nieuws

Interview: ‘In de bouw zie je echt misstanden’

bouwbreed

Interview: ‘In de bouw zie je echt misstanden’

In Amsterdam pakte minister Asscher (40) raamprostitutie aan. In Den Haag richt hij zijn pijlen vanaf dag één op onderbetaling. Want…. “Als oneerlijk concurreren loont, leggen eerlijke ondernemers het loodje.”

Hij verontschuldigt zich. Sorry dat het interview een paar keer is uitgesteld. Het zij hem vergeven. Een gesprek vlak voor de behandeling van de zo lang omstreden Wet aanpak schijnconstructies (Was) in de Eerste Kamer is minstens zo waardevol. Nu kan hij vrijuit praten. Verlost van achterkamertjes. Niet bang meer voor dolken in de rug.

Asscher is trots. Of, beter gezegd, enthousiast. “Deze wet is gewoon belangrijk, omdat die daadwerkelijk afrekent met onrecht in de samenleving.”

Met wanhopige vrachtwagenchauffeurs sprak hij. Met schilders die er niet meer tussenkomen. Met de stukadoor, bang voor de nieuwe wereld, die nu ineens online moet solliciteren naar werk. De minister leefde mee, maar de gevestigde orde wilde van haast onzichtbaar leed niets weten.

Asscher weet wat strijden is. Laat zich niet weerhouden door gigantische tegenkrachten of regels (Europese en Nederlandse) waarvan doorsnee stervelingen duizelig worden. “Ik begin altijd met wat je graag zou willen, maar wat er nu niet is. Dit gaat over een eenvoudig en Hollands principe. Namelijk dat mensen netjes betaald krijgen voor hun werk. En dat mensen die hetzelfde werk doen hetzelfde betaald krijgen, waar ze ook vandaan komen. Als je dan de praktijk ziet op de Nederlandse arbeidsmarkt, zeker ook in de bouw, zie je echt misstanden. Onrecht. Daar hebben mensen en bedrijven last van. Met name de kleinere aannemers die het niet meer kunnen bolwerken.”

De bouw is in de meeste West-Europese landen “kwetsbaar” voor misstanden, signaleert Asscher. Door “hyperflexibilisering” en door de Europese arbeidsmarkt. “Die maakt het wel heel makkelijk om mensen hierheen te halen die voor minder willen werken.”

Tel de crisis daarbij op en het is wachten op ‘ongelukken’. “De druk op de kosten werd zo hoog dat bouwbedrijven bijna geen mogelijkheid hadden om het anders te doen.”

Gevaarlijk is het gebouw, waarvan de constructie niet deugt. Schimmige schijnconstructies op papier zijn volgens Asscher net zo gevaarlijk. “Die ondermijnen namelijk onze rechten. Wat het gevaar is? Dat mensen worden uitgebuit. Dat het draagvlak onder ons stelsel verdwijnt. Dat er niet wordt afgedragen aan de schatkist en dan is er ook nog een gevaar voor de economie. Als oneerlijk concurreren loont, wordt het steeds groter en leggen eerlijke ondernemers eerder het loodje. Dat verziekt de Nederlandse arbeidsmarkt. In Katwijk werd vroeger iedereen schilder. Nu dreigt zo’n vak daar helemaal te verdwijnen.”

Roemeense lassers die in Groningen voor 5 euro per dag werken. Portugezen die langs de weg op een houtje sabbelen. Asscher kwam in aanraking met de meest stuitende situaties. Moderne slavernij? “Niet in alle gevallen, maar ik heb bizarre voorbeelden gezien. Minimumloon waarbij de kosten voor onderdak en zorgkosten werden afgetrokken. Plus het transport en het eten, de Poolse soep in het hotel waar je woont. Geld afschrijven van de weg waar je overheen loopt. Slachtoffers kunnen geen kant op. Als ze klagen, zijn ze hun baan kwijt.”

Het bleef symptomen van uitbuiting regenen. Asscher kreeg steun van FNV Bouw, de Aannemersfederatie en individuele bedrijven. Overheidsopdrachtgevers bleven echter “wegkijken”. In een interview met de Telegraafbenadrukte topman Dronkers van Rijkswaterstaat dat onderbetaling vooral een zaak is van de bouwsector zelf. Asscher noemt de uitspraken in het bewuste interview “ongelukkig.” “Maar ik heb daarna veel met Rijkswaterstaat gesproken. Ik ben blij dat zij de wet nu ook vol steunen.”

Bouwend Nederland

Ook bij Bouwend Nederland was er verzet. Lange tijd zag hij geen enkele heil in de ‘wilde’ bedoelingen van de ‘ontembare’ PvdA’er. Op een winterdag in 2014 liet de minister zich even gaan als straatvechter. Publiekelijk haalde hij uit naar Maxime Verhagen. Het was op het Plein tegenover het Binnenhof. Het kamp van Bouwend Nederland bleef verontwaardigd achter. Spijt van zijn uitlatingen heeft Asscher niet. “Nee. Ik ben natuurlijk geïnspireerd door de gesprekken die ik vaak met eenlingen voerde of kleine bedrijfjes die met hun ervaringen nergens terecht kunnen. Het is de taak van de politiek om hun belangen te verdedigen en zichtbaar te maken. Natuurlijk moet je je verplaatsen in een ander en een redelijk debat voeren. Maar op het moment dat de problemen van zo’n schilder of vrachtwagenchauffeur worden ontkend of geridiculiseerd, word ik fel. Ik ben ontzettend blij dat Bouwend Nederland deze wet nu steunt, maar het is natuurlijk geen geheim dat zij daar heel erg tegen heeft gelobbyd. In die periode ging dat heel ver.”

Hoe ver? “Dat het niet realistisch was, dat het nergens goed voor was, dat de wet niet nodig was. Bij velen was er het gevoel van: dit is wel heel erg, maar het is bij de buren.”

De storm is gaan liggen. Er kwam een akkoord. Criticasters vragen zich af of het gaat werken. Asscher is optimistisch, al zijn volgens hem vergelijkbare regels nodig op Europees niveau. “Vooropgesteld. Het doel van deze wet is niet dat werknemers massaal rechtszaken gaan voeren. Mensen moeten er hun recht mee kunnen halen. In de onderste twee ketens kun je straks direct een uitzendbureau voor de rechter slepen. En de vakbond pleegt een telefoontje naar de opdrachtgever om duidelijk te maken wat er gebeurt. Die zal druk uitoefenen op zijn contractpartners. Daar heb je als individu meer aan dan dat je het tegen een megagrootbedrijf met zes advocaten moet opnemen.”

Regel je contracten zo dat je het goed doet. Grijp in als er iets gebeurt. Dat is de boodschap van de minister. “Het zou naïef zijn te denken dat met deze wet alle problemen verdwijnen, maar de druk op iedereen in de keten neemt toe. Gerenommeerde partijen hebben geen zin in moeilijke telefoontjes. Willen de volgende keer weer meedoen. Willen zich niet hoeven verantwoorden in een kamertje van Rijkswaterstaat. Na 1 juli verandert het spel. Dat gaat werken. Dat blijkt ook bij de dopingaanpak in de wielrennerij. Eindelijk wordt duidelijk wat wel en niet mag.”

Asscher besluit: “Ik ben ongelooflijk blij dat het langzaam beter gaat in de bouw. We hebben banken gered omwille van het financiële systeem. Maar mijn hart bloedt bij de familiebedrijven in de bouw die door de crisis kapot gingen.” Of de bouw ooit van de doping, waarmee Asscher onderbetaling vergelijkt, afkomt? “Ik denk dat het kan en moet. In een eerlijk speelveld winnen de beste bedrijven. De bouw is een belangrijke en mooie sector die nooit zal verdwijnen. Als land moet je de ambitie hoog houden dat je zo’n sector op een eerlijke en faire manier organiseert.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels