nieuws

‘E-aanbesteden uitstellen’

bouwbreed

‘E-aanbesteden uitstellen’

De verplichting tot 100 procent elektronisch aanbesteden moet worden uitgesteld. Dat vindt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een commentaar op de wijziging van de Aanbestedingswet.

Zowel de (decentrale) overheden als ondernemers lopen aan tegen systeemproblemen.

“De VNG is van mening dat de minister er goed aan doet om de verplichting tot elektronisch aanbesteden uit te stellen. Zowel de (decentrale) overheden als ondernemers lopen aan tegen systeemproblemen. Ook de traagheid van Tenderned wordt veelvuldig genoemd”, zo motiveert VNG-directeur Kees Jan de Vet het pleidooi in een brief aan de Kamercommissie voor Economische Zaken.

Hij vindt ook dat bij de invoering van Tenderned als landelijk basissysteem de huidige technische problemen, waaronder de traagheid van het systeem, eerst moeten worden opgelost. “Het elektronisch aanbesteden moet niet juist de oorzaak zijn van problemen tussen gemeenten en ondernemers, waardoor partijen de gang naar de commissie van aanbestedingsexperts of de rechter maken terwijl het eigenlijke probleem niet bij de partijen zelf ligt”, aldus De Vet.

De VNG keert zich met minister Kamp van Economische Zaken tegen de optie om de opdrachtgever rechtstreeks de onderaannemer te laten betalen. Door het mkb in de bouw is daar vaker voor gepleit omdat de betalingstermijnen door de hoofdaannemers veel te lang zijn. De VNG vindt dat alleen al om juridische redenen dit niet in de Aanbestedingswet moet komen.

Interpretatie

Het elektronisch aanbesteden moet niet juist de oorzaak zijn van problemen tussen gemeenten en ondernemers.

De VNG wil meer ruimte creëren in het inkooptraject voor social return (SROI). De huidige wet en de interpretatie ervan onder meer door de commissie van aanbestedingsexperts werken onnodig beperkend. Daardoor neemt de sociale waarde van SROI af. Een bredere inzet geeft opdrachtnemers volgens de VNG meer keuze voor de invulling van SROI en creëert kansen voor sociale ondernemers.

De gemeenten voelen er verder weinig voor om bij social return te kiezen voor een percentage van de loonsom, zoals de bouw graag zou zien. Volgens De Vet levert het begrip loonsom discussie op over wat er wel en wat niet toe gerekend moet worden. Beter is de randvoorwaarden of het percentage van de opdrachtwaarde aan te passen aan de aard van de opdracht. Zo hanteren Amsterdam en Rotterdam nu al standaard 2 procent van de opdrachtwaarde bij leveringen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels