nieuws

‘Misschien moet ik hardlopen met Blok’

bouwbreed

‘Misschien moet ik hardlopen met Blok’

Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Ja, het moet anders in de bouw, maar laat één ding duidelijk zijn: niemand in de bouw loopt de kantjes ervan af. Misschien is dat het wel het probleem. “We moeten minder de bouwplaats op stieren.”

Tegen schenen schopt hij niet. Hij zegt wel waar het op staat. Herinnert zich een bezoek van de arbeidsinspectie vorig jaar. De nieuwe tilnorm werd overschreden. Wisten de betrokkenen veel, ze hadden het niet meegekregen. Videler: “Je vca (veiligheidspapieren, red.) wordt eens in de tien jaar verlengd, in de tussentijd hangt het er maar net van de bijscholing van iemand af of hij nieuwe ontwikkelingen kent. Als hoofdaannemer wil je daar niet afhankel ijk van zijn.”

Videler oordeelt zonder vooroordelen. “Dit kan toch niet waar zijn, denk ik dan. Mijn mening? De kennis moet meer naar de werkvloer worden gebracht. Daar ligt ook een belangrijke taak voor de bouwende partijen en de hoofdaannemers die daar veel invloed op kunnen uitoefenen. Wij als sector hebben de verantwoordelijkheid dat soort kennis te verspreiden.”

Stukadoren, nog zo’n voorbeeld. “Behangklaar of sausklaar”, reag eert de stukadoor op de vraag wat hij gaat maken. Videler weet dat er zes kwaliteitsklassen zijn, de praktijkman die het moet doen hoor je er zelden over: “Ze krijgen dat niet mee, le zen vaak ook niet de vaak erg uitgebreide bestekken. Dat kun je ze niet kwalijk nemen, maar wij moeten ze dat wel meegeven bijvoorbeeld tijdens kwaliteitsintroducties voorafgaande aan een project. Niet als een schoolmeester, op een leuke manier, inspirerend, persoonlijk met complimenten voor mooi gemaakt werk.”

Eén keer liep hij de Dam tot Damloop. Soms denkt hij tijdens het hardlopen na over zijn “fantastische” werk, “de processen” en de noodzaak van verandering. Soms maakt hij zijn hoofd leeg. Meestal vraagt hij zich af: hoe kom ik tot het eind.

Hoe finish ik? Precies dat laatste speelt de bouwsector parten, beschouwt Videler. Er is een budget, er is een begin, er zijn tussenopleveringen en er is een eind. “Vooral daar wordt op gestuurd. We stieren de bouwplaats op. Met de laarzen de blubber in en dan gaan met die banaan. Als de planning maar gehaald wordt…”

Opzij, opzij, opzij

Op ‘milestones’ gerichte projectorganisaties. Hij snapt het wel, soms op adem komen, kan geen kwaad. “De meeste mensen werken heel hard en gedreven om alle doelen te halen. Maar je wilt ook van dingen leren. Met zijn allen zouden we in de bouw meer tijd moeten maken om ook buiten de projecten om te denken. Kijk naar faalkosten, communicatie, evaluatie.”

Het doet denken aan dat liedje: Opzij, opzij, opzij. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. We hebben ongelooflijke haast… “Bij opdrachtnemers merk ikhet ook. Volgende project. Volgende traject, evalueren doen we wel los van elkaar. Met elkaar denken we dat we het druk hebben met van alles. Dat is eigenlijk heel grappig om los van elkaar te constateren. Geen tijd? Je moet er tijd voor maken.”

In recordtijd bouwt Ballast Nedam de penitiaire inrichting in Zaanstad. Modulair. Het is een van de speciale projecten waar Videler zijn best voor doet. “Elk project is speciaal op zijn eigen manier. Het kan bijvoorbeeld in de binnenstad taan, diep in de grond zitten, de hoogte inschieten of snel en daarbij zegt de opdrachtgever: geef mij de oplossing.” Een van de redenen waarom de penitentiare inrichting in Zaandaam bijzonder is, is vanwege de korte bouwtijd.

Hij verschijnt op de bouwplaats als de inkt van de eerste tekeningen al lang is opgedroogd. Met Ballast Nedam Speciale Projecten streeft hij juist een hogere kwaliteit na. Dat gaat met vallen en opstaan. “Soms is een aspect nog niet helemaal uitgedacht, terwijl we al aan het werk zijn. Eigenlijk wil je dat voor zijn. Juist in ons vak is het van belang dat we vooruit kijken en tijdig onze risico’s onderkennen. Daar maken we al behoorlijke stappen mee, maar het kan beter. Onderaannemers kopen we meestal ook later in. Met als gevolg dat zij hun specialistische vakkennis ook niet op tijd kunnen inbrengen. Je zou ze dus eerder kunnen meenemen in het proces.”

Negen van de tien keer wijzigen de plannen. Juist daar moet je mee leren omgaan, vindt Videler. “En verplaats je in de klant. Hoe eerder de specificaties bekend zijn, hoe beter we ze kunnen meenemen. Dat bevordert innovatie en is belangrijk voor het ontwikkelen van betere kwaliteitsprocessen.”

Zijn handen praten mee. In 2011 besloot hij avonduren op te offeren voor een hbo-studie. Toen kwam het afstudeeronderzoek. Wat wordt het? Duurzaam bouwen? Nee. Hij wilde iets nieuws doen. Iets wat volgens hem te weinig aandacht krijgt in de bouw. De stelselwijziging. Nieuwe wetgeving. “Jongens, hier moeten we iets mee”, dacht hij.

Zijn hoofdvragen? Welke consequenties heeft de wetswijziging? Wat kan de bouwpraktijk ermee? Bouwers sprak hij en regelmakers. “Laat maar komen, denken de bouwende partijen, dan gaan we lezen en daarna gaan we er iets mee doen. Bij beleidmakende partijen dacht ik: goh, dat duurt soms lang om tot punten te komen.”

Ga aan de slag, roept hij bouwbedrijven op. Wees de regels een stap voor, neem zelf de regie en leg de lat die kwaliteitsborging heet hoog. Dat komt ook het imago van de bouw ten goede, want zo goed is dat niet. “Of dat beeld terecht is? Ik durf het je niet te zeggen. In elk geval ga ik dat niet in mijn eentje veranderen.”

Minister Blok is de man van het nieuwe bouwstelsel. Net zoals Videler houdt hij van hardlopen. De laatste vindt het jammer dat de beloofde regeldruk voorlopig niet omlaag gaan. Tijd voor een omloop? Blok hoeft in elk geval niet bang te zijn, garandeert Videler: “Hij kan me makkelijk bijhouden.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels