nieuws

Geoliede windmolenfabriek in de openlucht

bouwbreed

Geoliede windmolenfabriek in de openlucht

Hoe meer er wordt voorbereid aan wal, des te minder kans op vertraging buitengaats. Windmolenbouwer MHI Vestas heeft haar terrein in de haven van Esbjerg ingericht als een fabriek zonder dak.

De werf is zo ingericht dat alle onderdelen één kant op gaan, laat projectdirecteur Torben Damsgaard van MHI Vestas zien tijdens een rondleiding. Wat binnen komt bij de poort gaat in een gestage beweging richting de kade. Onderwijl worden er onderdelen samengebouwd, getest en gecertificeerd. Kranen komen er nauwelijks aan te pas, alles wordt zoveel mogelijk horizontaal verplaatst met platformwagens en vorkheftrucks. Eenmaal op de kade takelen de installatieschepen ze zelf aan dek. Zij hebben toch al een zware kraan aan boord.

“We hebben het proces zover gestroomlijnd dat we zelfs geen kunststofspecialisten meer hebben rondlopen om kleine reparaties uit te voeren aan de rotorbladen”, vervolgt de projectdirecteur. “De rotorbladen komen zoveel mogelijk aan in stalen frames en we tillen ze nauwelijks nog op, waardoor de kans op beschadigingen minimaal is. Lamineren van vezelversterkte kunststoffen kun je beter doen in een fabriek die daar op is ingericht dan hier. Zo geldt dat trouwens voor elk onderdeel van de windmolens.”

“Maar in Esbjerg is altijd nog beter dan op volle zee”, weet hij. Gemiddeld is wat je hier doet tien keer duurder dan wat je in de fabriek al oplost. Maar op zee is een reparatie nog weer een factor tien duurder, dus alles wat we nog kunnen opvangen voordat het schip vertrekt is meegenomen.”

Hij geeft een voorbeeld. In de gondel bevindt zich al een hydraulische momentsleutel voor het aandraaien van de moeren voor de rotorbladen. “Als bij de montage van de bladen op zee blijkt dat de hydraulische sleutel kapot is, moet je het apparaat naar beneden lieren en een nieuwe optakelen die iemand eerst ergens uit het ruim van het installatieschip moet opsnorren. Dan ben je zo een uur verder en dat kost je dus zo’n 10.000 euro. Want zoveel kost het inhuren van de Aeolus voor een uur. Je kan dus beter maar die moersleutel in Esbjerg goed testen. Of liever nog in de fabriek waar die gondel wordt geassembleerd.”

Maar niet alle werkzaamheden kunnen naar voren worden gehaald. De koelinstallaties boven op de gondels bijvoorbeeld maken die te hoog voor transport over de weg. Die kan er dus pas in Esbjerg op en moet dus ook daar worden getest. “Veel installaties komen hier voor het eerst samen en moeten worden getest in de configuratie waarin ze ook op zee worden gebruikt. De juiste computer met de goede software in combinatie met de juiste sensoren en de koelwaterpomp in kwestie. Liefst ook allemaal verbonden met de kabels die op zee ook de data en voeding transporteren.”

Laatste controle

Tijdens zijn rondje over de werf loopt Damsgaard overal medewerkers tegen het lijf die met de laatste montagewerkzaamheden bezig zijn en keuringen uitvoeren. Twee inspecteurs klimmen nog een laatste keer in de 62 meter hoge masten voor een laatste controle van de installaties. Alles lijkt onder controle.

Er is één factor die Vestas en Van Oord niet in de hand hebben: de wind. Datgene waar alles om draait in deze tak van industrie kan in de bouwfase een lelijke spelbreker zijn. Niet alleen op volle zee, maar ook in de haven. Hijsen van de bladen kan niet bij windsnelheden boven 10 m/s, en als de wind boven de 12 m/s komt is het ook niet langer verantwoord de gondel aan boord te hijsen. Op het moment dat Damsgaard bij de Aeolus aankomt bevindt de wind zich net in dat schemergebied. De zware gondels aan boord hijsen kan nog net. De 1500-tons kraan van de Aeolus tilt hem voorzichtig op en legt hem aan dek. Zes mensen houden het zware gevaarte tijdens die manoeuvre met lijnen in bedwang. De 55 meter lange rotorbladen moeten nog even aan de kant blijven totdat de wind luwt.

Terug in de bouwkeet opent Damsgaard direct het weerprogramma op zijn computer. Dat ziet er niet ongunstig uit. De wind neemt af in kracht en met een uur of drie kunnen ook de 24 rotorbladen voor de acht turbines die de Aeolus per vracht meeneemt aan boord worden gehesen. Dat het dan al donker is en er dus ’s nachts moet worden doorgewerkt is niets bijzonders. “Offshore-wind is een 24/7-industrie. Niet alleen op zee, ook aan wal. The show must go on. “

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels