nieuws

‘Bankgarantie te veel automatisme’

bouwbreed

‘Bankgarantie te veel automatisme’

Gek eigenlijk. Waarom vraagt de aannemer geen bankgarantie van zijn opdrachtgever? De risico’s liggen toch niet alleen aan de kant van het bouwbedrijf? Echter, de markt beslist: wie betaalt bepaalt.

“Nooit gehoord dat een aannemer van zijn opdrachtgever een bankgarantie vraagt”, zegt de Amsterdamse econoom Michiel Langman. “Toch zou dat best redelijk zijn. Hoe zeker ben je dat straks de rekeningen betaald gaan worden? Bij publieke opdrachtgevers lopen de bouwers natuurlijk niet zo veel risico’s. Anders ligt dat als het werk komt van de private kant. Toch zal het vragen van een bankgarantie niet zo snel gebeuren. De aannemers willen het werk veel te graag hebben.”

Volgens Langman is de afgifte van bankgaranties aan opdrachtgevers te veel een automatisme geworden. De financiële armslag van de bouw wordt daardoor onnodig beperkt. Hij signaleert ten aanzien van het stuk papier bovendien administratieve onhandigheden. Als het project voltooid is, ligt bij de opdrachtgever geen enkele druk om de bankgarantie te retourneren. Sterker nog: soms is het papier tussen alle paperassen gewoonweg kwijtgeraakt.

“Als aannemer wil je de opdrachtgever te vriend houden. Hem niet lastigvallen. Maar gelijktijdig moet je na afloop van het project wel zo snel mogelijk zien de bankgarantie terug te krijgen. Dat geeft bouwers het gevoel energie te moeten steken in nutteloze bezigheden. Garanties staan vaak veel langer uit dan de duur van het project.”

Bouwprojecten herbergen altijd risico’s. Fouten in het ontwerp of in de uitvoering kunnen hoge kosten met zich meebrengen. Dat de opdrachtgever zekerheden verlangt, is niet zo vreemd. Volgens Langman kan de bouw nog het beste leven met bankgaranties. Want met borgsommen of verzekeringen is de sector nog slechter af. Ten opzichte van een borgsom is het bedrijf met een garantie in ieder geval zijn geld niet kwijt en kan zelfs wat rente trekken. Het alternatief van verzekeren is ook niet aantrekkelijk omdat vooral de meest risicovolle projecten onder het verzekeringsdek gestopt zullen worden. Hetgeen vanzelfsprekend tot steeds hogere premies zal leiden.

Langman: “De aannemerij zal moeten leren leven met de bankgarantie. Maar er is wel alle aanleiding om de scherpe kantjes van het instrument af te halen.”

Bij kleine projecten (met een aanneemsom onder de twee ton) kan de bankgarantie volgens Langman het beste geheel achterwege blijven. “De eerste factuur komt doorgaans als het project al afgerond is. Waarvoor heb je dan nog een garantie nodig? Bij heel grote projecten zou je een aftopping in kunnen zetten. Bij werken met een looptijd langer dan een jaar kan het liquiditeitsbeslag dat voor de aannemer gemoeid is met de bankgarantie van 5 procent van de aanneemsom oplopen tot ver boven de 5 procent van de jaaromzet die hij op dat project realiseert. In projecten waar de aanneemsom in belangrijke mate betrekking heeft op het ontwerpen in de beginfase, zou de bankgarantie in de loop van het project kunnen worden afgebouwd.”

Brancheorganisatie Bouwend Nederland zou graag zien dat in de Uniforme Administratieve Voorwaarden, richting gevend voor veel aanbestedingen, voorgeschreven wordt dat bankgaranties beëindigd kunnen worden op initiatief van de aannemer. De bal ligt dan aan de andere kant van het veld. Als de opdrachtgever van mening is dat de bouwer nog niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, hoort hij op zijn beurt een veto uit te kunnen spreken over het intrekken van de bankgarantie.

Voorbeeld klein project

•aanneemsom: 40.000 euro

•doorlooptijd: 8 weken

•potentiële jaaromzet: 260.000 euro (7 projecten van 8 weken)

Een bankgarantie van 5 procent kost de aannemer een liquiditeitsbeslag van 2000 euro. Als de opdrachtgever na 12 weken betaalt, is het liquiditeitsbeslag inmiddels opgelopen tot 42.000 euro (105 procent van de aanneemsom).Bij het kleine project bedraagt de financiële zekerheid voor de opdrachtgever gemiddeld 73,8 procent van de aanneemsom. Het liquiditeitsbeslag voor de aannemer is 11,6 procent van zijn jaaromzet voor het type project. Daardoor is de bankgarantie goed voor nog geen tiende van de totale zekerheid. Ruim 90 procent van de financiële zekerheid voor de opdrachtgever vloeit voort uit de betalingsachterstand die hij gedurende het project opbouwt.

Adviseur

Michiel Langman (1960) van bureau LangmanEconomen adviseert overheden en bedrijfsleven over regulering en mededinging. Op verzoek van brancheorganisatie Bouwend Nederland verrichtte de Amsterdammer onderzoek naar de bankgaranties in de sector bouw. Hij leidde projecten van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en adviseerde in de vaste commissie voor economische zaken van de Tweede Kamer over de Mededingingswet.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels