nieuws

‘Pps-contracten zijn zakelijk 
maar wel met ‘zacht’ randje

bouwbreed Premium

‘Pps-contracten zijn zakelijk 
maar wel met ‘zacht’ randje

Wie vasthoudt aan de klassieke rollen van opdrachtgever en opdrachtnemer loopt vast bij een pps-project. Daar zijn alle partijen het wel over eens. Langzaam maar zeker verschuift de manier van samenwerken. Het nieuwe leerplatform moet dat proces versnellen.

Op het ministerie van Financiën – inderdaad een pps – zetten gisteren 23 partijen hun handtekening onder het initiatief van een leerplatform om, los van concrete projecten, van elkaar te leren en tot betere samenwerking te komen. Op papier zijn de doelstellingen nog bescheiden en de praktijk moet de komende jaren bewijzen dat de intenties niet blijven steken in een papieren tijger en goede bedoelingen.

Rijkskantoor B30, Hoge Raad, Museum Soesterberg en A12 Lunetten-Veenendaal worden genoemd als soepel lopende en succesvolle pps-projecten, terwijl het geen geheim is dat de pps-contracten bij de Coentunnel en A15 Maasvlakte Vaanplein de bouwers in de problemen hebben gebracht.

De brede tendens is echter om meer werk te maken van samenwerken, terwijl ook de tijd dat zoveel mogelijk risico’s over de schutting richting de markt werden gegooid, voorbij is. Ondertekenaars Eva Klein Schiphorst (Rijksvastgoedbedrijf), Dick Laheij (Heijmans) en Bas Niese (Facilicom) zetten hun visie uiteen over samenwerking, risico’s en kansen.

Wat loopt goed op het gebied van samenwerken en wat kan beter?

Eva Klein Schiphorst: “Pps gaat uit van een zakelijk contract, maar wel met oog voor de ‘zachte’ kant en een flexibele insteek. Niemand had voorzien dat wij als rijksvastgoedbedrijf zo flexibel met werkplekken zouden willen omgaan. Het is wel eens jammer als je lange discussies moet voeren, bijvoorbeeld wanneer een ministerie intrekt in een pps-pand. Overigens is een langlopend dbfmo-contract geen keurslijf. Juist daarbij denk je goed na over de toekomst met mogelijke veranderingen. Ik ben er stellig van overtuigd dat je daardoor uiteindelijk goedkoper uit bent. Er is al veel geleerd van de eerste contracten, waarbij we te veel probeerden van alles dicht te regelen. Bij kantoren en ministeries heb je dagelijks te maken met hoe de operatie is geregeld. Het komt juist aan op samenwerken in de exploitatie- en beheerfase. Mutaties en aanpassingen zijn dan onvermijdelijk.”

Dick Laheij: “De samenwerking zou nog meer richting alliantie mogen, met gelijkwaardige rollen en échte samenwerking. De aannemerij is van oudsher bang om open kaart te spelen, maar het lukt steeds beter dat te doen en ook de opdrachtgevers maken issues eerder bespreekbaar. Wat knelt is per project verschillend, maar de externe financiering, in combinatie met de planning, is het meest kwetsbaar. Ook de politieke verantwoording van de opdrachtgever is vaak lastig. Er is altijd een grijs gebied waarin interpretatie en verwachtingen niet overeenstemmen. Geregeld loopt het mis met de verstrekte gegevens en de niet benoemde gegevens die wel ergens op een stapel lagen, maar geen rol bij het contract spelen.”

Bas Niese:“De bouw is al eeuwen een zeer traditionele wereld met klassieke rollen voor opdrachtgever en opdrachtnemer. Wat dat betreft hebben we met de huidige generatie dbfm-contracten al radicaal gebroken met die oude patronen, maar terugvallen in de ‘oude modus’ gebeurt nog te makkelijk, simpelweg omdat die traditie een breder draagvlak heeft. En toch zie ik langzaam iets fundamenteel veranderen.”

Bent u tevreden over de huidige risicoverdeling binnen dbfm-contracten?

Dick Laheij: “De samenwerkingsverhoudingen zullen onder druk staan bij collega’s die werken met pps-contracten waarin de risico’s volledig bij de markt liggen. De zoektocht naar een balans waarbij beide partijen risico’s dragen is in volle gang, maar ook hard nodig.”

Eva Klein Schiphorst: “Risico’s horen bij de partij die ze het best kan beheersen. Dat kan de markt zijn, maar ook de overheid. Daarover ga je het gesprek aan en maak je duidelijke afspraken.”

Bas Niese:“Onze ervaring is dat we geen risico’s accepteren die we niet kunnen overzien. Onlangs hadden we bij een gemeentelijke pps te maken met een bijzondere vleermuissoort. Als die beestjes een nest hebben, loop je zomaar een jaar vertraging op met procedures. Hier heeft de gemeente de risico’s op zich genomen en vooraf al maatregelen getroffen voor de verhuizing van de zoogdiertjes.”

Wat is een voorbeeld van een goedlopend pps-project en waarom gaat het goed?

Bas Niese: “B30 loopt het soepelst. Het is een ‘single party’ contract dat zich makkelijk laat regelen met eigen mensen en zonder consortiumpartner. Komende tijd gaan we hard aan de slag met de rechtbank Breda en de Knoopkazerne in Utrecht.

Eva Klein Schiphorst: “Het Nationaal Militair Museum is een goed voorbeeld van een project waarbij het is gelukt een flexibel contract te maken, waarbij de markt optimaal kon meedenken en ons als opdrachtgever echt ‘ontzorgt’.

Dick Laheij: “Heijmans probeerde al langer pps-contracten binnen te halen en sinds vorig jaar lukt dat succesvol. Binnen een jaar kregen we drie projecten gegund: SAA Gaasperdammerweg, A12 Veenendaal-Grijsoord en het RIVM, alle van de nieuwe generatie met meer oog voor samenwerking. Overigens is het Nationaal Militair Museum wat ons betreft het eerste geslaagde pps-project.

Wat is een minder geslaagd voorbeeld en waarom?

Eva Klein Schiphorst: “Korte Voorhout 7 was ons eerste pps-project. Het gebouw is in 2009 opgeleverd. Het oude ministerie van Financiën is nu een flexibel rijkskantoor met diverse organisaties. Daar was het oorspronkelijke contract niet op ingericht en dat heeft twistpunten opgeleverd. Wat meer flexibiliteit in het contract had waarschijnlijk veel discussie voorkomen. We hebben er veel van geleerd, veel bepalingen zouden we nu anders formuleren.”

Dick Laheij: “Onze samenwerking op de projecten loopt goed en over projecten van collega’s doe ik liever geen uitspraken.”

Bas Niese: “We schreven anderhalf jaar geleden in op een pps van een regionale overheid, zonder enige ervaring. Dat levert ongelijke rollen op en verkeerde verhoudingen. Daar moet je voor oppassen.”

Wat verwacht u concreet binnen drie jaar van de overeenkomst?

Dick Laheij: “Op neutraal terrein lessen leren en ervaring uitwisselen. Dan kan eindelijk, los van concrete projecten of lopende problemen, worden nagedacht over slimme oplossingen. De grote belangen op het gebied van planning en geld maken het lastig echte stappen te zetten, maar hopelijk leidt het platform tot een modus waarin echte samenwerking mogelijk wordt.”

Bas Niese: “Dan kunnen we op hoofdlijnen discussiëren over het gezamenlijke domein en contractbepalingen. Nu wordt bij elk foutje in de contracten een nieuwe clausule toegevoegd. Het wordt niet leesbaarder en zeker niet duidelijker.”

Eva Klein Schiphorst:“Dat we binnen drie jaar elkaars organisatie beter begrijpen met respect voor de verschillende rollen. We kunnen nog wel wat extra inzicht gebruiken in de verdienmodellen van de consortia, maar de markt begrijpt nog niet altijd hoe de opdrachtgever denkt en hoe hij te maken heeft met politieke besluitvorming. De uitgangspunten zijn vertrouwen en samenwerken. De uitwerking zal zich in de praktijk bewijzen.”

Reageer op dit artikel