nieuws

Vernieuwing winst voor iedereen

bouwbreed

Vernieuwing winst voor iedereen

Met de voorgestelde vernieuwingen in het bouwvakonderwijs die volgens de opzet komend leerjaar van kracht wordt, hopen de opleidingsbedrijven kandidaat-leerlingen een perspectief te bieden dat langer duurt dan de opleiding. Een betere scholing en meer kans op een leerwerkplek bij een bedrijf helpen hierbij. Zo knapt de bbl flink op, is de bedoeling.

Goede kansen op de arbeidsmarkt tellen voor potentiële leerlingen en hun ouders zwaarder dan de hoogte van het startsalaris, weet Peter Postma, voorzitter van de vakgroep opleidingsbedrijven van Bouwend Nederland zeker. Een kwestie van ontwikkelend inzicht is dat in de bouw, want hierover werd in het verleden veelal heel anders gedacht, onderkent hij.

Hij onderstreept dat dankzij het voorgestelde pakket leerlingen een hoger professioneel niveau bereiken. Als gevolg hiervan biedt de opleiding meer kansen op werk in de bouw na de opleiding.

Tijdens opleiding komt er ook meer zicht op werk, is de verwachting. Dat wil zeggen: echt werk. De reden is dat de drempel bij bedrijven voor het aanbieden van leerwerkplekken omlaag gaat. Verschillende maatregelen zorgen hiervoor, van waar nodig meer begeleiding van leerlingen en meer mogelijkheden ze flexibel mee laten lopen bij een bedrijf, niet per se in de laatste plaats, een salaris dat is afgestemd op het bereikte niveau.

De beoogde 30 procent extra scholingstijd komt in het teken te staan van vaardigheden als samenwerken, leiding geven en communiceren, evenals vaardigheden uit andere technische sectoren. Ook wordt, is de bedoeling, een tandje bijgezet op het gebied van veilig werken en studiebegeleiding.

De opleidingsbedrijven lopen wat het cao-perspectief betreft voor de troepen uit. Dat is niet zonder risico, ziet ook Postma. De geachte noodzaak van vernieuwing van arbeidsvoorwaarden en de toenemende tijdsdruk in verband met de werving voor het nieuwe leerjaar zouden zijn achterban echter nauwelijks een andere keus bieden.

Als de door de opleidingsbedrijven aangevoerde argumenten onvoldoende indruk maken op de cao-onderhandelaars, en als gevolg hiervan in de nieuwe cao voor de bbl de zaken blijven zoals ze zijn, zouden grote problemen kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld dat de beoogde extra scholing niet is te bekostigen. Verder is er het risico dat de leegloop van de bbl blijft doorgaan. Vaak zijn bbl-opleidingen al voor een flink deel vervangen door bol-achtige trajecten of combinaties van bol en bbl. In de bol hoeft geen cao-salaris te worden betaald en moet een leerling genoegen nemen met een stagevergoeding.

Sterke troef

Omdat in de bol (beroepsopleidende leerweg) sprake is van een stage-overeenkomst en niet van een arbeidsovereenkomst, zoals in de bbl, gelden hiervoor geen cao-regels. De cao-onderhandelingen gaan daarom altijd vooral over de arbeidsvoorwaarden in de bbl. Wel staat in de bouw-cao een advies over de bol-opleidingen maar dat heeft geen arbeidsrechtelijke betekenis.

De opleidingsbedrijven zien in de afspraken een sterke troef om meer leerlingen te laten kiezen voor een carrière in de bouw, stelt Postma. Hard nodig, zo stelt hij, in het licht van “de bedroevende cijfers van de afgelopen jaren” en de enorme bouwopgave die er vrij zeker aan lijkt te komen. De boodschap is dat de vernieuwing winst betekent voor iedereen.

Het uitgangspunt is dat de opleiding een impuls krijgt. De nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling moet het mede financieel mogelijk maken dat de kwaliteit van de opleiding omhoog gaat. Dat het leerlingsalaris omlaag gaat en wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van kennis en ervaring, heet alleen al in dit licht onvermijdelijk te zijn. “Het moet uit de lengte of uit de breedte komen”.

Maatregelen die de opleidingsbedrijven voorstellen

Arbeidsvoorwaarden: Bbl-2 leerlingen laten starten met een loon van 100 procent van het minimum (jeugd)loon en hen laten doorgroeien tot 140 procent van het minimum (jeugd)loon in het laatste jaar van de bbl-3.

Meer zicht voor de leerling op een arbeidsovereenkomst na de bol door garanties hiervoor af te geven.

Vakantie: naast de wettelijke vakantiedagen krijgen de leerlingen vijf bovenwettelijke dagen en vijf roostervrije dagen.

Ziekte: 90 procent doorbetaling in het eerste jaar van ziekte, 80 procent in het tweede jaar.

Vergoedingen: reisuren worden niet vergoed, reiskosten vanaf 7,5 kilometer enkele reis met 0,19 euro per kilometer als ze reizen per auto. Al het gereedschap en de werkkleding, die nodig zijn gedurende de opleiding, worden door het opleidingsbedrijf verstrekt.

Opleiding en ontwikkeling

1. De leerling is verplicht het VCA- certificaat of andere relevante veiligheidscertificaten te behalen voordat de BPV op een bouwplaats kan beginnen.

2. De leerling krijgt in de bbl-2 jaarlijks vijftien aanvullende praktijkscholingsdagen en in de bbl-3 jaarlijks tien aanvullende praktijkscholingsdagen. Dit zijn doorbetaalde dagen. Deze worden afhankelijk van het persoonlijk profiel van de leerling ingevuld met instructie of cursussen over communicatie, samenwerken, zzp-vaardigheden, innovaties in de bouw, vaardigheden uit aanverwante beroepen of extra praktijkoefening.

3. Naast de begeleiding van het roc heeft de leerling recht op extra studiebegeleiding van de praktijkinstructeurs van het opleidingsbedrijf.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels