nieuws

Oude bouwvakker kost kapitalen

bouwbreed Premium

Oude bouwvakker kost kapitalen
Shutterstock

Oudere werknemers in de bouw kosten de sector jaarlijks 250 miljoen euro door ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en verminderde productiviteit. Het bouwplaatspersoneel van 55 jaar en ouder drukt het zwaarst op de rekening, blijkt uit een studie van het EIB.

Het is een omstreden boodschap, maar die moet eerlijk worden verteld, zeggen Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), en Tinka van Vuuren, hoogleraar vitaliteitsmanagement aan de Open Universiteit en senior consultant bij Loyalis, een inkomensverzekeraar. Oudere werkenden in de bouw (55 jaar en ouder) kosten door ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en verminderd werkvermogen jaarlijks gemiddeld 4300 euro per werknemer. Als er niets verandert, lopen de kosten per werkende op tot gemiddeld 9700 euro in 2040.Oorzaak: de bouw vergrijst en de pensioenleeftijd schuift op naar 67 jaar.

Verrast

De discussie over verminderde productiviteit van oudere werknemers is niet nieuw, maar was nog nooit becijferd. “Baanbrekend onderzoek”, zegt Ted Bosman, sectormanager bouw bij pensioenuitvoerder APG, en opdrachtgever van de studie. Hij had de uitkomsten niet verwacht. “We zijn verrast dat de kosten zo hoog kunnen zijn.”

Van een versleten onderrug tot kapotte knieën, het lichaam van een bouwvakker gaat niet onbeperkt mee. De kosten van de “verminderde inzetbaarheid” van bouwplaatsmedewerkers van 55 jaar en ouder zijn gemiddeld 24 procent van hun brutoloon. Voor uta-personeel (uitvoerders en kantoorpersoneel) zijn de kosten 12 procent van het loon. Zzp’ers zijn voor 8,5 procent van hun inzet niet productief.

Verbeteren arbeids-omstandigheden beste oplossing

Volgens Bosman van APG laat het onderzoek zien dat er een “business case” is om nieuw beleid te maken, gericht op de relatief hoge kosten van oudere werknemers in toom te houden. Het verbeteren van arbeidsomstandigheden voordat slijtage optreedt, is de eenvoudigste oplossing.

De studie oppert de mogelijkheid van het oprichten van een fonds dat ervoor zorgt dat werknemers met een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid worden begeleid naar ander werk. Voordat ze versleten zijn, zouden ze moeten kunnen overstappen naar andere, minder “slijtende” beroepen. Ook is een nieuwe uittredingsregeling in de bouw denkbaar. Wel moet die alleen toegankelijk zijn voor degenen die het qua gezondheid echt nodig hebben.

Van Hoek wil naar aanleiding van de studie dat er opnieuw wordt nagedacht over de mogelijkheden voor het verlagen van de pensioenleeftijd voor zware beroepen als metselaar, stratenmaker en ijzervlechter. “Hoeveel je ook aan preventie doet, er is een groep die het niet gaat volhouden en daarvan wil je niet dat ze helemaal opbranden.”

Laten geld liggen

Van Vuuren denkt niet dat het onderzoek werkgevers aanzet om oudere bouwwerknemers te weren. “Het onderzoek laat juist zien dat een overgrote meerderheid, zo’n 80 procent, een goed tot uitstekend werkvermogen heeft. Wat we niet willen zeggen: neem geen ouderen aan, want die kosten geld. We laten ook geld liggen door oudere werknemers niet in te zetten.”

Van Hoek ageert sterk tegen de suggestie dat je van oudere werknemers af zou moeten.“Een groot en zelfs een toenemend aandeel van de werknemers zal 55-plus zijn. Dit is realiteit en het gaat erom deze realiteit onder ogen te zien en er effectief beleid op proberen te voeren.”

Van Vuuren geeft toe dat werkgevers de resultaten van de studie zo kunnen uitleggen dat het economisch rendabeler is om met zzp’ers te werken. Maar net als Van Hoek vindt ze dat de aandacht vooral moet gaan naar het vinden van beleid dat voorkomt dat bedrijven, de bouwsector en de hele maatschappij de kosten moeten dragen van afgebrande en versleten werknemers. “Niets doen is geen optie.”

Reageer op dit artikel