nieuws

‘Staat restauratie molens zorgelijk’

bouwbreed Premium

‘Staat restauratie molens zorgelijk’

Molenaars komen jaarlijks 5 miljoen euro tekort om hun bezit in stand te houden. Vereniging De Hollandsche Molen luidt de noodklok.

Zo op het eerste oog valt het allemaal mee. De afgelopen tien jaar zijn 215 molens gerestaureerd. Daarmee is de restauratieachterstand bijna gehalveerd, van 30 procent in 2005 naar 16 procent nu. Daarnaast krijgen ruim 1000 molens een onderhoudsbijdrage uit de Brim, de subsidiepot voor de instandhouding van monumenten. Tegelijkertijd wringt de schoen. De restauratieachterstand mag van het Rijk niet meer dan 10 procent bedragen maar ligt in werkelijkheid op 16 procent. “De werkvoorraad telt nu 194 molens in plaats van de gewenste 120”, staat in het rapport. Om dit op te lossen is tussen 51 en 58 miljoen euro nodig. Het terugbrengen van de achterstand naar de gewenste 10 procent kost in de periode tot 2021 jaarlijks gemiddeld 4 miljoen euro, terwijl de afgelopen drie jaar gemiddeld ruim 1 miljoen euro per jaar aan molenrestauraties is uitgegeven. “Dit is zorgelijk”, concludeert de vereniging De Hollandsche Molen.

Onduidelijk blijft waarom het geld dat aan het onderhoud van historische wind- en watermolens wordt uitgegeven, relatief gering is. Mogelijk weten de eigenaren van molens de weg in het subsidielandschap niet te vinden. “Sinds 2012 is de centrale regeling overgegaan op elf verschillende provinciale regelingen”, aldus het rapport.

De onderzoekers noemen voorbeelden die de onderlinge verschillen tussen de provincies tonen. In Drenthe bijvoorbeeld kunnen moleneigenaren uitsluitend subsidie krijgen uit het restauratiefonds als de opknapbeurt wordt gekoppeld aan een herbestemmingstraject. In Utrecht daarentegen wordt gekeken welk type monument de meeste behoefte heeft aan restauratie. Dit betekent dat molens pas in aanmerking komen voor een provinciale bijdrage als het onderhoud van het totale molenbestand te wensen overlaat.

De samenstellers van het rapport tekenen daarbij aan dat veel eigenaren de bijdrage die ze zelf moeten betalen moeilijk rond krijgen, en dat terwijl de meeste provincies hieraan eisen stellen. In sommige provincies gaat het om de helft van het te investeren bedrag. Vanwege de verschillen tussen de diverse provinciale regelingen ontstaat volgens de vereniging rechtsongelijkheid. “De vrees is dat door de nadelen van de provinciale regelingen vooral particuliere eigenaren buiten de boot vallen.”

De onderzoekers pleiten voor verder onderzoek naar de beweegredenen van moleneigenaren om relatief weinig gebruik te maken van provinciale subsidies.

Bovendien wordt de bezitters van een molen geadviseerd te zoeken naar een nieuwe mix van financieringsmogelijkheden waarmee ze hun eigen bijdrage rond kunnen krijgen. Hierbij kunnen ze veel van elkaar opsteken. Om de molenproblematiek niet te laten escaleren, moet de Brimsubsidie in stand blijven, concluderen de onderzoekers. Dit maakt het mogelijk onderhouds- en restauratiesubsidies voortdurend te monitoren. Dit maakt duidelijk de actuele stand van zaken ten aanzien van het behoud van molens duidelijk. Verder vindt de vereniging het nodig dat er meer financieringsmogelijkheden komen. Dit voorkomt grote en dure restauraties. Nieuwe geldschieters zijn nodig, omdat eigenaren daaraan behoefte hebben.

Bekijk het onderzoek Molentoekomst van vereniging De Hollandsche Molen

Reageer op dit artikel