nieuws

Uitdaging in beton: het begint in het onderwijs

bouwbreed

Uitdaging in beton: het begint in het onderwijs

Betonbedrijven moeten de handen ineenslaan om een antwoord te vinden op de vragen van deze tijd. Op de nieuwjaarsreceptie van de Betonvereniging klonk deze week instemming met een kritische beschouwing over de kennisinfrastructuur in de betonbouw.

Betonvereniging-directeur Frens Pries en medeauteur Jan Straatman hakken er stevig in. In het afgelopen week in Cobouw geschreven rapport onder de titel Ontwikkelagenda Betonsector kraken ze harde noten over de devaluatie van de kennisinfrastructuur in de sector. Een en ander is bewust prikkelend neergezet, legt Straatman uit. “We hadden ook een braaf rapport kunnen schrijven, maar dat is niet de meest effectieve manier om dingen in beweging te krijgen.”

Resultaat van de bewust gekozen provocerende stijl zijn observaties zoals: “De bouwkolom moet zich eens goed achter de oren krabben. Als we zien hoe er momenteel gebouwd wordt en welke ellende opdrachtgevers onder ogen krijgen, dan is dat echt erg. Beschikbare kennis wordt onvoldoende gebruikt, er is een tekort aan vakmanschap, een gebrek aan motivatie en een grote fragmentatie waarbij iedereen zich richt op zijn onderdeeltje en deelbelang.”

De problematiek blijkt kortom verder te reiken dan alleen de betonsector. Ook opdrachtgevers krijgen de spreekwoordelijke schoen aangereikt die ze mogen aantrekken wanneer hij past. “Je ziet de ellende van niet-deskundige opdrachtgevers. Bouwen is wat anders dan pennen inkopen.”

Met de pennen blijkt het gauw goed te gaan, aangezien de leverancier ervoor instaat dat de pennen functioneren. Helaas: “Bij de bouwsector ben je daar niet altijd zeker van.” Wie opdrachten geeft voor grote gecompliceerde projecten, bedoelen ze te zeggen, moet daar op zijn minst enigszins kaas van gegeten hebben.

Dat de sector internationaal nog steeds in hoog aanzien staat, wordt tevreden vastgesteld, maar sprake blijkt meer en meer van oude roem. Want, “veel van wat we hebben bereikt, staat op de tocht. Het lijkt wel of kennis verdampt.”

De betonmortelwereld bijvoorbeeld, is in “een bikkelharde prijsconcurrentie” verzand, weten ze. De moordende prijsconcurrentie zou leiden tot steeds lagere prijzen en veel kwaliteitgedoe. “De inkoper lijkt de baas, waardoor we alleen nog maar ‘middle of de road’ beton leveren.”

Onderwijs vormt de sleutel tot kennis en ook wat dit aangaat, is het geschetste beeld weinig florissant. Beschreven wordt onder meer hoe betontechnologie in de loop der jaren vrijwel verdween uit het curriculum van mbo en hbo. “Afgestudeerden kennen het materiaal niet of nauwelijks en weten dus niet hoe ermee om te gaan.”

Ook de gang van zaken op de TU Delft, met zijn bekwame hoogleraren, blijkt niet meer wat hij is geweest. “In kringen van de afdeling Bouwkunde staat beton bekend als een milieu-onvriendelijk en lastig te verwerken materiaal”. In de ogen van het tweetal “een boude stelling zonder onderbouwing”. Constructeurs en architecten zouden veel te weinig weten van het materiaal. Ze zien, doordat nauwelijks onderricht wordt gegeven, in betontechnologie “drommen architecten de bouwsector in zwermen met vooroordelen en kennislacunes”.

Het bouwtechnisch onderwijs krijgt bewust veel aandacht want, “daar begint het”. De wens is dat het begrip van het materiaal onder studenten een flinke oppepper krijgt. Daarbij zou de aandacht trouwens minder dan vroeger moeten uitgaan naar nieuwbouw en meer naar bestaande constructies.

Uitdagingen

Straatman onderstreept dat verder onder meer dringend na moet worden gedacht over de toekomst van infrastructurele werken ter waarde van tientallen miljarden euro’s. Veel hiervan raakt aan het eind van zijn cyclus. Daardoor wordt de vraag renovatie, vervanging of gedeeltelijk hergebruik actueel. Een probleem, schetst hij een geheid noodzakelijke onderzoeksopgave, is dat geen helder zicht bestaat op de precieze kwaliteit en kenmerken van veel van de bestaande constructies.

Uitdagingen die de bouw in het algemeen en de betonsector in dit geval in het bijzonder op de kaart zouden kunnen zetten lijken de moeite waard. Pries en Straatman sommen ze moeiteloos op, zoals: “De bouw lost de effecten van zeespiegelstijging op.” Of: “De bouw lost het energieprobleem in tien jaar volledig op.” Uiteraard maakt de bouw ook de als zo belangrijk beschouwde steden. De wens is tegenwoordigdit te doen op krappe binnenstedelijke locaties ruimteintensief en natuurlijk eindeloos aanpasbaar. Dit alles ook nog eens zonder veel overlast. Hoog tijd dus om zulke – mogelijke – prestaties veel beter zichtbaar te maken, opdat de sector, zo is de hoop, onweerstaanbaar wordt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels