nieuws

‘Wet van Asscher werkt averechts’

bouwbreed

‘Wet van Asscher werkt averechts’

De wet die moet afrekenen met uitbuiting, onderbetaling en schijnconstructies kan juist leiden tot nieuwe schijnconstructies. Dat zegt Johan Zwemmer, advocaat en docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

De Tweede Kamer vergadert vandaag over de Wet aanpak schijnconstructies. Na een moeizame aanloop stevent minister Asscher (sociale zaken en werkgelegenheid) af op een meerderheid in de Kamer. Of uitbuiting van buitenlandse bouwvakkers en verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt daarmee de kop worden ingedrukt, waagt Zwemmer echter te betwijfelen.

“Revolutionair”, noemt hij het feit dat de werknemer in de toekomst voor zijn loon ook terecht kan bij de opdrachtgever. “Maar als er sprake is van meerdere ketens aan de kant van de opdrachtgevers (dat is in de bouwsector vaak het geval, red.) wordt het niet makkelijk om het verschil in loon terug te vorderen. Dan geldt een reeks eisen en termijnen. Het is niet zo dat je een brief stuurt naar de hoofdaannemer en dat je de volgende dag je geld krijgt. Voordat je als werknemer terecht kunt bij de volgende schakel in de keten of de hoofdaannemer, heb je bij wijze van spreken al maanden niet gegeten”, zegt Zwemmer die in 2012 promoveerde op een proefschrift over werkgeversaansprakelijkheid bij schijnconstructies.

Drie maanden uitgeperst

De Aannemersfederatie maakt zich ook zorgen over de impact van de wet. Hoofdaannemers en opdrachtgevers zoals Rijkswaterstaat komen namelijk alleen in beeld bij zeer ernstige vormen van onderbetaling (70 procent onder minimumloon of 50 procent onder cao-loon).

Slachtoffers van malafide bedrijven kunnen bovendien pas aan de bel trekken bij hoofdaannemers als ze drie maanden aaneengesloten worden uitgeperst. “Betaal ze twee dagen goed en dan ben je daar ook vanaf”, is de zorg.

Er zijn meer redenen om te veronderstellen dat de wetgeving van Asscher niet zal doen waarvoor zij bedoeld is. Onderbetaalde bouwvakkers uit Roemenië, Portugal, Polen of andere lagelonenlanden moeten geschillen namelijk eerst zien op te lossen met hun directe werkgevers. Vaak zijn dat moeilijk bereikbare gelegenheids-bv’s die in weer andere landen zijn gevestigd. “Bovendien durft lang niet iedereen uitbuiting aan te kaarten”, reageert FNV Bouw. “Meestal zijn ze al blij dat ze werk hebben, maar Nederlandse vakkrachten en mkb-bedrijven hebben daar last van.”

Geen draagvlak

Zwemmer voorspelt dat de nieuwe regels leiden tot langere ketens en nieuwe vormen van schijnconstructies. “Als je niet wilt dat je hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld, richt je gewoon een extra bv op en creëer je een nieuwe keten. Als je het probleem echt had willen oplossen dan had je hoofdelijke aansprakelijkheid in alle situaties moeten laten gelden. Daarvoor bestond in de coalitie echter geen draagvlak.” De advocaat dringt aan op betere handhaving van bestaande wetgeving in combinatie met een solide keurmerk voor bonafide aannemers en opdrachtgevers. Overheidscontrole werkt volgens hem niet: “Dat hebben we ook in de uitzendbranche gezien, de regering heeft geen 100.000 inspecteurs.”

Lees meer in het interview met Joba van den Berg van Bouwend Nederland: Er is minder vuur dan men zegt 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels