nieuws

‘De bouw vertoont pavlovreacties’

bouwbreed

‘De bouw vertoont pavlovreacties’

Bestuurders in ivoren torens en de angst om tijdig problemen aan te kaarten zijn problematisch voor elk bouwproject, maar funest bij een vechtcontract. “Bij een te grote afstand loop je altijd achter de feiten aan.”

Bert Keijts introduceerde als topman van Rijkswaterstaat ‘Markt, tenzij’, maar bestuurt nu al ruim vijf jaar corporatie Portaal. Als een van de weinigen in de bouw overziet hij in die verschillende rollen als opdrachtgever het brede spectrum van zowel de infrabouw als de b&u-kant. Hij is teruggekomen van de gedachte dat ‘loslaten’ synoniem staat voor ‘afstand’. “Wie zich niet aanspreekbaar opstelt, komt voor vervelende verassingen te staan.”

Keijts werd zelf keihard met de neus op de feiten gedrukt rond de perikelen met de hogesnelheidslijn.

De overheid gooit iets te graag risico’s over de schutting, maar de bouwbedrijven wijzen te makkelijk naar het Rijk als het misloopt. Keijts: “De bouw vertoont pavlovreacties en verwacht dat de overheid steeds maar bijspringt zodra het moeilijk wordt, maar ze hebben zelf te veel hooi op hun vork genomen en bij het kruisje getekend. Een opdrachtgever heeft zorgplicht bij een project, maar de markt vertoont veel oud gedrag. Beide kanten moeten bewegen om tot een oplossing te komen.”

Zijn analyse is dat wantrouwen domineert, waardoor niet tijdig aan de bel wordt getrokken bij tegenslag en opschalen als blamage wordt gezien. Slecht leiderschap en de grote afstand van bestuurders tot projecten zijn twee andere boosdoeners van de stroeve verhoudingen en moeizame samenwerking.

Korte lijnen

Durf en lef komen daardoor in de knel en partijen komen daardoor veel te vaak tegenover elkaar te staan, in plaats van tijdig open kaart te spelen. “Wie zich niet betrokken opstelt en te veel afstand creëert kan ook niet verwachten dat signalen tijdig binnenkomen. Elk probleem begint klein en ook elk risico is in beginsel beheersbaar, maar het vereist leiderschap, rapportages en korte lijnen om projecten goed aan te sturen. Projectmanagers zijn daar meestal niet happig op en blijven liever binnen hun eigen hekken opereren tot het echt niet meer anders kan, maar dan ben je negen van de tien keer te laat.”

Keijts vindt nog steeds dat de introductie van de geïntegreerde contracten een gouden greep is geweest, waarbij de rollen zijn veranderd en de markt veel meer speelruimte heeft gekregen. “Dat gaat niemand terugdraaien. Wel kun je iets veranderen in de risicoverdeling. Maar ik blijf erbij dat de markt gretig die risico’s naar zich toe heeft getrokken en erg makkelijk wijst als het fout loopt, zoals bij de A15. De wegverbreding A1/A6 Muiden is mogelijk nog groter in omvang: dat loopt als een zonnetje en dan hoor je niemand. Daar zit heus ook wel eens iets tegen en dan werkt zo’n geïntegreerd contract als prima vangnet.”

De crisis heeft de bouwers te hongerig gemaakt en vechtgedrag in de hand gewerkt. De winstmarges zijn te mager om klappen op te vangen. Keijts weet ook dat de bouw meestal uitgaat van gunstige scenario’s om projecten binnen te halen. “Het gebeurt zelden dat partijen zich in de tenderfase afvragen welke consequenties er zijn bij minder gunstige omstandigheden.”

Lage inschrijvingen

Overheidsopdrachtgevers staan met lege handen om te lage inschrijvingen te weigeren. “Je kunt alleen het gesprek aangaan, maar hebt vervolgens weinig andere keus dan te gunnen. Dat moet anders, want alle partijen lijden schade als je zo’n project doorzet.” De overheid kan kaders geven en sturen: dat is gebeurd bij de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater met de lozingen van afvalwater en kan op het gebied van aanbesteden, maar ook bij gebiedsontwikkelingen. “Kijk naar Rotterdam: de Markthal is prachtig, maar zou een wangedrocht zijn als niet de hele omgeving was getransformeerd.” Lef tonen kan ook door tenders drastisch in te korten en de concurrentiegerichte dialoog te schrappen. “In Engeland doen ze dat allang en werkt slechts één partij een ontwerp uit.”

Veranderingsprocessen zijn lastig en weerbarstig en niet zomaar doorgevoerd, weet de ervaren bestuurder. “Breed evalueren en gezamenlijk lessen trekken en delen, past nog steeds niet bij de bouwcultuur. De sector komt alleen verder door van fouten te leren. Tegelijk zijn lessen te trekken bij goedlopende projecten, maar dan zijn we terughoudend om succes te vieren en kennis te delen.”

Vragen aan Bert Keijts

Is de bouw innovatief?     – ja

Is de bouw traditioneel?    –  ja

Zijn de winstmarges in de bouw te laag?    –  ja

Zijn de risico’s bij innovatieve contracten (UAV-gc + dbfm) te hoog?    – ja

Welk rapportcijfer krijgt het imago van de sector?     – 5

Wat is de basis tussen opdrachtgever en opdrachtnemer?     –  wantrouwen

Wie heeft de sleutel in handen om prijsvechten te doorbreken?     – de opdrachtgever

Wat is het mooiste bouwproject van Nederland?     – Transformatie Rotterdam, De Markthal

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels