nieuws

Bezwaren tegen kolencentrale zijn ongegrond

bouwbreed Premium

Bezwaren tegen kolencentrale zijn ongegrond

De natuurvergunningen voor de elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven zijn geldig. Dat volgt uit een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De bezwaren tegen de natuurvergunningen van onder meer de Stichting Natuur en Milieu en Greenpeace heeft de hoogste bestuursrechter ongegrond verklaard. Zij kaartten de zaak aan bij de Raad van State omdat ze het onderzoek naar de gevolgen van de stikstofneerslag en de kwikuitstoot door de elektriciteitscentrale onvoldoende vinden. Ze vrezen dat de Natura 2000-gebieden Lieftinghsbroek en Drouwenerzand beschadigd raken door toenemende stikstofuitstoot.

De afdeling bestuursrechtspraak deelt die zienswijze niet. Volgens de Raad van State heeft nieuw onderzoek aangetoond dat de Natura 2000-gebieden niet worden bedreigd. RWE moet op basis van wijzigingen in de natuurvergunningen maatregelen nemen om de natuur te beschermen. De kwikuitstoot is evenmin een bedreiging voor Lieftinghsbroek en Drouwenerzand.

Natuur en Milieu en Greenpeace laten in een reactie weten dat ze teleurgesteld zijn over de uitspraak. Ze kondigen aan zich te blijven verzetten tegen de centrale. In dat verband verwijzen ze naar de Urgenda-zaak van afgelopen juni. Toen oordeelde de rechtbank in Den Haag dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met minimaal 25 procent moet hebben teruggebracht. Om dat te bereiken vinden de milieuorganisaties de sluiting van kolengestookte centrales zoals die in Eemshaven onontbeerlijk.

RWE Eemshaven Holding, de eigenaar van de centrale, kreeg in 2011 een milieuvergunning voor de elektriciteitsfabriek. Het verstrekken van de natuurvergunningen leidde in dezelfde periode tot veel commotie. Zo vernietigde de Raad van State in augustus 2011 de toenmalige natuurvergunningen. Een jaar later kreeg het bedrijf nieuwe vergunningen, maar ook hiertegen werd beroep aangetekend door verschillende milieuorganisaties. In 2014 verklaarde de hoogste bestuursrechter de bezwaren deels ongegrond. Niettemin vond de afdeling bestuursrechtspraak nader onderzoek naar de gevolgen voor de natuur wel noodzakelijk. Aan die eis is inmiddels voldaan.

Reageer op dit artikel