is nadrukkelijk geen fusie. Op beleidsdossiers gaan we samenwerken, maar we blijven wel aparte verenigingen met elk onze eigen achterban.”

Zit een fusie wel in het achterhoofd?

“Wat er over tien jaar gebeurt, laat zich nu moeilijk voorspellen. Dat het Bouwhuis nu verdwijnt, was tien jaar geleden ook niet te voorzien. Ik sluit dus niets uit, maar op dit moment is een fusie niet aan de orde.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels