nieuws

Interview: ‘We zijn veel opiniërender geworden’

bouwbreed

Interview: ‘We zijn veel opiniërender geworden’

Toon leiderschap. Speel geen verstoppertje. Wat Ed Nijpels en Paul Oortwijn betreft, nemen de ingenieursbureaus vaker en duidelijker een standpunt in.

“Wees minder volgzaam naar de klant. Als branche hebben we dat zeker geprobeerd”, zegt scheidend directeur Paul Oortwijn van NLingenieurs. “Waar we een standpunt innamen, vond onze achterban dat prima”, vult Ed Nijpels aan. Ook de voorzitter vertrekt. Beiden vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Voorbeelden van heldere standpunten? De Crisis- en herstelwet, ideeën over waterbeleid en energie. Slechts weinigen weten dat de Crisis- en herstelwet uit de koker komt van NLingenieurs.

Oortwijn: “Als brancheorganisatie zijn we veel opiniërender geworden. Maar dat durf ik nog niet van al onze bureaus te zeggen. Sommige doen dat wel, nemen een duidelijke positie in. Ze kiezen maatschappelijk vanwege hun businesspositie. Toch blijven nog te veel bedrijven in het oude denkmodel steken.”

De directeur van NLingenieurs vindt dat bedrijven prima druk kunnen uitoefenen op politiek en maatschappij. Hoe kijk je tegen duurzaamheid aan? Wat moet hoognodig gebeuren? Oortwijn signaleert terughoudendheid.

“Op het moment dat je een standpunt inneemt, creëer je mogelijk tegenstanders. Waarom zou je als dienstverlener dan wel een standpunt innemen? Daar moeten we overheen. Je kunt niet als fullprofessional alle partijen blijven dienen. Dan denk je in omzet en niet in toegevoegde waarde. Dat is de stap die je moet maken. Waarom zie je bij projecten zoveel inschrijvingen? Bedenk vooraf: welke toegevoegde waarde heb ik, ga ik hier op in? En laat ook eens wat dingen lopen.”

Oortwijn is sinds medio 2005 directeur bij NLingenieurs. Tweeëneenhalf jaar later arriveerde boegbeeld Ed Nijpels. “Het bestuur wilde meer werk maken van de profilering van de branche”, blikt Oortwijn terug. “Minder intern gericht, meer naar buiten. Minder op het vak, meer op de business. We wilden meer naar buiten om de lobby kracht bij te zetten. Als je naar gremia loopt waar je wellicht niet dagelijks komt, krijg je de vraag: waartoe zijt gij op aarde. Als je dat dan niet duidelijk maakt, heb je geen kracht.”

Een andere factor die in het geding was, betrof de zorg over onvoldoende gekwalificeerde mensen op de arbeidsmarkt. Analyses onder de titel Beauty of Nerd legden de zwakten bloot. Het plan van aanpak klonk vervolgens prima maar van het kostenplaatje viel iedereen ondersteboven. “Wilde je impact hebben, zorgen dat de (multimediale) campagne beklijft, had je twee keer het jaarbudget van de vereniging nodig. Conclusie? Verzin een list. Misschien was iemand aan de vereniging te binden die landelijke bekendheid heeft en goed bij de ingenieurs past. Ed als voorzitter is ontstaan uit Beauty of Nerd.”

Smoel geven

Niet dat Nijpels – destijds commissaris van de koningin in Friesland – onmiddellijk eerste keuze was. Gezocht werd naar een vrouw, ingenieur, een veertiger liefst om ook de jongeren en met name meisjes meer aan te spreken. Een soort Jacolien Eijer-de Jong dus, die in augustus Oortwijn zal opvolgen. Maar zo iemand bleek in 2008 uiteindelijk onvindbaar.

Voor Nijpels kwam de vraag op het juiste moment. Hij stond op het punt een besluit te nemen. Vanwege het werk van zijn echtgenote wilde hij iedere zes weken naar Kuala Lumpur. Met welke baan is zo’n wens te combineren? De functie voorzitter van wat destijds nog de Onri heette, sloot naadloos aan. “Wat ik aantrof? Een stevige brancheorganisatie. Geen wolkje aan de lucht. Maar wel een organisatie van 160 vakgroepen. Nou ja, tachtig dan. Mijn taak was de brancheorganisatie een smoel te geven, naar buiten te vertegenwoordigen en aan het maatschappelijke debat deel te nemen.”

De verandering van de naam Onri in NLingenieurs paste in het straatje van de vernieuwing. Nijpels: “Als ik vertelde dat ik namens de Onri kwam, keken de mensen me glazig aan. Heel vertrouwd was die naam voor ingenieurs en intimi. Maar niet voor de buitenwereld. De naam NLingenieurs is briljant in zijn eenvoud. Zegt precies wie we willen zijn en werkt goed in het buitenland. Na een half jaar was iedereen aan de nieuwe naam gewend.”

Oortwijn: “Ook KIVI heeft er inmiddels vrede mee. We hebben nog voor het bankje gestaan. KIVI zei: wíj zijn de vereniging van ingenieurs.” Maar de rechter stelde de beroepsvereniging in het ongelijk. Oortwijn had voor de naamswijziging bij Kivi Niria (de fusievereniging van ingenieurs met ir. en ing.) gepolst waarom ze toch voor de dubbelnaam gekozen hadden. “Ik vroeg: waarom hebben jullie voor de nietszeggende naam Kivi Niria gekozen? Kom toch achter die afkorting vandaan. Maar nee, dat was geen optie. Ik voelde me toen vrij om de naam NLingenieurs voor onze brancheorganisatie te gebruiken.”

Tikken

In de crisisjaren die volgden kregen de ingenieursbureaus flinke tikken te verwerken. Niet zo pijnlijk als de kaalslag bij de architecten, maar toch. In tien jaar kromp het aantal ledenbedrijven met 30 procent, mede door de consolidatie in de branche. Het aantal werknemers bleef vrijwel gelijk. Oortwijn schat dat een kwart van de bedrijven een of meer jaren rode cijfers heeft geschreven. “Dat een groot deel van de bedrijven in de rode cijfers kwam, is opmerkelijk voor een bedrijfstak waar de kosten voornamelijk bestaan uit personele lasten. In de hoop dat het volgend jaar beter zal zijn in de markt. Vanwege het willen behouden van talent waarin is geïnvesteerd, worden organisaties vaak onvoldoende snel aangepast aan nieuwe omstandigheden.”

Weinig waardering

Ingenieurswerk wordt volgens Ed Nijpels in Nederland te veel beschouwd als iets vanzelfsprekends. “Kijk naar buiten. Er is niets wat je ziet waar geen ingenieur bij betrokken is. De maatschappelijke en financiële waardering vind ik – ook in vergelijking met het buitenland – nog steeds te mager. Men realiseert zich te weinig dat de wereld waarin we leven gemaakt is door ingenieurs.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels