nieuws

Interview: ‘Betrek bouwkundig ingenieur eerder bij bouwproces’

bouwbreed Premium

Interview: ‘Betrek bouwkundig ingenieur eerder bij bouwproces’

Gebouwen hebben bijzondere effecten op hun bewoners. Wie weet dat kinderen die opgroeien in wolkenkrabbers vaker bijziend worden? Professor Helianthe Kort daagt uit om niet alleen veilig en duurzaam maar ook nog gezond te bouwen.

“Kinderen in wolkenkrabbers hebben weinig ruimte om te spelen. Ze kijken naar de televisie en gebruiken een tablet. De hele tijd kijken ze op een korte afstand. Dat is met kinderen die buiten spelen wel anders. Veraf, dichtbij. Links, rechts, boven. De ogen worden zo getraind om goed te kunnen functioneren. Voor de bouw is de vraag: hoe kunnen we gebouwen maken zodat kinderen gezond blijven en geen handicap krijgen.”

Helianthe Kort (1962) studeerde te Utrecht medische biologie en promoveerde in Eindhoven op bouwkunde. Een zeldzame combinatie. Aan de Hogeschool Utrecht is ze verbonden als lector vraaggestuurde zorg, in de lichtstad is zij hoogleraar aan de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven.

“Veel gaat goed. We leven, zijn veilig en functioneren. Maar het kan beter. In een groot aantal gebouwen wordt rekening gehouden met formele richtlijnen en besluiten. Die zijn vaak gericht op veiligheid, toegankelijkheid en lichtcondities. Daarna komen we in een grijs vlak. Naar het functioneren en de gezondheid van mensen in de gebouwen is weinig onderzoek gedaan. Welke bouwfysische aspecten zijn van belang daarvoor? En als er dan criteria worden opgesteld zijn dat consensuscriteria, overeengekomen met bijvoorbeeld beroepsgroepen. Ik heb een andere invalshoek. Ik probeer te kijken vanuit de bewijskracht.”

Kort maakte studie van de gezonde omgeving. Dook in de wetenschappelijke rapporten. “De bouw is vrij complex. Je hebt geen placebogebouw, geen controlegroep. Veel onderzoek is gedaan naar de akoestiek en de effecten van geluid op het welbevinden van de mens. Het thermische comfort heeft veel minder aandacht gekregen. Ook is weinig gedaan in relatie tot de professionals in de gezondheidszorg, de verpleegkundigen die toch veel te maken hebben met nachtwerk en bijzondere lichtcondities. Als je zo ontwerpt dat de omgevingsprikkels gereduceerd worden, lever je een bijdrage aan de vermindering van hun stress.”

Verbazing

Met de toename van de knelpunten die Kort vond, steeg de verbazing over de late betrokkenheid van bouwkundige ingenieurs in het bouwproces. “Ze komen niet op tijd aan bod. Terwijl de ingenieurs wel veel oplossingen hebben. Het is jammer achteraf te ontdekken dat de dingen een stuk beter hadden gekund. Mensen die ziek zijn kun je een pilletje geven en therapie. Je kunt je ook de vraag stellen: hoe verbeter ik hun directe omgeving zodat ze zich beter voelen.”

In Den Haag (WoonZorgcentra Haaglanden) en Amersfoort (Meander Medisch Centrum) zijn voorbeelden te vinden hoe met kleine ingrepen in het gebouw de gezondheid op een hoger plan is te tillen. Bijvoorbeeld door het besef dat de ogen met de jaren verslechteren. De tafeltjes van de ouderen daarom beter bij een raam kunnen staan, waar er een beter lichtinval is voor hun visuele activiteiten. Daarnaast is in een kleinschalige woonvorm gebruik gemaakt van een lichtplan dat door een daglichtsensor wordt aangestuurd.

Tevens zijn de keukenblokken zo verplaatst dat de professionals in de zorg niet meer met de rug staan naar de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. “Van belang is steeds om goed te luisteren naar de gebruikers van een gebouw en daarbij de passende oplossing voor bedenken.”

Bouwkunde is nog maar jong

Helianthe Kort noemt bouwkunde een jong onderzoeksterrein. Nog maar recent ontwikkelden zich vanuit technische hogescholen universiteiten. In de jaren negentig bleken naar aanleiding van onduidelijke klachten plotseling zieke gebouwen te bestaan. Waar worden mensen eigenlijk aan blootgesteld? Als reactie werden allerlei drempelvoorwaarden opgesteld voor blootstelling aan allerhande de gezondheid bedreigende lastposten.

Reageer op dit artikel