nieuws

Kosten arbeid stijgen in België flink harder dan in Nederland

bouwbreed

Kosten arbeid stijgen in België flink harder dan in Nederland

De arbeidskosten per uur zijn afgelopen tien jaar in België veel sterker gestegen dan in Nederland. In Duitsland en Groot-Brittannië daarentegen liepen de uitgaven opmerkelijk minder snel op.

De kosten van arbeid kennen in de Europese Unie grote verschillen. In Bulgarije worden uurlonen uitbetaald van gemiddeld 3,80 euro. Voor datzelfde bedrag gaan de medewerkers in Denemarken hooguit een kleine zes minuten aan het werk. In België zijn de arbeidskosten afgelopen tien jaar met ruim een derde toegenomen tot 39,10 euro per uur. Het bedrag bestaat voor 27,8 procent uit nevenkosten. In Nederland was de stijging sinds 2004 minder sterk maar toch altijd nog aanzienlijk. De prijs van een uur werk nam met bijna een kwart toe tot 34,00 euro. Een vierde van dat bedrag gaat naar nevenkosten. Volgens Eurostat liggen de loonkosten in de bouw gemiddeld 13,7 procent onder het prijspeil van de industrie. 

De arbeidskosten zijn in Duitsland afgelopen tien jaar gestegen met 17,2 procent. Een uur werk kost nu 31,40 euro (waarvan 22,3 procent nevenkosten). Opvallend is dat in Groot-Brittannië de arbeidskosten afgelopen jaren nauwelijks zijn toegenomen. Kostte een uur werk in 2004 het bedrag van 21,50 euro, momenteel wordt 22,30 gerekend. Een stijging van amper 3,7 procent. Wordt de inflatie meegeteld (afgelopen tien jaar gemiddeld 2,8 procent), dan is arbeid bij de Britten feitelijk steeds goedkoper geworden.

De hoogste arbeidskosten in Europa (net buiten de EU) worden gemaakt in Noorwegen: 54,00 euro per uur. In de Unie zijn de duurste landen Denemarken (40,30 euro), België (39,10 euro) en Zweden (37,40 euro). Landen met de geringste arbeidskosten zijn Bulgarije (3,80 euro), Roemenië (4,60 euro) en Litouwen (6,50 euro).

Cijfers van Eurostat laten zien dat de hoogte van de arbeidskosten nauwelijks een relatie heeft met de werkloosheid. In Duitsland is momenteel slechts 4,8 procent van de beroepsbevolking werkloos. In Nederland staat, vooral door de heftige woningbouwcrisis, 7,1 procent aan de kant. In de EU hebben negen landen een geringere werkloosheid dan Nederland. Voor de crisis gaf ons land heel de EU nog het nakijken. In de Europese Unie staat 22,9 procent van de jongeren onder de 25 jaar werkloos aan de kant. In Nederland blijft de schade beperkt tot 13,8 procent, toch nog altijd 154.000 jongeren. In landen als Italië, Kroatië, Spanje en Griekenland is 43 tot 56 procent van de jongeren zonder werk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels